Het grote Chris Millls terugblik-verhaal


De zomer is traditioneel de periode dat de stroom releases even lijkt op te drogen.
Een goed moment dus om ‘ns terug te kijken en albums te ontdekken die je destijds over het hoofd heb gezien of om muziek te herontdekken.
Ik laat de nieuwe releases even, heel even, links liggen en ben maar ‘ns in het werk van Chris Mills gedoken.
Ik de carrière van Mills al die jaren een beetje vanuit een ooghoek gevolgd.
Vijf CD’s van Mills staan bij in de kast, een album mis ik.
De indruk die ik van Chris Mills heb is dat hij ijzersterk is begonnen, maar in de loop van de jaren de inspiratie wat kwijt is geraakt en later in zijn carrière albums maakte die aardig klinken, maar ook niet meer dan dat.
Maar klopt dat wel?
In 1998 debuteerde Mills met Every Night Fight for Your Life. Op het album horen we een songschrijver met een niet al te rooskleurige kijk op het leven. Er zijn overeenkomsten met het werk van bijvoorbeeld Richard Buckner, maar Mills klinkt veel feller en spuugt zijn teksten bijna letterlijk in de microfoon.
Every Night Fight for Your Life staat zoveel jaar na dato nog steeds als een huis.
Sterke songs als het stevige Delaware, Fire For You, maar ook persoonlijke ontboezemingen in Chenoa of Take Me Down hebben in al die jaren niets van hun kracht verloren.
De songs die uitgebracht werden op de CD Plays and Sings 7”/Nobody’s Favorite EP dateren nog van vóór het debuut van Mills en laten een gepassioneerd muzikant van zijn somberste kant horen.
Kiss It Goodbye uit 2000 klinkt als een typische al-country plaat uit die tijd.
Mills wisselt stevig rockers als Brand New Day af met songs waarin pedalsteel en viool de klank bepalen. Op Kiss It Goodbye doen strijkers en blazers hun intrede.
Op de opvolger Silver Line is een nog grotere rol weggelegd voor de strijkers en blazers.
Mills bouwt in het titelnummer een bescheiden ‘wall of sound’. In Suicide Note hoor je weer iets van die oude felheid terug.
Op The Wall to Wall Sessions uit 2005 zet hij de koers door en in songs als A Farewell to Arms en Escape from New York gaat Mills flink ‘over the top’ in zijn gebruik van strijkers en blazers.
Ook Living in the Aftermath gaat flink ‘over the top’ in songs als Calling All Comrades en het titelnummer. Nightmare At 20,000 Feet en Such a Beautiful Thing zijn dan weer prachtig opgebouwd en meeslepend.

Chris Mills is een echte vakman a la Burt Bacharach of Elvis Costello. Jammer dat de zeggingskracht die albums als Plays and Sings 7”/Nobody’s Favorite EP en Every Night Fight for Your Life zo sterk maakte wat in het gedrang komt door de uitgebreide instrumentatie van zijn latere albums.

Vorig jaar bracht Mills de verzamelaar Heavy Years: 2000-2010 uit, met een mooi overzicht van zijn werk uit die periode. Op Heavy Years kom je songs tegen van The Wall to Wall Sessions, The Silver Line, Kiss It Goodbye en Living in the Aftermath.
Op dit moment is Mills aan het werk aan een nieuw album met de voorlopige titel The Soldier Is The Castle. We zijn dus nog niet van de man af.

MP3′s
Chris Mills – Watch Chain (van Kiss It Goodbye)

Chris Mills – Sleeptalking (van The Silver Line)

Chris Mills – Stakes is High (van Every Night Fight for Your Life)

Chris Mills – Such a Beautiful Thing (van Living in the Aftermath)

Chris Mills – Nowhere Town (van Plays and Sings 7”/Nobody’s Favorite ep)

Konfrontationen festival 2011: klein maar fijn


Dit jaar vond van 21 tot en met 24 juli de 32e editie plaats van het Konfrontationen festival in Nickelsdorf, een Oostenrijks plaatsje dat vlakbij de Hongaarse grens ligt. Op het programma stonden grote namen uit de jazz en geïmproviseerde muziek, zoals Evan Parker, Marilyn Crispell, Fred van Hove, Hamid Drake, Sonny Simmons, Tobias Delius, Johannes Bauer en Joëlle Léandre. Dit was de derde keer dat ik erbij was en het blijft een van de sfeervolste festivals die ik ken. Het mooie is dat je alle twintig concerten kunt bijwonen, omdat er geen overlap is. Bij geïmproviseerde muziek is het altijd spannend of de combinatie op het podium klikt. Ook de vorm van de dag is belangrijk. Wat beide betreft hoefden de circa 200 bezoekers niet te klagen. Op de eerste avond wist Franz Hautzingers’s Poet Congress met spannende experimentele stukken voor zangers en ensemble te imponeren. Speels en broeierig met invloeden van Tom Waits, Greetje Bijma en film noir soundtrack muziek. Isabelle Duthoit verdeelde het publiek met haar extravagante stemgeluid (ik vond het goed), gitarist Burkhard Stangl liet horen hoe een kat klinkt door het instrument over zijn bovenbeen te wrijven, wat fraai aansloot bij de tekst. Kortom, een geslaagde start. Ook het kwartet van pianist Fred van Hove ging er vol in. Uitblinker was vibrafoniste Els Vandeweyer met haar razendsnelle en overdonderende spel, soms met tien vingers tegelijk. Op de andere dagen lag het niveau ook hoog, bijvoorbeeld op de slotavond het trio Great Waitress (foto) van Magda Mayas (piano), Laura Altman (klarinet) en Monika Brooks (accordeon). Hun subtiele kamermuziek improvisatie moest concurreren met de regen die op het dak tikte, maar wist uiteindelijk te overwinnen door het sterke samenspel. Niet alles pakte even goed uit. Van noise grootheden Kevin Drumm en Mika Vainio had ik een inventieve set verwacht met Axel Dörner (trompet) en Lucio Capece (basklarinet). Maar het uitvallen van de elektriciteit na een kwartiertje spelen haalde de nauwelijks aanwezige fut er helemaal uit. Gelukkig bood de bar uitkomst, waar de zeven man sterke Nederlandse delegatie neerstreek om tot in de kleine uurtjes door te praten en te drinken. Er zijn teveel mooie momenten om op te noemen, maar speciale vermelding verdient pianiste Marilyn Crispell die met drummer Hamid Drake een energieke set speelde waar Cecil Taylor bijna bij verbleekte. Briljant was de soloset van Joëlle Léandre (bas). Strijken, plukken, kloppen, trekken, tikken, het klonk allemaal als een klok en het geheel was fe-no-me-naal. Tot slot was het Evan Parker Transatlantic Quintet in grote vorm, met een speciale vermelding voor altsaxofonist Nathaniel Facey. De conclusie is, net als voorgaande jaren: de thuisblijvers hebben ongelijk. Ook al was het weer ditmaal niet zo goed (een nachtlang striemende regen en zware windstoten op zondagavond, dat slaapt niet echt lekker), het eten was prima en niet duur. Voor een rijk gevulde goulash soep betaalde je € 3,80 en de pizza’s en gepaneerde schotels waren ook goedkoop, minder dan tientje. De relaxte sfeer is gratis, net als het kamperen. Eindoordeel: ***** (5 sterren)

Simon Reynolds’ Retromania: geniet ervan, maar met mate


Het nieuwste boek van Simon Reynolds, Retromania, heeft als ondertitel “pop culture’s addiction to its own past’. Hij bespreekt in het boek allerlei verschijnselen in relatie tot retro. Zoals traditionalisme, re-enactment, nostalgie, curatoren, halls of fame, reissuelabels en internet als gigantische databank waardoor niets verloren gaat. Wat is retro? Volgens Reynolds gaat retro over het nabije verleden, over zaken en gebeurtenissen die in ons geheugen zitten. Retro moet ook exact te dateren zijn, bijvoorbeeld door middel van archiefmateriaal (foto’s, video, muziek, internet). Replicatie wordt zo vergemakkelijkt. Retro gaat over populaire cultuur, niet het veilinghuis maar de vlooienmarkt en verzamelbeurzen vormen het onderzoeksterrein. Een laatste kenmerk van retro is dat het het verleden niet idealiseert, maar juist wil amuseren, speels wil zijn. Wat is dan het probleem, zou je denken, want wie kan er zonder retro? Na lezing ben ik er nog niet helemaal uit of retromania nu zo overheersend is als Reynolds beweert. Hij heeft wel gelijk dat internet de retromania vergroot: alles is altijd beschikbaar, een ‘ excess all areas’. En dat is geen goede zaak. Oppervlakkigheid slaat toe, want waar haal je de tijd vandaan om alle honderden of duizenden gedownloade songs te beluisteren? In plaats van muziekverslaving komt downloadgekte. Het zicht op de muziek die ons anno 2011 nog weet te verrassen dreigt zo te verdwijnen. Er staan in dat verband fraaie paragraaftitels in het boek. Een greep: reunited and it pays so good, archive fever, outselling the present, too much is never enough en future fatigue. Met deze laatste opmerking lijkt Reynolds te zeggen dat vooruitkijken en experimenteren uit de mode is en retro de maatstaf. En ja, welke stromingen zijn er sinds 2000 bijgekomen die vernieuwend zijn te noemen? De freefolk lichting met uiteenlopende artiesten als Devendra Banhart, Charalambides, MV & EE, Josephine Foster, en Joanna Newsom? De ‘hypnagogic’ pop van artiesten als James Ferraro en Ghost Box? Of de complexe collages van Hudson Mohawke, Flying Lotus en Oneohtrix Point Never? Ook bij deze stromingen is het vooral creatief terugkijken, overigens soms wel met schitterende muziek als resultaat. Retromania is een boeiend boek door de vele wegen die worden bewandeld. Je kunt het eens zijn met de kritiek op bijvoorbeeld de jaren 80 revival van de sixties met artiesten als Billy Childish, Television Personalities, Robyn Hitchcock, Echo & The Bunnymen, Dream Syndicate, Rain Parade en The Dukes Of Stratosphear (‘pointless psychedelic pastiche’), maar tegelijkertijd van de muziek genieten. Zo heb je dubbel plezier door het boek te lezen.

Bij de dood van Bill Morrissey


Het weekend van 23 en 24 juli 2011 is er een met een rouwrandje.
De gruwelijke details van de bomaanslag en schietpartij in Noorwegen komen naar buiten.
Amy Winehouse overlijdt op 27-jarige leeftijd en Johnny Hoes blaast zijn laatste adem uit.
Hoes werd 94 jaar.
Zaterdag 23 juli overleed singer-songwriter Bill Morrissey. Morrissey makte in de jaren ’80 en ’90 een serie prachtige albums, maar was al een aantal jaren min of meer uit beeld verdwenen.
In Morrissey’s hoogtijdagen luisterde ik veel naar singer-songwriters. Ik leek maar niet genoeg te kunnen krijgen van mannen en vrouwen met gitaren. Ik kocht bijna alles dat op labels als Rounder en Philo uitkwam.
Maar ook die fase ging over en de CD’s van muzikanten als John Gorka, Cheryl Wheeler en Lynn Miles staan nu in de kast stof te vergaren.
Ook het werk van Bill Morrissey beluister ik zelden meer, maar zijn songs zijn me altijd bijgebleven.
Door die bijzondere stem, maar vooral door de prachtige teksten. Morrissey was in staat om in een paar woorden een heel leven van zijn personages te schetsen.
North, misschien wel Morrissey’s kaalste album, is en blijft mijn favoriet.
Bill schreef één boek, Edson, een aanrader voor iedereen die een zwak heeft voor de romans van Willy Vlautin.
Dit is een bericht van Bill uit 2009: ‘Most everybody knows that I’ve had some rough sledding for the last few years including my well known battle with the booze. A couple of years ago I was diagnosed as bipolar and I am on medication for depression but sometimes the depression is stronger than the medication. When the depression hits that badly I can’t eat and I can barely get out of bed. Everything is moving in the right direction now and throughout all of this I have continued to write and write and write. “
Daar had nog wel een tweede boek in gezeten, lijkt me.

MP3 Bill Morrissey – Night Shift

Nieuw materiaal van Meredith Bragg


Dit is Meredith Bragg. Inderdaad- een man met een vrouwennaam.
Hij trad in maart van dit jaar op bij een pizzeria in Austin, Texas en daar nam ik deze foto.
Ik was erg onder de indruk van zijn album Vol. 1. Dit is een introspectieve plaat met een hypnotiserende werking die me aan de American Analog Set doet denken. Ik keek dus uit naar Meridith’s nieuwste CD, Nest.
Ook Nest is introspectief, dromerig. Bragg maakt verzorgde pop die regelmatig aan wijlen Elliott Smith doet denken, al geeft Bragg op Nest de elektronica hier iets meer ruimte.
De songs van Nest overtuigen niet op alle fronten, al luisteren het sfeervolle Barking Dogs en Next Time wel erg fijn weg.
Nest is allesbehalve wereldschokkend, maar het is wel een prima plaat.
Paste biedt nu de mogelijkheid om Nest in zijn geheel te beluisteren.

MP3 Meredith Bragg – Next Time

Stemmige klanken voor een verregende zomer


Heirlooms of August- wat is dat toch een onmogelijke bandnaam.
Ik zou achter een dergelijke naam een symfonische band verwachten. Of iets in de gothic-hoek.
Maar nee, de man achter Heirlooms of August is Jerry Vessel. Jesse speelde in de Red House Painters en maakte ook deel uit van de live-uitvoering van Sun Kil Moon.
Al die jaren aan de zijde van Mark Kozelek hebben hun sporen nagelaten op het debuut van Heirlooms of August. Forever The Moon is somber en introspectief als het beste werk van Kozelek.
Opvallend is dat Vessel’s vocalen bijna identiek zijn aan die van zijn voormalige broodheer.
Door het gebruik van viool en door de prachtige tweede stem van Vivian Ginn klinkt Forever the Moon net iets lichter dan veel van het materiaal van de Red House Painters.
Bruce Kaphan, de man die verantwoordelijk was voor het pedal steel-geluid bij onder andere de American Music Club en Dakota Suite, laat op Forever The Moon ook weer fabelachtige dingen horen.
Forever The Moon is een prachtige plaat waar ik niet snel genoeg van kan krijgen.
Het album is nu uit op Caldo Verde, het label van Mark Kozelek.

MP3 Heirlooms of August – Andrew and Emma

Na jaren weer een teken van leven van Carlos Forster


Eind 1999 kwam Windows for Stars van For Stars uit. Ik was zo onder de indruk van het album dat ik snel wat wijzigingen in mijn jaarlijstje aanbracht zodat de eerste plaats weggelegd was voor For Stars.
Twaalf jaar later staat Windows for Stars nog als een huis. Dit is kippenvelmuziek bij uitstek.
De songs zijn traag, de stem van Carlos Forster raakt me tot diep in de ziel.
Na Windows for Stars maakte Forster nog twee albums met For Stars, die wat mij betreft net iets te veel Radiohead-trekjes hadden.
Forster koos daarna voor een carrière in de psychotherapie en ik had niet verwacht ooit nog iets van Carlos Forster te horen. Maar de man maakte zowaar een nieuw album, Family Trees.
Forster vroeg M. Ward, die hij nog uit zijn studietijd kende, om het album te produceren.
Ward is ook in een paar nummers te horen. Rachel Blumberg van de Decemberists en Jonathan Richman werken ook mee aan Family Trees.
Zo heel af en toe schijnt op Family Trees iets van de pracht van Windows for Stars door.
Forster is nog opvallend goed bij stem en songs als I Walk I Talk, Walking Away en Campfire Songs zijn ijzersterk.
Maar daar staan ook een aantal wat saaiere, minder geïnspireerde nummers tegenover.
Family Trees is nu uit op Hush Records. Paste biedt de mogelijkheid om het hele album te beluisteren.
Windows for Stars is overigens gewoon te vinden op Last.fm,iTunes, eMusic en Spotify.

MP3 Carlos Forster – I Walk I Talk

Nog twintig nachtjes slapen


Nog twintig nachtjes slapen. Op 2 augustus komt het langverwachte nieuwe album van Richard Buckner eindelijk uit.
Vijf jaar hebben we op Our Blood moeten wachten.
Als de geruchten kloppen zijn de pedal steel van Buddy Cage, hij speelde ook op Dylan’s Blood on the Tracks, en de percussie van Sonic Youth drummer Steve Shelley op Our Blood te horen.
De collega’s van RCRD LBL hebben de premiere van de eerste song van Our Blood.

MP3 Richard Buckner – Traitor

Met Swimsuit kan de zomer echt beginnen.


De zomer lijkt in ons land maar niet los te willen barsten. Swimsuit kan met hun album voor een zomers geluid zorgen.
Swimsuit maakt heerlijk zomerse surf- pop. Op het debuut van Swimsuit hoor je tien heerlijke songs die geïnspireerd zijn door 60’s pop, surf en rock’n’roll.
Een groot deel van het album is instrumentaal, maar regelmatig duiken Dina Bankole, Amber Fellowsen Shelly Salant op voor de vocalen.
Het debuut van Swimsuit kun je beluisteren en bestellen via Bandcamp.
Het genie achter Swimsuit is Fred Thomas. Thomas is de man van Flashpapr, maar hij brak bij een groter publiek door met Saturday Looks Good To Me. Tegenwoordig opereert hij met de band City Center, al maakte hij ook een uitstapje naar Mighty Clouds.
Tussendoor brengt hij nog albums uit onder z’n eigen naam en doet hij productiewerk.
De man leeft waarschijnlijk in de studio en kan toe met één uurtje slaap per nacht.
Zolang het resultaat zo goed is als Swimsuit mag hij nog lang zo doorgaan.

MP3 Swimsuit – Sunlight

Metropolis festival: Half Way Station, The Deaf en JC Thomaz


Het Rotterdamse Zuiderpark was zondag 3 juli het toneel van het jaarlijkse Metropolis festival. Op drie podia kon het massaal toegestroomde publiek gratis luisteren naar Nederlandse en buitenlandse bands. Er stonden weinig grote namen op het programma, maar dat maakt het juist aardig: je hoort weer eens wat anders. Bij het kleinste podium, 3FM Serious Talent heb ik mij vermaakt met Half Way Station (foto), swingende akoestische countryfolk met wastobbebas, viool, gitaar en twee drummers. Fraaie zang ook, van Rikke Korswagen en Elma Plaisier. De songs passen prima bij het zonnige weer: goed humeur muziek. Dat geldt ook voor twee garagerock bands die op hetzelfde podium speelden. JC Thomaz & The Missing Slippers doen ook nog een vleugje rockabilly in hun door garagebands uit de sixties geïnspireerde nummers. Deze muziek moet je vooral live meemaken. Op de plaat valt het waarschijnlijk tegen. Het Haagse kwartet The Deaf gaat er ook stevig tegenaan. Zij klinken meer als The Cynics en The Lyres, garagerock uit de jaren 80 en 90, inclusief een lekker ruig Farfisa orgel, dat het zwaar te verduren heeft. De bespeler Magere Mau schudt het instrument heen en weer en laat het ook omvallen, ondertussen onverstoorbaar doorspelend. Gitarist Spike (bekend van Di-rect), bassiste Janneke Nijhuis (Miss Fuzz, prima zangstem) en drummer Kit Carrera denderen ook lekker door. Alledrie de bands zou je retro kunnen noemen, maar daar is niets op tegen als het goed wordt gedaan. Conclusie Metroplois is een van de leukste festivals, dankzij de goede sfeer, prima catering en het gevarieerde programma. Er was zelfs een stand waar bezoekers oordoppen en luisteradvies konden krijgen. Zo mag ik het horen.