Mag ik mijn geld terug?


Hello Han, Thanks for Your Support!!! Haley Bonar, staat te lezen op mijn exemplaar van Bonar’s nieuwste album Golder.
Via Kickstarter betaalde ik $ 30 aan Haley voor het maken van haar album Golder. In ruil voor mijn bijdrage werd ik op de hoogte gehouden van de voortgang van het album, kreeg ik artwork te zien, kon ik al snel het album legaal downloaden en ligt er dus nu een gesigneerd exemplaar van Golder voor me.
Maar ik moet eerlijk bekennen dat Golder me een beetje tegenvalt. Ik heb altijd een zwak voor het werk van Haley gehad omdat ze zo duidelijk kiest voor de “ minder is meer”- aanpak en dat leverde bij haar vaak een prachtig resultaat op.
Golder kent een paar leuke popsongs, zoals Raggedy Man of Anyway, Rattlesnake, maar vaak gaat Haley ten onder in de goede bedoelingen.
Zo is een song als Candy Machine Gun zo vet aangezet en volgestopt dat het nauwelijks aan te horen is. Ik zou bijna zeggen: mag ik mijn geld terug?
Maar zo werkt het natuurlijk niet. Bovendien maakt een song als Wendybird veel goed.

MP3 Haley Bonar – Wendybird

Ned Oldham is terug met Old Calf


Net als Ben Saunders heeft Will Oldham een getalenteerd broertje. Oldham heeft zelfs twee getalenteerde broers, maar laten we ons hier beperken tot Ned.
Ned Oldham werkte met Will in Palace Music, maar startte al snel zijn eigen band Anomoanon.
Met Anomoanon maakte Ned een handjevol mooie albums. Asleep Many Years in the Wood is nog altijd mijn favoriet.
Ik was Ned een beetje uit het oog verloren, maar nu duikt hij op met een nieuw gezelschap, Old Calf.
Borrow a Horse heet het eerste album van Old Calf en het is een prachtige plaat. Borrow A Horse klinkt folky, traditioneel zelfs zo hier en daar. Je hoort invloeden uit de Appalachian, maar ook uit de Britse folk van bijvoorbeeld Fairport Convention.
Het geluid van Borrow A Horse ligt redelijk in het verlengde van dat van Asleep Many Years in the Wood. En daar maak je mij erg blij mee.
Borrow a Horse is een prachtige plaat- niet allen interessant voor diegenen die alles verzamelen waar de naam Oldham op staat.

MP3 Old Calf – A Gift, a Ghost / Monday Alone

De Luyas komen naar Nederland!


Inderdaad, de Luyas komen naar Nederland.
Ik had het geluk dat ik de band in Austin, Texas live aan het werk kon zien en was erg onder de indruk van hun live-show. Live is de band superstrak, spannend en een feest om te zien.
Ik zag de Luyas tijdens de BBQ van collega-bloggers Muzzle of Bees. Ik moet er wel voor naar een buitenwijk van Austin, maar de locatie is erg mooi.
In een prachtige tuin, met schommel en tuinhuis, spelen onder andere The Luyas, Erland and the Carnival, The Great Lake Swimmers en One Hundred Flowers.
Er is gratis bier en zelfs gratis veganistische BBQ. Ik moet eerlijk bekennen dat ik tijdens het feestje een kleine inzinking kreeg en de festiviteiten voor het eind heb verlaten.
Dat had niet zo zoveel te maken met het gratis bier, maar meer met de brandende zon waar niet aan te ontsnappen was. En misschien had de veganistische BBQ er ook wel iets mee te maken.
Hoe dan ook, nu krijgt Nederland dus ook de kans om kennis te maken met de Canadese band.
De band uit Montreal en Quebec maakt ‘arty, atmospheric pop’, zoals de Allmusic Guide het noemt.
Op het album Too Beautiful To Work hoor je instrumenten als de French Horn en de Moodswinger, een snaarinstrument dat uitgevonden werd door de Nederlander Yuri Landman.
Je moet bij dat alles wel even wennen aan de stem van Jessie Stein.
Ik heb Too Beautiful To Work wel een paar keer moeten draaien om echt tot de muziek door te dringen, maar dan ontdek je wel de mooie momenten van het album.
When I Am a Woman is overigens afkomstig van de single die de band onlangs samen met Twin Sister uitbracht.

Hier zijn de Luyas te zien:
23 april Vera, Groningen
24 april Ekko, Utrecht
12 mei Doornroosje, Nijmegen
13 mei Melkweg, Amsterdam
15 mei De Spot, Middelburg

In Amsterdam en Nijmegen speelt de band in het voorprogramma van The Dodos.

MP3 The Luyas – When I Am a Woman

Indrukwekkend nieuw werk van Snailhouse


Een nieuwe plaat van Snailhouse is altijd weer reden voor een klein feestje bij Ketelmuziek.
Mike Feuerstack, de man achter Snailhouse, maakt prachtige muziek en het is onbegrijpelijk dat het hem maar niet lukt daarmee een groter publiek te bereiken.
Het nieuwe album Sentimental Gentleman is weer van grote klasse.
Ik heb het album nu een paar keer gedraaid en ben absoluut onder de indruk. Mike Feuerstack zal met Sentimental Gentleman de koers van de popgeschiedenis niet gaan veranderen. Dat zal ook zeker Mike’s bedoeling niet zijn.
De CD bevat tien prachtige songs zonder echte uitschieters. Songs als Great Storytellers, Daydream
en Valley of Tears zijn mooi opgebouwd en Feuerstack zingt beter dan ooit.
Arcade Fire’s drummer Jeremy Gara hielp mee met de productie van de plaat en we horen Angela Desvaux terug in tenminste een song.
Snailhouse is in april en mei op tournee in Europa, maar de band reist met een grote boog om Nederland heen. De band is wel in Gent te zien op 24 april. Ze treden dan op in Café Video.
Sentimental Gentleman is een prachtige aanvulling op een toch al zo indrukwekkende werk van Snailhouse.
Als je je overigens nu abonneert op de mailinglist van Snailhouse stuurt Mike je digitaal een ‘best of’, met songs van zijn vorige albums. Zo’n aanbod kun je toch aan je neus voorbij laten gaan?

MP3 Snailhouse – Valley of Tears

Welkom in de wereld van I Am Oak


Als je wel eens een concert bezoekt in ons land is de kans groot dat je het Utrechtse I Am Oak live aan het werk gezien hebt. De band was op festivals als Noorderslag en Crossing Border te zien en deed voorprogramma’s voor acts zo divers als de Isbellls, Junip en Dirty Projectors.
On Claws van I Am Oak is voor mij een van de muzikale verrassingen van vorig jaar.
On Claws klinkt verstild, intiem, ontroerend.
Thijs Kuijken, de man achter I Am Oak, zet deze sfeer door op zijn nieuwe album met de mooie titel Oasem. In de tekst die de platenmaatschappij heeft aangeleverd lees ik dat ik Oasem uit moet spreken als het Engelse woord ‘awesome’ en dat Oasem ‘adem’ betekent in het Brabantse dialect.
Hoe dan ook, Kuijken nam het album thuis in Utrecht op en Oasem klinkt zo mogelijk nog minimaler dan On Claws.
Het album bevat mooie bijna hypnotiserende songs als I, Ocyaan en Curt.
Dit zijn songs waarin je de stilte terughoort. Thijs houdt het geluid van Oasem zo minimaal dat kleine dingen zoals de wonderschone vocalen van Aino Vehmasto, een van de dames van The Secret Love Parade, in Distances II je opvallen. De banjo die zo’n belangrijke rol speelde op het debuut On Claws
komt om de hoek kijken in het instrumentale en licht dreigende Island II
Oasem komt op 13 mei uit bij Snowstar Records en is in één woord prachtig.
Thijs Kuijken toert alsof zijn leven ervan afhangt en de komende periode is hij hier te zien:

30 april Muziekodroom, Hasselt, BE
13 mei Kumulus Theater, Maastricht
19 mei Roepaen, Ottersum
20 mei Simplon, Groningen
22 mei De Balie, Amsterdam
25 mei Café Video, Gent, BE
26 mei 013, Tilburg
29 mei Tivoli De Helling, Utrecht

MP3 I Am Oak Giant

Freedom’s overrated anyway


In je gedachten zie je Aidan Moffat zitten aan een tafeltje in zijn favoriete café in het Schotse Falkirk, in ‘the nearest pub to the crematorium’. Een opschrijfboekje en een Guinness bij de hand.
Het kan niet anders dan dat de teksten voor Everything’s Getting Older op deze manier zijn ontstaan.
De man van Arab Strap laat op dit album weer mooie bespiegelingen horen. Bill Wells zorgt voor de jazzy begeleiding, met veel piano en enkele prachtige strijkersarrangementen.
Het album is overwegend ingetogen en somber. Alleen in (If You) Keep Me In Your Heart springt Moffat even uit de band. Hierin komen ook Stevie Jackson van Belle & Sebastian en Isobell Campbell als celliste langs.
Moffat is een aantal jaar geleden vader geworden. Aan het eind van And So We Must rest horen we het geluid van zijn slapende zoon. Het vaderschap komt ook terug in de tekst van Cages. ‘But these days it’s shopping lists and school loans, fungal nail infections, dish washer tablets and CBBC.’
Moffat eindigt deze song met de verzuchting ‘Freedom’s overrated anyway’.
De jonge vader houdt het aantal fuck’s overigens voor zijn doen beperkt en zingt in dat prachtige Schotse accent over het leven, liefde, de dood en natuurlijk ook een beetje over sex.
Everything’s Getting Older staat vol met prachtig cynische teksten zoals deze:
“Birth, love and death: the only reasons to get dressed up”.
Voor Aidan Moffat gaat het leven na Arab Strap gewoon door. Everything’s Getting Older is weer een prachtig album om nog‘ns goed voor te gaan zitten.

MP3 Bill Wells & Aidan Moffat- The Sadness in Your Life Will Slowly Fade

Seasons they change: oude en nieuwe "psychedelische" folk


Na Rob Young’s Electric Eden heb ik het iets minder dikke boek Seasons they change van Jeanette Leech over ‘acid and psychedelic folk’ gelezen. Er is overlap met Young ‘s boek als het gaat om de Britse folk, maar dat is geen bezwaar, omdat Leech ook veel aandacht besteedt aan Amerikaanse en Europese artiesten die zij onder de noemer psychedelische folk schaart. Het boek biedt een fascinerend en veelzijdig overzicht van op avontuur ingestelde folkartiesten in de periode die loopt van circa 1965 (Holy Modal Rounders, Donovan, Fairport Convention) tot nu (Devendra Banhart en Joanna Newsom, om de bekendste namen te noemen). Rode draad is de opkomst van een subgenre binnen de folk dat eind jaren zestig en begin jaren zeventig populair werd, om daarna grotendeels weer ondergronds te gaan en pas in de jaren negentig opnieuw in de belangstelling kwam te staan. In het afgelopen decennium is een enorme diversiteit binnen het genre zichtbaar geworden, onder meer door publicaties in het blad The Wire. Bands als Sunburned hand Of The Man, Matt Valentine’s Tower Recordings en MV & EE, Pelt en Charalambides werden enthousiast besproken (“the new weird America”). Deze en andere bands speelden regelmatig op festivals in België (Kraak) en Schotland (Instal, Le Weekend) en niet te vergeten op Dwars festivals van de VPRO. Ook Devendra Banhart en Joanna Newsom komen aan bod. Seasons they change is meer een gedegen naslagwerk dan een leesboek, omdat Leech elke folkartiest uit haar platencollectie lijkt te willen behandelen, wat tot een hoge informatiedichtheid leidt. Artiesten die vanaf de jaren negentig actief zijn komen bij haar ruimschoots aan bod, zoals David Tibet’s Current 93 (zijn Thunder perfect mind zag ik ooit in een Duitse platenzaak in de bak met dark ambient: what’s in a name), Tuung (elektronica en folk), The Memory Band, Espers, Jack Rose en Finse folk (Islaja en andere artiesten op het Fonal label). Ook Alasdair Roberts, Trembling Bells en Sharron Krauss, allen al eerder door ketelmuziek besproken, ontbreken niet. Zelfs Nederland wordt niet overgeslagen: Elly en Rikkert krijgen een vermelding met hun plaat Maarten en het witte paard uit 1973. En ik was verrast door de aanwezigheid van zangeres Sonja Kristina, bekend van de jaren zeventig band Curved Air met de hitsingle Back street luv. Zij maakte in 1990 het album Songs from the acid folk, waarop ook een akoestische versie van de Curved Air hit staat. Overigens is dit geen acid folk, maar prettig in het gehoor liggende folkpop. Het goede aan Seasons they change, dat genoemd is naar een song van Robin Williamson, samen met Mike Heron de kern vormend van de briljante Incredible String Band, is dat het je op het spoor van onbekende artiesten zet. Zo heb ik Pat Kilroy ontdekt: Light of day, zijn enige album uit 1966 loopt vooruit op het werk van Tim Buckley. Voorlopig ben ik nog wel even bezig met het luisteren naar de artiesten uit Seasons they change.

Motel Mozaique en de grote voorjaarsdepressie


Motel Mozaique valt bij mij vaak samen met de komst van de grote voorjaarsdepressie.
Zo is het een aantal keer voorgekomen dat ik wel een kaartje had geregeld voor het festival, maar er geen gebruik van heb gemaakt omdat mijn humeur niet al te best was.
Vorig jaar ben ik toch naar Rotterdam gereisd, maar na het zien van een overigens prima optreden van Benni Hemm Hemm in de houten kerk op het Schouwburgplein heb ik toch maar weer de trein naar Utrecht gepakt. Mijn hoofd stond simpelweg niet naar een festival.
Dit jaar heb ik misschien voor het eerst een editie van Motel Mozaique volledig meegemaakt.
Mijn humeur was heel aardig, vroeg me niet waarom. En het is me gelukt om de eindeloze rijen, de plaag van het festival, te vermijden.
Zo was het me gelukt om zaterdag gelukt om een prima zitplaats te bemachtigen in de Schouwburg. Van daaruit had ik vrij uitzicht op Belle and Sebastian. Maar eerst moest ik José González nog uitzitten, die als een soort voorprogramma voor de band van Stuart Murdoch fungeerde.
Gonzalez trad op met The Gothenburg String Theory, een orkest met zo’n twintig leden.
Het klonk goed, maar de stem, de liedjes en uitstraling van González zijn toch te mager om te boeien, ook al heeft hij een flink orkest achter zich. Het voelde alsof je een geurtje uit de uitverkoopbak van de Kruidvat inpakt in de slingers en franje van Douglas.
Belle and Sebastian was uitstekend. Zo hier en daar misschien wat gladjes, maar het was echt een feest de band weer te zien.
De vrijdagavond bracht ik door in de Gouvernestraat. Ik zag er een prima optreden van Josh T Pearson en pikte nog wat mee van de show van James Vincent McMorrow.
Ik was best gecharmeerd van zijn album Early in the Morning, maar live kwam de man wat mij betreft niet helemaal uit de verf.
Motel Mozaique 2011 begon voor mij mooi met Shugo Tokumaru. De Japanner lijkt in een volledig eigen muzikaal universum te leven. Zijn CD’s zijn speels, soms kinderlijk
Shugo (foto) trad op met een fantastische jazzy drummer en een meisje dat accordeon speelde, wat keyboards bediende en tussendoor ook nog iets met percussie deed. Shogu zat tussen hen in, zong, speelde gitaar en werkte met samples. Hij voelde zich blijkbaar thuis- hij was blootsvoets.
De songs zijn allemaal in het Japans, dus tekstueel is het voor mij wat moeilijk te doorgronden.
Maar muzikaal was het prachtig- verrassend, meeslepend, ontroerend.
Shugo wilde even aandacht besteden aan de ramp in Japan, maar zijn Engels is blijkbaar niet goed genoeg voor een korte overpeinzing. Hij probeerde het wel, maar stopte al snel en schakelde vervolgens over op zijn versie van Video Killled The Radio Star. Al klonk het uit zijn mond meer als Video Killled The Ladio Star. Zijn optreden was voor mij samen met de show van Belle and Sebastian het beste van Motel Mozaique 2011.
Tokumaru’s meest recente album is Port Entropy uit 2010. Tracking Elevator is te vinden op deze CD.

MP3 Shugo Tokumaru – Tracking Elevator

Frisse en goedgemaakte pop van Mount Moriah


Lang geleden schreef ik iets over Un Deux Trois. Heather McEntire, Jenks Miller en Maria Albani maakten één EP en de vier songs van die EP zijn nog altijd een feest om te horen.
De songs zijn even simpel als efficiënt en tegen de verleiding in stem van Heather kan ik niet op.
Al snel verdween Un Deux Trois van de radar. Op de Myspace van de band gebeurt al heel lang niets en ook op site van het label was geen nieuws te lezen over de band.
Totdat ik onlangs een mailtje kreeg van Mount Moriah. Dit is de nieuwe band van Heather McEntire. Samen met Jenks Miller en met de hulp van leden van de Bowerbirds en St. Vincent maakte Heather weer een erg fijn plaatje. Het geluid is nog altijd uitgekleed tot op het bot, maar met Mount Moriah schuift Heather McEntire iets meer op richting de Americana.
De CD bevat een handjevol uitstekende songs en Heather McEntire klinkt beter dan ooit.
Mount Moriah gaat de muziekhistorie niet veranderen met dit album. Maar ik sta altijd wel open voor een portie frisse en goedgemaakte pop.
Het is goed dat Heather McEntire weer terug is.

MP3 Mount Moriah – Only Way Out

Variatie troef op het World minimal music festival 2011


Liefhebbers van minimal music konden van 30 maart tot en met 3 april terecht in de concertzaal en het festivalcafé van het Muziekgebouw Aan het IJ. Hier stonden de gevestigde namen en de aanstormende generatie naast elkaar op het programma. In de grote zaal vond het officiële gedeelte plaats met de componisten van de eerste generatie (Steve Reich, Terry Riley, La Monte Young, Philip Glass, Michael Nyman en Gavin Bryars) en in het festivalcafé verzorgden het muziekblad Gonzo (circus) en Viral Radio de muziek, met gratis optredens van onder meer Machinefabriek, Wouter van Veldhoven en Thomas Ankersmit (foto). Dat zorgde voor boeiende klanken, zoals het stuk van Koen Nutters voor papier en bas. Door op vier plekken achter een microfoon papier te verfrommelen kregen de bezoekers op het bovendek een op elektronisch geknisper lijkend geluid te horen. De laag gestreken bastonen zorgden voor een puls zodat een ambient sfeer ontstond, met als extraatje glasgerinkel en geroezemoes op de begane grond. Er gebeurde in de drie dagen dat ik er was (31 maart en 1 en 2 april) teveel om op te noemen, maar dat was ook het aardige: zappend van het festivalcafé waar je in een luie stoel kon luisteren naar een set van Wouter van Veldhoven (elektronica, melodica en taperecorder), en een circular breathing perfomance van saxofonist Thomas Ankersmit, naar een interactieve installatie van Marion Tränkle in de BAM-zaal (the pulse of the wait, waar de bezoeker een metronoom moest opwinden, waarna op een beeldscherm getallen verschenen, oplopend van 1 tot boven de 600 in steeds wisselende aantallen) en een speciaal concert van Nik Bärtsch‘ Ronin in het BIMhuis. Zijn band was uitstekend ingespeeld en wist moeiteloos om te schakelen van verstilde ECM jazz naar meer funkachtige ritmes. Erg knap, maar gek genoeg minder persoonlijk en indringend dan stukken als Reich’s Tehellim of Bryars’ Sinking of the Titanic. De grootste verrassing was de muziek uit Kameroen die op verschillende avonden te horen was. In een bewerking van Arnold Marinissen klonken de traditionele stukken als minimal music avant la lettre, zoals het programmaboekje terecht constateert. Fraaie minimale klanken uit de eerste helft van de twintigste eeuw die nog niets van hun vitaliteit hadden verloren en mooi pasten tussen de stukken van Julia Wolfe, Joey Roukens en Steve Reich. Roukens’ stuk, Scenes from an old memory box, leek meer op Gershwin (An American in Paris) en Bernstein (West Side Story) dan op de ‘strenge’ stukken van Reich en Glass, en toonde fraai aan je met de omschrijving ‘minimal music’ alle kanten uitkunt. Wolfe had sterke ritmische muziek gemaakt bij een oude zwart-wit film over boksers van Charles Dekeukeleire. Het meest minimale stuk op het festival was voor mij 461 for Henry Flint van La Monte Young. Reinbert de Leeuw speelde op de piano 461 keer hetzelfde cluster van noten met aanzienlijke kracht, een ware tour de force. Toch hoor ik liever Morton Feldman (Piece for four pianos), waarmee het zaterdagavondconcert werd besloten. Een stuk dat aantoont dat ‘less is more’. Een toepasselijke omschrijving voor een geslaagd festival.