Jon Langford weet van geen ophouden


Als ik in Austin, Texas ben kom ik vroeg of laat altijd wel weer terecht bij de Yard Dog, een fantastische galerie.
Het is heerlijk om daar een beetje rond te kijken en vooral de schilderijen van Jon Langford zijn elke keer weer een lust voor het oog.
Wat zou ik toch graag een van zijn schilderijen van de groten uit country of folk aan mijn muur hebben.
Voorlopig beperk ik me maar tot de ontwerpen op de hoezen van de CD’s van Jon Langford.
Zoals de afbeelding op Old Devils, Langford’s nieuwste plaat.
Langford is al ruim dertig jaar actief in de muziek, Aanvankelijk met de legendarische Mekons, na zijn verhuizing naar Chicago met de Waco Brothers, Pine Valley Cosmonauts en nog wat andere los vaste samenwerkingsverbanden.
Als je naar Old Devils luistert kun je alleen maar concluderen dat Langford nog altijd in topvorm is. Old Devils is misschien net iets minder fel dan op zijn eerdere albums of het werk van de Waco’s.
Maar de man is zeker niet getemd. Langford komt nog steeds luid en duidelijk voor zijn mening uit, maar muzikaal kiest hij voor een net iets subtielere aanpak.
Dat levert uitstekende songs als Book of Your Life, Getting Used To Usefulness, Luxury en Haunted op.
Langford laat zich begeleiden door zijn nieuwe band Skull Orchard, waarin we overigens gewoon wat Waco Brothers en een bandlid van de Zincs aantreffen Natuurlijk wijkt ook nu Sally Timms niet van de zijde van Langford. Zelfs Andre Williams kom nog even langs in Pieces of The Past, al maak je mij nooit zo blij met Williams.
Laten we hopen dat Langford nog jaren platen met het niveau van Old Devils mag uitbrengen.
En ik spaar gewoon nog even door voor een van die prachtige schilderijen.

MP3 Jon Langford & Skull Orchard – Book of Your Life

Ketelmuziek dit jaar gegarandeerd niet op Lowlands


Je hebt het misschien al opgemerkt, maar op Ketelmuziek viel tot nu toe niets te lezen over Lowlands. Geen vooruitblik, geen tips met welke bands je echt niet mag missen, geen terugblik.
Ik voel me simpelweg niet zo thuis op dat soort grote buitenfestivals.
Het is me te massaal, als ik er ben regent het gegarandeerd en ik moet er niet aan denken om weer ‘ns in een tentje te slapen. Natuurlijk zou ik The XX graag weer ‘ns willen zien. Of The National. Maar Lowlands heeft me vooral veel te bieden dat ik niét wil zien.
Peter zit nu in Schotland om daar voor Ketelmuziek nieuwe bandjes te ontdekken en ik ben vandaag gewoon thuis.
Ik lees Everything, het prachtige nieuwe boek van Kevin Canty, bekijk wat afleveringen van Arrested Development en schrijf mijn recensies.
Zoals van de nieuwe plaat van David Dondero. Dondero lijkt bezig aan een eindeloze tournee.
De moed zakt me al in de schoenen als ik zijn tourschema zie.
Tussen het optreden door heeft hij ook nog tijd om albums op te nemen. #Zero With a Bullit is zijn zevende plaat
Dondero’s stem en dictie hebben wel wat weg van die Conor Oberst, al zal dat voor veel mensen geen aanbeveling zijn.
Maar meer dan Oberst stopt Dondero zijn songs vol met invloeden uit folk, country en blues.
#Zero With a Bullit komt overigens uit op Team Love, het label van Conor Oberst.
David Dondero zingt over het eindeloze op weg zijn, een onderwerp waarover hij natuurlijk veel te vertellen heeft. Een song als Job Boss gaat dan weer over mensen aan de onderkant van de samenleving.
Als je goed luistert kom je prachtige tekstfragmenten tegen als “Can’t afford a therapist / every time I have to get depressed.”. Of over zijn “carrière”: “Got lost on the road/ No records got sold/ Number Zero with a bullet, think you already know it/ I sure hope I don’t blow it.”
Opvallend is dat Dondero in september naar Europa komt, maar jammergenoeg met een grote boog om ons land heen reist. Hij doet wel twee optredens in België.
Er moet toch een plekje in z’n agenda te vinden zijn voor een Nederlandse show. Welke programmeur boekt hem? Een hotel is niet nodig. Dondero slaapt wel in de huurauto-dat is hij gewend.

MP3 David Dondero – It’s Peaceful Here

Over platenlabels en Kendl Winter


Hoe vind je je een weg door de eindeloze stroom nieuwe interessante bandjes en niet-te-missen releases? Dat is een vraag die me vaak bezighoudt.
Natuurlijk kun je je laten leiden door Pitchfork, Popmatters, The Wire of 3voor12.
En misschien zelfs door Oor.
Ik kan natuurlijk alleen voor me zelf spreken.
Bijna dagelijks lees ik Popmatters en Pitchfork, loop regelmatig interessante blogs als Songs Illinois, Stereogum, Skatterbrain en Gorilla vs Bear langs. Bovendien ben ik geabonneerd op mails met release nieuws van Insound, Darla, Parasol en een hele reeks labels.
Al jaren grijp ik me vast aan labels, Als Secretly Canadian, Dead Oceans, Yer Bird, Merge of Matinee het uitbrengt is het bijna altijd interessant voor me.
Ik kan me nog goed herinneren dat ik bijna 25 jaar geleden de debuut LP van Martin Stephenson bij de Plato in Utrecht zag staan. Ik kende Stephenson natuurlijk niet, maar met een snelle blik zag ik dat de plaat door Kitchenware werd uitgebracht, het label dat ook verantwoordelijk was voor veel van het moois van Prefab Sprout.
Natuurlijk kocht ik de plaat van Martin Stephenson, ook al bleek zijn werk niet de eeuwigheidswaarde van dat van Prefab Sprout te hebben.
Nog altijd ben ik gefixeerd op labels. En dus nam ik bij K Records een abonnement op K Sngles Zip Pack.
K Records brengt fijn werk uit van Mirah, Lake en Jason Anderson.
Elke week krijg ik een mailtje van het label uit het Noordwesten van de USA met daarin wat digitale muzikale verrassingen.
Tot nu toe viel het een beetje tegen wat K Records te bieden had, moet ik eerlijk zeggen. Al maak je me altijd blij met nieuw en exclusief werk van Mirah of Fred Thomas.
Onlangs verraste het label me met wat nummers van Kendl Winter. Ik schreef al eerder over Kendl en raak steeds meer overtuigd van haar talenten.
K Records brengt in oktober haar debuut Apple Core opnieuw uit.
Shades of Green is een iets ouder nummer van Kendl en is exclusief voor de abonnees van het K Sngles Zip Pack. En nu dus ook voor de Ketelmuziek lezers.

MP3 Kendl Winter – Shades of Green

Rick Alverson debuteert als regisseur met The Builder


Rick Alverson maakte met Drunk en Spokane een paar erg mooie melancholische platen. Alverson is zeker geen getalenteerd zanger, het blijft wennen aan zijn licht trillende stem, maar Alverson wist wel altijd een mooie sfeer neer te zetten.
Alverson is van muziek overgestapt op film en The Builder, zijn regiedebuut, is nu verkrijgbaar op DVD.
The Builder ziet er, simpel gezegd, uit als een typische Amerikaanse indie film. De film is redelijk traag en de cameravoering is zo hier en daar gewaagd.
Alverson maakt veelvuldig gebruik van ‘blank frames’ waardoor de film meer het karakter van een serie fragmenten krijgt dan van een doorlopend verhaal. Het verhaal is in een paar zinnen te vertellen. Colm O’Leary vat het plan op om zelf een huis te gaan bouwen, op een korte afstand van New York City. We zien hem ploeteren in weer en wind, het huis begint vorm te krijgen, maar Colm raakt in geldnood en moet aan de slag als bordenwasser in Richmond, Virginia.
Vrienden, vriendinnen en familie van de hoofdpersoon komen langs in The Builder, maar Colm O’Leary draagt de film. Hij is bijna constant in beeld en zet een bijzondere prestatie neer.
De bijna documentaire stijl van The Builder doet denken aan het werk van de broertjes Dardenne, al gaat het bij Alverson minder om het verhaal. Maar de film roept bij mij ook herinneringen op aan het vroege werk van Jim Jarmush.
Het kostte me soms moeite om mijn aandacht bij The Builder te houden. De film is traag en het verhaal stelt weinig voor. Maar de sfeer, de intense manier van filmen en vooral het spel van O’Leary maken dat de film wel onder de huid gaat zitten.
Als een soort bonus hebben Sharon van Etten, Califone en Samamidon nog een nummer opgenomen geïnspireerd op de film. Deze songs zijn niet te horen in de film.
Alverson heeft zijn nieuwste film af. De titel is New Jerusalem en Will Oldham speelt er een rol in. Klinkt interessant.

MP3 Samamidon met Colm O’Leary – Cabin In The Corner

Zomerpost: de nieuwe Yeti


Ketelmuziek heeft al een hele tijd geen aandacht besteed aan Yeti, het muziektijdschriften in boekvorm. Hoog tijd dus voor een stukje over de nieuwe Yeti die ik deze week in mijn brievenbus aantrof. De twee vorige nummers heb ik gemist, maar deze, de negende editie, zag er in de aankondiging veelbelovend uit, met een Alasdair Roberts interview, Maryanne Amacher, de geluidskunstenares die bekend is van haar ‘third ear’ muziek, Tuli Kupferberg van The Fugs en als altijd een CD met opnames van Pip Proud (een Australische singer-songwriter die debuteerde in de jaren 60), swampsoul van Bobby Charles, een cover van (I’m always touched) By your presence dear door The Art Museums, oude Indiase muziek en nog veel meer vaak onbekende en ronduit obscure bands uit Portland en de rest van Amerika. De tekening in dit nummer spreken mij wat minder aan, maar het geheel is weer inspirerend en aanstekelijk en ditmaal gestoken in een feloranje omslag. De redacteur van Yeti, Mike McGonigal, heeft ook een bijzonder informatief boek(je) geschreven over het album Loveless van My Bloody Valentine in de serie 33⅓. Dat is een echte aanrader. Andere albums in deze gevarieerde reeks zijn onder meer Another green world (Brian Eno), Meat is murder (The Smiths, geschreven door Joe Pernice), If tou’re feeling sinister (Belle And Sebastian), Exile on Main St. en Pet sounds.

Your beautiful mouth is filled with terrible teeth


Wat is het leven toch heerlijk eenvoudig als je je geen mening hoeft te vormen over de nieuwe CD van Arcade Fire. Zo verdoe ik ook geen tijd met het aangaan van discussies over de merites van The Suburbs.
In plaats daarvan kan ik op ontdekkingstocht gaan naar interessante acts die niet zoveel aandacht krijgen als de band van Win Butler.
Zo kwam ik tijdens het opschonen van mijn mail, echt zo’n klus voor de zomer, een berichtje tegen van Radio Khartoum over een album van Cavil. De plaat werd omschreven als “Swims somewhere in the same sea with Ben Watt’s North Marine Drive or Beaumont’s No Time Like the Past. A melancholy, almost spiritual album.” En zo heb je snel mijn aandacht.
Mares’ Tails van Cavil is een plaat om heerlijk bij weg te dromen. De muziek van de band van Gareth Cavill heeft overeenkomsten met de sound van At Swim Two Birds, al is Cavil duidelijk minder pretentieus en somber. De plaat staat vol met heerlijk lome songs als Therese, Clumsy Hands en These Things
Je hoort de nylon snaren van de gitaar, brushes, zo hier daar wat schaarse percussie en de laid back stem van Cavill. Mares’ Tails heeft wel de neiging om rustig door te kabbelen, maar dan haalt Cavill de luisteraard wel weer bij de les met een zin als ‘Your beautiful mouth is filled with terrible teeth’
Afsluiter Small Moments geeft een mooi beeld van Gareth Cavill en zijn werk. Met slechts een piano op de achtergrond mijmert Gareth over kopjes thee, regenachtige dagen, een vrije Goede Vrijdag en een bezoekje aan de supermarkt. ‘There’s nothing much spectacular in my life- just great little moments that make it all worthwhile’. Daar komt het op neer.
Prachtig slot van een bijzondere plaat.

MP3 Cavil – These Things

Folk Music For What Lies Ahead


De nieuwste verzamelaar van Yer Bird heet Folk Music For What Lies Ahead.
Met eerder verzamelaars heeft Yer Bird al aangetoond over ene fijne neus te bezitten voor interessante nieuwe acts.
Zo bevatte Folk Music For the End of the World een mooie selectie van niet eerder uitgebrachte tracks van Hayden, J. Tillman en Oweihops.
Voor heet Folk Music For What Lies Ahead is de aanpak hetzelfde. Het album bevat een sfeervolle selectie van niet eerder uitgebracht werk van onder andere Sharon Van Etten, Matthew Ryan en Hezekiah Jones.
Ik heb wel ‘ns de indruk dat men in de USA meer overtuigd is van de kwaliteiten van onze eigen Black Atlantic. Ik zag de band eerder dit jaar een uitstekend optreden geven op SXSW en dan band uit Groningen duikt ook op op deze verzamelaar.
Yer Bird komt eigenlijk iets te vroeg met deze pracht plaat. Folk Music For What Lies Ahead bevat vooral ingetogen en sfeervolle songs die het bij een knapperend houtvuur in de winter beter zullen doen dan bij het zomerse BBQ. Dit is muziek die je zou kunnen beschrijven als ‘slowcoustic’, naar het weblog met dezelfde naam.
De plaat staat vol met prachtige nummers, waarbij ik vooral onder de indruk ben van de bijdragen van Lotte Kestner, Sharon Van Etten en van The Mountains & The Trees.
Maar ik heb gekozen voor iets van Strand of Oaks. De band heeft een nieuw album met de wat vreemde titel Pope Killdragon. Ik had veel van ze verwacht na de pracht van Leave Ruins.
Maar de nieuwe plaat is echt iets anders. De introspectieve momenten zijn gebleven, maar aangevuld met rock en prog. Na drie, vier keer draaien begint Pope Killdragon een beetje te wennen, maar ik hoor toch liever de Strand of Oaks van Little Wishes.

MP3 Strand of Oaks – Little Wishes

Over opruimwoede en Best Boy Electric


Het is zomer en tijd om de chaos te lijf te gaan. En dan heb ik het niet over de chaos in mijn hoofd, maar de chaos in mijn huis. Misschien herken je dat wel: de boekenkasten puilen ut, de kledingkast dreigt onder zijn eigen gewicht te bezwijken en overal kom ik stapeltjes met tijdschriften tegen. En het wordt steeds moeilijker om plek te vinden voor m’n CD’s. Waarom bewaar ik eigenlijk zoveel? Wat moet ik met een Cd-single van Elbow die ik een enkele keer draaide. Waarom heb ik twee exemplaren van Kerouac’s On The Road?
En waarom heb ik die jaargangen Veronica Magazine uit de vroege jaren ’80 altijd bewaard?
Het is dus hoog tijd om de bezem er door te halen. Ergens in een kast kom ik nog een stapeltje muziekcassettes tegen. Voor de jongere lezers: de cassette was een soort voorloper van de opneembare CD-R.
Ook de cassettes zijn in de vuilnisbak verdwenen, maar niet nadat ik de muziek digitaal via Emusic had gekocht. Het kostte me toch te veel moeite om echt afscheid te nemen van de muziek op die cassettes.
En dus luister ik nu, jaren na dato, weer eens naar het albums van Half Film, Drunk en Best Boy Electric. Die laatste band bracht één album uit in 1999, Songs of Latitude & Longitude.
Ik kon me herinneren dat Best Boy Electric iets met Low te maken had en dat blijkt te kloppen.
John Nichols, ooit bassist van Low, zit in Best Boy Electric en Alan Sparhawk produceerde de plaat.
Het geluid van het enige album zit wel erg dicht in de buurt van Low. Maar dan heb ik het over Low ten tijde van het debuut I Could Live in Hope.
‘There is a uniquely different approach to these songs that set them apart from John’s past band, which is comforting’ lees ik in een recensie over de vergelijking tussen Low en Best Boy Electric.
Maar 11 jaar later hoor ik het verschil nauwelijks. Best Boy Electric klinkt als Low, maar dan zonder Mimi.
Maar het is toch goed om dit vergeten plaatje weer ‘ns te beluisteren.

MP3 Best Boy Electric – Gravity