Viva Voce wordt Blue Giant


Er zijn een paar albums waar ik dit jaar erg naar heb uitgekeken. Naar het debuut van Mountain Men natuurlijk, naar een nieuwe plaat van de Innocence Mission en van Blue Giant. De eerste EP van het gezelschap, Target Heart, was destijds niet uit mijn CD-speler te branden.
Vorig jaar zag ik Blue Giant tijdens SXSW en het optreden was voor mij een van de verrassingen van het festival. Ook al had ik de EP al beluisterd, ik had niet verwacht dat er zo’n ijzersterke band op het podium zou staan. Het klonk alsof de Burrito Brothers waren opgestaan. Ik was even vergeten dat de leden van Blue Giant elk al een leven in de muziek achter de rug hebben. In Blue Giant tref je Kevin en Anita Robinson van Viva Voce aan met onder andere Chris Funk van de Decemberists.
Aan talent heeft Blue Giant geen gebrek.
In juli komt het eerste volledige album van de band uit en het is een opvallend goede plaat.
Ik ga hier niet beweren dat Blue Giant het album van het jaar heeft gemaakt. Daarvoor kent het album met iets te veel zwakke momenten, Bovendien kenden de echte liefhebbers songs als Clean The Clock, Blue Sunshine en Lonely Girl al van Target Heart. Ook al is de verrassing er een beetje af- het blijven natuurlijk sterke songs.
Maar When Will The Sun Shine?, The Void Above The Sky en Run Rabbit Run zijn heerlijke songs die het leven weer heel even zin geven.
Soms hangt de tegen de powerpop aan, dan weer helt Blue Giant meer richting de countryrock.
Sterke songs, de vocalen van Anita Robinson en Funk’s werk aan de steelgitaar maken dit een uitstekende plaat.
Bij Pitchfork kun je overigens het erg fijne duet tussen Kevin Robertson en Corin Tucker van Sleater-Kinney beluisteren.

MP3 Blue Giant – The Void Above The Sky

Holland Festival: Viktoria Mullova en Spiers & Boden


Dit jaar was de Gashouder op het terrein van de Westergasfabriek de plek waar een prachtig paviljoen was neergezet. Ontwerpster Zaha Hadid heeft het paviljoen met behulp van een enorm wit lint een capsule gemaakt. De ruimte biedt plaats aan ongeveer 200 mensen die in een cocon zitten samen met de muzikanten. Op de avond dat ik er was, speelde Viktoria Mullova twee Bach partitas (nummers 2 en 3) en de eerste sonate voor soloviool. Je had echt het idee in een huiskamer te zitten, zo dichtbij klonk alles. Ik had al een tijd niet meer naar Bach geluisterd, maar elke keer maakt zijn muziek indruk. Zijn solostukken zijn abstract en toch intens, zonder ooit maar enig moment sentimenteel te worden. De afstand tussen Mullova en het publiek is kleiner dan in een gewone concertzaal. Niet alleen vanwege de vorm van het paviljoen, maar ook is er nauwelijks sprske van een verhoogd podium. Dat zorgt voor extra betrokkenheid en de akoestiek is prachtig.
Iets heel anders tijdens het Holland Festival was te horen in het BIMhuis, waar, net als een paar jaar gelden, een avond met folkmuziek op het programma stond. Toen schitterde Devendra Banhart met zijn band en hun mix van nieuwe folksongs. Nu was Engeland aan de beurt met het duo Spiers en Boden. Nieuwe folk volgens het programma, hoewel ik vooral uitstekende traditionele folk hoorde, gestoken in een swingend nieuw jasje, dat dan weer wel. Slechts met behulp van fiddle, gitaar, melodeon en concertina wist het duo een vol geluid te creëren, ondersteund door een soort beatbox die met de voeten werd bespeeld. Gezongen nummers en instrumentals zoals reels, jigs en morris dansen wisselden elkaar af, de toelichtingen tussen de nummers waren onderhoudend en informatief, al met al een prachtige avond. Minpunten?Allen dat zij Swindon de saaiste stad van Engeland vonden. terwijl daar toch een van de beste Britpop combo’s vandaan komt: XTC. Echt bruisend is de deze provinciestad niet, maar wat had John Spiers en Jon Boden belet om een swingende cover in folkstijl van XTC te spelen? Dat zou pas nieuwe folk zijn!

Lissie lost de hoogspannen verwachten niet in.


De eerste reacties op het album van Lissie zijn niet al te best.
Een van de Britse bladen is van mening: ‘Here’s a curious thing: how could this Illinoisan debutant create an evocative blues-infused EP, Why You Runnin, one year and produce an album lumbered with careerist country pop the next?’
Een andere krant formuleerde het zo: ‘As a country-folk songwriter with a bit of rust and regret in her voice, she has her moments, but she’s equally capable of the kind of drivetime blandness that endeared Sheryl Crow to America’s AOR radio programmers.’
Ik ben bang dat ik het met de schrijvers eens ben. Ik had veel verwacht van Lissie’s debuut.
Haar EP Why You Runnin’ is prachtig en haar optreden tijdens SXSW dit jaar was indrukwekkend.
Wat is er fout gegaan bij Catching A Tigre?
Als schuldige wordt producer Jacquire King aangewezen. Hij werkte eerder met een eindeloze lijst artiesten, van Tom Waits tot de Kings of Leon en van Norah Jones tot Modest Mouse.
Een van de dingen die van Catch a Tiger zo’n tegenvaller maken is inderdaad de productie.
King smeert de songs vol en ik krijg uitslag als het jaren ’80 arrangement van Cuckoo hoor dat vervelende herinneringen oproept aan Pat Benetar en andere zangeressen met meer haar dan talent. En de obligate gitaarsolo in Stranger kan anno 2010 absoluut niet meer.
De songs zijn, op een paar uitzonderingen na, vlak en missen spanning.
Wat Catch A Tiger nog een beetje overeind houdt is de imposante stem van Lissie, die hier terecht volop de ruimte krijgt.
Om de luisteraar te laten weten dat Lissie het wél kan zijn een paar tracks van haar EP Why You Runnin’ toegevoegd aan Catching a Tiger. Maar die benadrukken alleen nog maar de hoe overgeproduceerd, glad en vlak de nieuwe songs klinken.
Lissie gaat ongetwijfeld een prachtige toekomst tegemoet. Catch a Tiger komt uit bij een groot label, dat het album flink zal pushen. Lissie ziet er uit als een fotomodel en de plaat bevat een handvol nummers, zoals When I’m Alone en Stranger, die het uitstekend op de mainstream radio zullen doen.
Maar als Lissie deze koers aanhoudt haak ik af.
Bij gebrek aan beter grijp ik toch weer terug op Lissie’s EP. Oh Mississippi duikt ook weer terug op Catch a Tiger.

MP3 Lissie – Oh Mississippi

Ook Frontier Ruckus komt met een nieuw album


Op 26 mei speelde Frontier Ruckus in de bovenzaal van Paradiso. De band uit Michigan gaf een gedreven optreden voor een helaas maar matig gevulde zaal.
Ik had een beetje gehoopt dat de band exemplaten van het nieuwe album bij zich zou hebben, maar dat was niet het geval. Ik moet nog even op de plaat wachten.
Deadmalls & Nightfalls komt pas over een maand uit bij Ramseur Records.
Op de site van de band zijn al wat nummers te beluisteren en die klinken veelbelovend.
Deadmalls & Nightfalls verschilt in sfeer niet zo heel van de voorganger Orion Songbook. Net als Orion Songbook is het een ijzersterke plaat met uitstekende songs,
Accordeon, zingende zaag, de banjo van David Winston Jones en de prachtige stem van Matthew Mila bepalen het geluid van de band.
Warm aanbevolen, dus.

MP3 Frontier Ruckus – Nerves of the Nightmind

De foto is overigens van Guus Krol

Jeffrey Luck Lucas doet niet aan PR


Of je er nu zin in hebt of niet- als muzikant ontkom je er niet aan om iets aan marketing en PR te doen.
Je kunt via Myspace, Twitter of een mailinglist proberen een band met de fans op te bouwen.
De site moet er natuurlijk goed uitzien en interactief zijn en het is altijd een goed idee om bloggers te bestoken met MP3-tjes en digitale albums.
En vergeet ook niet de “papieren”pers, oftewel de ‘dead tree press’. Ook die jongens zijn altijd blij met een promo-exemplaar van een nieuw album.
Jeffrey Luck Lucas trekt zich heel eigenwijs niets aan van deze PR-activiteiten. Hij heeft een mailinglist, maar deze ziet eruit alsof de tijd stil heeft gestaan. Hij is niet te vinden op Twitter of Myspace. Gelukkig ziet zijn site er sinds kort iets aantrekkelijker uit.
Jeffrey bracht onlangs weer ‘ns een nieuw album uit, The Lion’s Jaw. Het is zijn derde plaat sinds 2004. Erg productief kun je hem dus nauwelijks noemen. Maar wat hij maakt is telkens weer prachtig.
Zijn albums zijn stuk voor stuk somber, blinken uit in hun donkere sfeer. “sad bastard music”- zo zou je het kunnen noemen,
Jeffrey fluistert zijn vocalen en strijkers benadrukken de sombere en zo hier en daar dreigende sfeer.
Mij doe je erg veel plezier met een album als The Lion’s Jaw. Al snak zelfs ik wel eens naar een lichtpuntje alsik de plaat beluister. De sfeer van The Lion’s Jaw is vanaf begin tot eind somber en onheilszwanger. Variatie is niet het sterkste punt van The Lion’s Jaw.
Dit album heeft overigens zo lang op de plank gelegen dat Jeffrey alweer een nieuwe plaat klaar heeft liggen. Als het goed is komt deze later dit jaar uit.
The Lion’s Jaw is een absolute aanrader voor de fans van de Willard Grant Conspiracy en het vroege werk van de Tindersticks.

MP3 Jeffrey Luck Lucas – King of One Night Stands

Een waardig eerbetoon aan Songs for Beginners


Ik ben er weer ‘ns ingetrapt: ik heb weer een tribute album gekocht.
Maar deze keer is het wel een erg mooie. Be Yourself is niet alleen een tribute met songs van Graham Nash. Het is zelfs een eerbetoon aan het album Songs for Beginners van Nash.
Alle songs van het album komen langs, zelfs in dezelfde volgorde als op het vinyl.
Grass Roots Records is er in geslaagd een indrukwekkende lijst met artiesten warm te krijgen voor Be Yourself.
Zo kom je Vetiver tegen, maar ook Port O’Brien, Alela Diane, Robin Pecknold van Fleet Foxes en Brendan Benson. Bonnie Prince Billy lijkt op geen enkele tribute te mogen ontbreken en is nu dus ook van de partij.
Ik moet eerlijk bekennen dat ik het origineel niet erg goed ken. Schandalig natuurlijk, een hiaat in mijn muzikale opvoeding. Ik geef het toe. Maar Be Yourself bevalt me erg goed. Het album zakt een heel enkele keer wat in, maar over het algemeen zijn de bijdragen ijzersterk. Muzikaal varieert de sfeer van het pastorale Sleep Song van Mariee Sioux tot Chicago, waar Sleepy Sun een psychedelische rocker van maakt.
De Spaanstalige bijdrage van Will Oldham, de song van Vetiver en Port O’Briens’s versie van Military Madness bevallen mij eigenlijk nog het beste. Minder blij ben ik met de songs van Nile Nash. Het is natuurlijk leuk om de dochter van Graham Nash aan boord te hebben Maar haar stem valt wel erg in het niet bij zoveel talenten om haar heen op één album.
Na Be Yourself krijg ook ik trek om Songs for Beginners ‘ns echt goed te gaan beluisteren.

MP3 Alela Diane – There’s Only One

Roy Harper en Joanna Newsom in Amsterdam, 30 mei 2010


In een afgeladen RABO-zaal van De Melkweg betrad een grijze man in een wit overhemd het podium. Gezeten voor de mooi uitgelichte harp van Joanna Newsom pakte hij afwisselend een van de twee akoestische gitaren om zijn 40 jaar oude songs te spelen. Het publiek is muisstil en of dat nu komt omdat iedereen een zitplaats heeft of omdat de muziek zo boeiend is, zou ik niet meteen weten. Waarschijnlijk beide. Roy Harper, de 68-jarige Britse folkzanger, begon met een anti-oorlogssong (One man rock and roll band) waarin hij meteen zijn kracht demonstreerde: een vol, orkestraal gitaargeluid en heldere zang met hoge uithalen die van enige galm werden voorzien. Waarschijnlijk niet ieder’s cup of tea, maar van mij mag het (graag zelfs). Andere sterke uitvoeringen volgden, Another day (ook opgenomen door This Mortal Coil in de jaren 80) en Me and my woman, met onorthodox gitaarwerk en opnieuw gepassioneerde zang. Jammer genoeg speelde hij niets van zijn “rock”album HQ uit 1975, waarop gitaristen Chris Spedding en David Gilmour excelleren en Bill Bruford achter het drumstel zit. Maar wat hij anno 2010 liet horen was meer dan ik had gehoopt. Roy was zelf niet helemaal tevreden maar het publiek dacht daar anders over, en terecht. Na de pauze was het de beurt aan Joanna Newsom, waar iedereen in de zaal natuurlijk voor was gekomen. Zij is een grote fan van Roy Harper, wat vermoedelijk te maken heeft met zijn barokke folksongs en de soms gedurfde arrangementen van David Bedford. Newsom heeft met Van Dyke Parks gewerkt, ook een arrangeur die het avontuur niet schuwt. Newsom sprintte het podium op en gaf een wervelend optreden dat een dermate hoge graad van perfectie kende dat het bijna griezelig was. Er hoefde zelfs niet eens halverwege gestopt te worden om de harp te stemmen (een saaie bedoening aldus Joanna) en ook haar flesje water gooide ze niet om. Zij speelde vrijwel alleen nummers van haar laatste album Have one on me, afwisselend op de harp en de piano, ondersteund door een uitstekende band, bestaande uit twee violisten, een trombonist, een drummer/percussionist en een gitarist die ook fluit en andere snaarinstrumenten bespeelde. Vooral de drummer liet onwaarschijnlijke ritmes en geluiden horen, subtieler hoor je het zelden. Dit is nu al een van de top 10 concerten van het jaar. Applaus ook voor het publiek dat de hele avond niets van zich liet horen. Dat maak je zelden mee.

MP3 Roy Harper – Another Day

Sombere klanken voor zomerse dagen


Buiten is het een stralende dag, maar ik zit binnen en luister naar melancholische pop.
De release van het debuut van Ghosts I’ve Met had voor mij dus niet op een beter moment kunnen komen.
De EP met de mooie titel Payphone Patience bevat vijf prachtige songs en is nu digitaal te verkrijgen via Yer Bird. Yer Bird is zo’n label dat niet veel uitbrengt, maar wat ze uitbrengen is bijna altijd de moeite waard.
Ghosts I’ve Met, de band van Sam Watts, maakt verzorgde, ingetogen pop met mooie strijkers.
De stem van Watts is prachtig en de vijf songs van de EP zijn stuk voor stuk raak.
Payphone Patience is een fijne ingetogen plaat en echt een aanwinst.

MP3 Ghosts I’ve Met – Payphone Patience