Shannon Stephens tekent voor dé re-realease van 2010


Het kost me altijd weer moeite om aan het eind van het jaar op de proppen te komen met een kandidaat voor de categorie “beste re-release van het jaar”. Ik ben nu eenmaal iemand die goed in de gaten houdt wat er vandaag, morgen en volgende week uitkomt. Muzikaal terugkijken doe ik weinig.
Maar over de re-release van 2010 ga ik niet meer twijfelen. Dat is namelijk de heruitgave van het debuut van Shannon Stephens.
Shannon bracht het album uit in 2000 De plaat was bepaald geen succes en Shannon verdween al snel uit beeld. Totdat Will Oldham haar weer onder de aandacht bracht door een song van Shannon te coveren op zijn album Lie Down In The Light.
Vorig jaar bracht Shannon het prachtige album The Breadwinner uit en nu is ze niet meer weg te denken. Ik had het geluk om haar in maart tijdens SXSW live aan het werk te zien en dat was indrukwekkend. Ook al speelde ze solo, de songs zijn even betoverend en hypnotiserend als op haar albums.
Shannon’s debuut staat nog altijd staat als een huis. Het is zeker geen recht-toe-recht-aan folk album. Daar zorgen het mooie gebruik van banjo en steelguitar wel voor. Het album bevat overwegend folky songs, maar Shannon geeft het experiment ook ruimte in Arrows (Reprise) en het erg fijne Panic swingt op een prettige manier.
De plaat komt in juli ut bij Asthmatic Kitty. De rerelease bevat ook nog twee bonustracks en is gestoken in nieuw artwork.

MP3 Shannon Stephens – Welcome To New York

Wil de echte Jim White nu opstaan?


Op 14 maart 2007 (ik heb het nagekeken) zit ik met een vriend in Austin, Texas in de Central Presbyterian Church. We zitten te wachten op het optreden van Nina Nastasia en Jim White. Zonder er eigenlijk bij na te denken gaan we er beide van uit dat dit de man is van Wrong Eyed Jesus en Transnormal Skiperoo.
Ik verheug met al op de uitvoering van Static On The Radio, waarin Nina Nastasia de rol mag overnemen die Aimee Mann op het album vervult.
Ik zag White eerder dit jaar tijdens SXSW optreden en inmiddels weet ik dat deze Jim White er uit ziet als David Byrne op leeftijd. Maar toen wist ik dat dus niet.
Ik keek verbaasd toen er een mannetje het podium opstapte en achter de drums plaatsnam.
Toen pas realiseerde ik me dat er dus meerdere Jim White’s rondlopen. De man op het podium is de Jim White van Dirty Three, de man die ook veel met Nick Cave speelde.
Toen Will Oldham vorig jaar in Paradiso optrad, misschien was je er ook bij, zat deze Jim White achter de drums en bewijs hij weer ‘ns een van de beste en meest inventieve drummers in de pop te zijn.
Het voorval uit 2007 schoot me te binnen toen ik naar Nina Nastasia’s nieuwe album Outlaster luisterde.
In veel opzichten wijkt Outlaster niet af van Nina’s eerdere werk. Ook nu zit Steve Albini weer achter de knoppen en Outlaster is even intens en eigenzinnig als bijvoorbeeld On Leaving en Run To Ruin.
Het zijn de werkelijk prachtige arrangementen van Paul Bryan die het album zo bijzonder maken.
Luister maar ‘ns naar Cry, Cry, Baby of You Can Take Your Time.
En naar het tango-achtige arrangement van This Familiar Way kun je alleen maar ademloos luisteren.
Muzikaal is Outlaster uitbundig, zo hier en daar feestelijk zelfs, maar de voordracht van Nastasia blijft ingehouden, afgemeten bijna. Dat levert een soort onderhuidse spanning op die je nog het best hoort in You’re A Holy Man en This Familiar Way
Outlaster is het meesterwerk dat Nina Nastasia al die tijd in zich had.

MP3 Nina Nastasia – Cry Cry Baby

De wonderen zijn de wereld nog niet uit: een nieuwe plaat van Boa Morte


Acht jaar hebben de liefhebbers van de Ierse band Boa Morte op een nieuwe plaat moeten wachten.
Maar nu is The Dial Waltz dan eindelijk uit en het is een prachtige plaat. Het wachten waard, zou ik bijna zeggen, Maar acht jaar is natuurlijk wel erg lang.
Het debuut van de band, Soon It Will Come Time To Face The World Outside, is ingetogen en melancholisch. De songs bewegen zich stapvoets voort, de teksten geven blijk van een niet al te vrolijke kijk op het leven.
The Dial Waltz is al even ingetogen en bedachtzaam als het debuut.
Er zijn momenten dat de stem bvan Paul Ruxton wel iets wegheeft van die van Alasdair Roberts.
Dit is melancholische pop zoals die niet zo heel vaak meer gemaakt wordt.
En daar maak je mij altijd erg blij mee. Ja, ook in eind mei.

MP3 Boa Morte – Wooden Floor

Goddank vond Joe Pernice toch weer tijd om een plaat op te nemen


Wat zou het toch mooi zijn om Joe Pernice met zijn Pernice Brothers weer ‘ns in ons land te kunnen zien.
Ik heb het geluk gehad om Joe Pernice twee keer live te zien. De eerste keer was in Austin, Texas, waar hij het voorprogramma verzorgde voor Morcheeba. Inderdaad, vreemde combinatie.
Later zag ik Joe solo in de Melkweg op een avond waar ook de Willard Grant Conspiracy en, dacht ik, Peter Bruntnell te zien waren.
Joe kwam toen redelelijk relaxed over en nam volop de tijd om een praatje te maken.

Even, heel even, was ik bang dat we Joe Pernice verloren hadden aan de literatuur.
Joe’s boek It Feels So Good When I Stop is een heerlijk boek om te lezen en was voor Joe een groot succes. Het zal zeker niet zijn laatste roman zijn.
Maar gelukkig vond Pernice de tijd om weer ‘ns een album op te nemen. Met zijn broer Bob, James Walbourne en powerpop-koning Ric Menk dook Joe de studio in en Goodbye, Killer is het resultaat.
Het is weer een prachtige plaat die het album is weer een bewijs van genie van Pernice als songschrijver.
Goodye, Killer is een redelijk kale plaat voor Pernice-begrippen. Je hoort dus geen strijkers, zoals op Overcome By Happiness. Goodbye, Killer knalt gewoon kaal de speakers uit en dat is ook wel ‘ns prettig. Dit is zeker niet de beste plaat die de Pernice Brothers ooit gemaakt hebben.
Maar het album staat wel vol met hoogtepunten en hoogtepuntjes.
Something For You en The Loving Kind zitten bomvol met fijne gitaarlicks die rechtstreeks van de Beatles geleend zijn.
En een titel als The Great Depression kont niet als een verrassing van de man wiens Chicken Wire ooit werd uitgeroepen tot ‘#1 Most Exquisitely Sad Song in the Whole World’.

MP The Pernice Brothers – Bechamel

Nieuw album Tracey Thorn


Ik moet iets bekennen: ik ben al jaren fan van Everything But The Girl.
Die liefde begon eigenlijk al toen Ben Watt en Tracey Thorn hun eerste solo-albums uitbrachten.
Via de Pillows and Prayers verzamel-cassette hoorde ik in 1982 het eerste nummer van de samenwerking van Thorn en Watt.
Snel daarna pikte ik de Night and Day-EP op in een boetiek annex platenzaak aan de Amsterdamse Kalverstraat.
In mijn eindeloze zucht naar nieuw materiaal van Everything But The Girl kocht ik zelfs per ongeluk een plaat van Girls At Our Best. Ook een leuke band, maar behalve een bandnaam met ‘Girl’ erin heeft Girls At Our Best niets gemeen met EBTG.
Eén keer zag ik EBTG live. Dat was ten tijde van het album Baby, The Stars Shine Bright, niet bepaald de meest geslaagde plaat van het duo. Het was in de tijd dat Tracey een soort page kapsel had, waardoor ze er een beetje uitzag als een mongool. Sorry, Tracey.
Ik heb een aardige verzameling LP’s en CD’s van EBTG, maar draai ze eigenlijk nooit meer.
En toch veerde ik even op toen ik hoorde dat Tracey een nieuw album uit zou brengen.
Love and Its Opposite is er nu en het een erg fijn plaatje. Het zit vakkundig in elkaar en de stem van Tracey is nog altijd fraai.
Love And Its Opposite luister prettig weg, zoals ook het werk van EBTG altijd lekker wegluisterde.
Jammer dat de plaat is gestoken in een oerlelijke hoes. En ik had eerlijk gezegd iets meer verwacht van de samenwerking met Jens Lekman. Nu zingt Lekman op het album één duet met Thorn.
Yeah! Oh Yeah! staat niet op het nieuwe album, maar is afkomstig van de Cover-CD die in het kader van de Score!-serie werd uitgebracht door Merge. Het origineel van Yeah! Oh Yeah! kun je vinden op 69 Love Songs van de Magnetic Fields.

MP3 Tracey Thorn & Jens Lekman – Yeah! Oh Yeah!

Nieuwste van Sam Amidon is magistraal


Ik ben redelijk in de ban van de nieuwe plaat van Sam Amidon. Er ligt een flinke stapel CD’s op m’n buro waar ik eigenlijk nog een mening over zou moeten vormen.
Maar ik kom er maar niet aan toe. Keer op keer grijp ik toch weer terug op I See The Sign.
Het album heeft me echt in z’n greep.
Sam Amidon heeft een flinke ontwikkeling doorlopen.
But This Chicken Proved False Hearted uit 2007 was nog een redelijk recht-toe-recht-aan folkplaat.
Nu ik die plaat weer ‘ns draai valt me op hoe kaal het geluid van Sam Amidon hier nog is.
En het valt me ook op dat hij sinds deze plaat absoluut een betere zanger is geworden.
Opvolger All is Well klinkt al heel wat ambitieuzer. Valgeir Sigurðsson zorgt hier samen met Nico Muhly voor de adembenemde arrangementen.
Het geluid van I See The Sign wijkt weinig af van dat van All is Well.
Voor de opnamen van het album reisde Amidon naar IJsland. Hij werkte weer samen met Valgeir Sigurðssonen Nico Muhly.
Muzikaal zit het album razend knap in elkaar. De songs zijn net iets sterker dan die van de voorganger en Amidon kon beschikken over de diensten van Beth Orton.
Dat is lang geelden dat ik iets van haar gehoord heb. Ze klinkt nog uitstekend, overigens.
Folk is de basis van I See The Sign. Veel van de songs op het album zijn’ traditionals’ die al generaties lang meegaan. Amidon, Muhly en Sigurðsson laten daar vervolgens hun magie op los. Het resultaat is magistraal en betoverend.
Niet alle songs vinden overigens hun oorsprong ergens in de Appalachen.
Relief is een bewerking van R. Kelly’s song. Deze versie bevalt mij heel wat beter dan het origineel.
Maar als je het niet erg vindt zet ik I See The Sign gewoon nog een keer op.

MP3 Sam Amidon – Relief

Muziektip: Café Oto in Londen


Net buiten het centrum van Londen ligt het muziekcafé Oto. Vanaf Liverpool Street Station is het 45 minuten lopen. Om bij Oto te komen kun je ook op een van de dubbeldekkers stappen die op Kingsland Road rijden. Deze lange straat leidt naar Dalston, een wat vervallen buurt met slecht onderhouden huizen en veel kleine winkels plus goedkope eettentjes. Hoe dichter je bij Oto komt, hoe rafeliger het wordt: van de high tech gebouwen rond Liverpool Street tot de grauwe gevel van het Dalston Kingsland stationsgebouw. In Ashwin Street, een van de zijstraten van Kingsland Road, bevindt zich café Oto. Hier spelen artiesten uit de jazz- en improvisatiescene, zoals het Sun Ra Arkestra, Eddie Prévost (van AMM), Mark Wastell, Evan Parker, John Edwards en Phil Minton. Ook meer folkgetinte muziek staat er geprogrammeerd: James Blackshaw en Alasdair Roberts. Voor de laatste was ik speciaal gekomen, maar jammer genoeg gooide de IJslandse vulkaan roet in het eten. Roberts zat vast in Europa en het concert op 21 april was afgelast. Maar niet getreurd, want twee dagen laten spelen in Oto saxofonist/klarinettist Ken Vandermark en Paal Nilssen-Love voor de pauze een verzengende, energieke set. Na de pauze doen ze er nog een schepje bovenop, samen met superbassist John Edwards, die altijd goed is voor spectaculaire klanken en tempowisselingen. De ruimte van Oto is qua indeling te vergelijken met de Paradox in Tilburg. De muzikanten spelen aan de lange muur zodat het publiek er dicht op zit; zorg er wel voor dat je niet tegen een van de pilaren aankijkt. De sfeer binnen is intiem en relaxed, het publiek bestaat uit zowel oude rotten als jongeren en iedereen luistert aandachtig. Overdag is het café ook geopend en kun je buiten in de zon zitten en uitstekende cappuccino drinken. En vergeet niet om even om de hoek van het café de imponerende muurschildering (foto) in Dalston Road te bekijken.

Walk The Line: ronduit onhandige site, te gekke line-up


Wat een vreselijke site, denk ik als ik de homepage van het Walk The Line Festival bezoek.
Dit is dus niet zoals het hoort: druk, te veel informatie op een onoverzichtelijke manier aangeboden en zo’n muziekje dat ongevraagd vanzelf start.
Je kunt veel leuke gimmicks en filmpjes in zo’n site proppen, maar de leesbaarheid wordt er niet beter op.
Maar als je eenmaal in de gaten hebt hoe je muziekje uitzet en hoe de site werkt blijkt dat Walk The Line een te gekke line-up heeft.
Leuke Britse bandjes als The Crookes en Zoey Van Goey maken in Den Haag hun Nederlandse debuut.
Ik ben tijdens SXWX 210 veel mensen van de organisatie van Crossing Border, de club achter Walk The Line, tegengekomen en hun speurwerk heeft blijkbaar wat opgeleverd. Zo zijn je Avi Buffalo, Harper Simon (de zoon van Paul) en Warpaint te zien in Den Haag, stuk voor stuk acts die hoge ogen gooiden in Austin, Texas.
Ook Jaguar Love en Peggy Sue, grote namen in de blogosphere (een woord dat ik liever niet gebruik) zijn van de partij.
En alsof dat iet al genoeg is staan Dirtmusic, het gezelschap rond Chris Eckman en Chris Brokaw en Jesca Hoop ook op Walk The Line, de opvolger van The Music in my Head. Het volledige programma kun je op de site nalezen.
Op vrijdag 14 mei en zaterdag 15 mei is Den Haag dus ‘the place to be’.

MP3 Warpaint – Billie Holiday

Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.

Over Eyjafjallajökull en Kendl Winter


Ik heb de afgelopen periode geen stap buiten dit land gedaan en toch voel ik me benadeeld door de vulkaan-as uit IJsland Want waar blijven al die CD’s die ik in de USA heb besteld?
Door het onvoorspelbare gedrag van de Eyjafjallajökull kan ik eindeloos wachten op schijfjes die ik bij Amazon, Parasol en andere leveranciers bestelde. Zou ik ook een claim in kunnen dienen?
Gelukkig druppelt de nieuwe muziek inmiddels mondjesmaat bij me binnen.
Zo vond ik onlangs eindelijk de CD van Kendl Winter die ik ergens vorige maand besteld had in de bus. Kendl komt uit Olympia, Washington, een oord dat slechts door muzikanten lijkt te worden bewoond. En wie er geen muziek speelt runt gegarandeerd een labeltje of maakt ontwerpen voor CD-hoesjes.
Kendl maakt sympathieke Americana. Ze speelt banjo, heeft een prettige stem en haar hart zit op de juiste plaats. Dat laatste maak ik op dat ze een song heeft geschreven over George Tiller, een arts die door anti-abortus activisten werd doodgeschoten.
‘Indie bluegrass’ wordt haar muziek zo hier en daar genoemd en ik zou geen betere benaming kunnen verzinnen.
Kendl bracht haar album Apple Core in een oplage van 250 stuks uit eet album ziet er erg ambachtelijk uit. Ik kocht exemplaar 34 van de 250, dus zo snel gaat het blijkbaar niet.
Maar ook al raakt Kendl alle 250 exemplaren kwijt, dan nog is er geen reden om te wanhopen.
K Records, het legendarische label dat niet helemaal toevallig ook vanuit Olympia opereert, brengt in het najaar van 2010 Apple Core in een grotere oplage uit.

MP3 Kendl Winter – Dance Gently On My Grave

Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.

Gratis muziek en geluid in Londen: Chopin en gitaarspelende zebravinken


Mijn geplande bezoek aan Londen (van 19 tot 25 april) liep bijna mis omdat vulkaanas uit IJsland het vliegverkeer lamlegde. Maar gelukkig bood de trein uitkomst en met slechts één dag vertraging arriveerde ik op St. Pancras. Je zit direct in het centrum zodat je meteen even kunt binnenlopen in de British Library waar een mooie, kleine tentoonstelling over Chopin is ingericht. Foto’s, krantenknipsels, partituren, citaten en liedteksten plus muziek. In een vitrine ligt zijn dodenmasker en een gipsafdruk van een van zijn handen, een kleine hand die echter zeer flexibel was, aldus het bijschrift. Meer muziek (?) is te horen in het Barbican Centre, dat reizend met de underground op 10 minuten afstand van St. Pancras ligt. Daar krijgt de bezoeker tot zijn verrassing gitaarspelende zebravinken te zien. Plaats: The Curve in het uitgestrekte gebouw waar voornamelijk theater en muziek evenementen plaatsvinden, maar ook ruimte is ingericht voor tijdelijke kunstprojecten. Dit keer is het een installatie van Céleste Boursier-Mougenot, die bestaat uit een handvol gitaren en bekkens die horizontaal op standaards in een helder verlichte ruimte zijn opgesteld waar de vinken op kunnen neerstrijken en aan de snaren plukken of er overheen lopen. Soms leggen ze er takjes op en gaan daarmee in de weer, soms vliegen ze naar hun hokjes die tegen de muur zijn gespijkerd. Zij brengen de gitaren regelmatig tot klinken, alsof Derek Bailey of Marc Ribot aan het improviseren is. De sfeer is rustgevend, dus verwacht geen heavy metal drones. Wat een elegante vogels zijn het trouwens, met hun felrode snavels en gestreepte staarten. Je kunt ze van dichtbij bekijken en ze komen zelfs op je schouder zitten. Electrifying stuff, waar je een goed humeur van krijgt. Nog te zien tot 23 mei. Een must see and hear als je Londen bezoekt.