Nieuwe plaat The Tallest Man on Earth en twee optredens in ons land


Het was me al ‘ns eerder opgevallen dat het Dead Oceans goed lukt om interessante bands en artiesten naar hun label te lokken. Hoe doen ze dat toch?
Betaalt Dead Oceans gewoon goed? Of zijn het goede netwerkers? Ik weet het niet, maar ik kan alleen maar constateren dat het label nu werk uitbrengt van de Bowerbirds, Phosphorescent en Bishop Allen. Allemaal artiesten die eerder bij andere labels onderdak waren. En nu vertelt Dead Oceans ook trots dat ze The Tallest Man on Earth hebben getekend, Zijn nieuwste plaat, The Wild Hunt, ligt naar verwachting medio april in de winkels en is een mooie voortzetting van Shallow Grave. Kristian Mattson heeft tien prachtige songs uit z’n mouw geschud. Net als bij Shallow Grave drukt het werk van Dylan weer een duidelijk stempel op de plaat.
De stem van Mattson klinkt hier rauwer dan ooit. Hij komt steeds meer in de buurt van de vocalen John McCauley van Deer Tick denken.
The Tallest Man on Earth is in maart twee keer in Nederland te zien.
Op zondag 7 maart is hij te zien tijdens het fabrIQ- festival en op maandag 8 maart staat hij in het Amsterdamse Bitterzoet.
Het optreden in Bitterzoet is overigens al uitverkocht.

MP3 The Tallest Man on Earth – Troubles Will Be Gone

Face A Frowning World


Eigenlijk koop ik meer tribute-albums dan goed voor me is.
De meeste tribute-albums bevatten een handjevol aardige nummers, maar als geheel heeft zo’n album zelden eeuwigheidswaarde.
Op een enkele uitzondering na zal je dan ooit nooit een tribute-album in mijn jaarlijstje aantreffen.
En toch koop ik die CD’s elke keer weer.
Soms ben ik gewoon nieuwsgierig hoe andere artiesten het ervan afbrengen met hun covers. En het lukt de samenstellers van tribute-albums ook vaak om artiesten waarvoor ik een zwak heb aan boord te krijgen.
En dus ligt nu Face A Frowning World, voor me. An E.C. Ball Memorial Album, zo luidt de ondertitel.
Ik had eerlijk gezegd geen flauw idee wie E.C. Ball was, maar gelukkig is er in het CD-boekje veel informatie te vinden.
E.C. Ball schreef een gigantische hoeveelheid country-liedjes en gospelsongs en voerde die vaak zelf uit. Klassiekers als Pretty Polly, Poor Ellen Smith en Warfare, dat we van Uncle Tupelo kennen, zijn bijvoorbeeld van zijn hand.
Daarnaast runde Ball nog een tankstation en reed hij op een schoolbus.
Op Face a Frowning World interpreteren de Handsome Family, Michael Hurley, Catherine Irwin van Freakwater de songs van E.C. Ball. Ook Will Oldham en Jon Langford komen nog even langs.
De nadruk ligt op het religieuze werk van Ball en de aanpak is overwegend traditioneel.
Face A Frowning World bevat een aantal memorabele songs, zoals het prachtig authentiek klinkende The Early Bird Always Gets the Worm door Michael Hurley en het door Catherine Irwin gezongen Cabin on the Hill.
Maar ik vraag me serieus af of Face A Frowning World de CD-kast nog vaak zal verlaten.

MP3 Bonnie “Prince” Billy – John The Baptist

Damien Jurado en zijn broer Drake zijn samen Hoquiam


Damien Jurado heeft een flinke productie. Vanaf 1999 brengt hij bijna jaarlijks nieuw materiaal uit.
En zeker de laatste jaren zijn Jurado’s albums zonder uitzondering van hoge kwaliteit.
Tussen al die opnamen en het touren door vond Jurado toch nog even de tijd om samen met zijn broer Drake zeventien nummers op de band te zetten.
De broers noemen hun gezamenlijke project Hoquiam, naar een kustplaatsje in Washington State.
De songs hebben opvallend de zee en de oceaan als thema. Hier vertelt Damien Jurado over het project.
Ook al was de totstandkoming van Hoquiam misschien iets anders dan de reguliere Jurado-albums, qua sfeer verschilt het niet zo heel veel. Hoquiam is gewoon herkenbaar als een Damien Jurado-album. Al klinkt Hoquiam misschien wel wat minder gepolijst en zijn de rauwe randjes niet weggeschuurd.
Hoquiam komt vandaag bij St. Ives uit op LP in een oplage van 500 stuks, maar is ook via iTunes en Emusic digitaal ter verkrijgen.

MP3 Hoquiam – Hope Ocean

Tijdloze folk: Alasdair Roberts


Een van de albums uit 2009 die ik pas laat heb ontdekt is Spoils van Alasdair Roberts. Deze intrigerende folkplaat eindigde hoog in The Wire top 50 van 2009, wat opvallend is omdat er bijna alleen experimentele en minder traditionele muziek in die lijst staat. Roberts maakte alweer meer dan 10 jaar geleden zijn eerste album met Appendix Out, The rye bears a poison. Mooie, stemmige songs, voorzien van spaarzame instrumentatie. Ik moet eerlijk zeggen dat de plaat mij niet erg is bijgebleven en zijn solowerk heb ik sinds die tijd ook nauwelijks gevolgd. Mijn verrassing was dan ook groot toen ik Spoils hoorde. Krachtige zang en songs die er altijd al lijken te zijn geweest en alleen even afgestoft hoefden te worden. Traditionele folk met experimentele accenten gespeeld door uitstekende begeleiders, waaronder drummer Alex Neilson die zelf met zijn band Trembling Bells voor een van de beste folkrockalbums van de afgelopen jaren zorgde (Carbeth). Spoils opent sterk met The flyting of grief and joy (eternal return), maar nog mooier is So bored was I (dark triad) waarin Roberts zingt “enthralled was I, so enthralled was I”, en dat zegt precies wat ik van het album vind: betoverend. Rob Young besteedt in het maartnummer van The Wire uitgebreid aandacht aan de folkscene in Glasgow rond Roberts en Neilson.

MP3 Alasdair Roberts – So bored was I

Mis de optredens van de Slow Club niet!


Ergens in de kleine lettertjes van de concertagenda is het echt te lezen: de Slow Club komt naar de lage landen voor twee optredens.
Op vrijdag 26 februari staan Chris Watson and Rebecca Taylor in 4AD in het Belgische Diksmuide, op zaterdag 27 februari staat het duo in de Amsterdamse Nieuwe Anita.
Vorig jaar bracht het duo het album met de opvallende naam Yeah So uit, een plaat vol met bedrieglijk simpele liedjes. Het album is lekker poppy met een stevig randje.
Natuurlijk hebben we het al ‘ns eerder gehoord. In de sound van de Slow Club kom je Phil Spector, Wooden Tops en de White Stripes tegen, om maar een paar namen te noemen.
Maar het duo uit Sheffield blaast al die invloeden nieuw leven in en Watson en Taylor schrijven super catchy liedjes die er om vragen om luidkeels meegezongen te worden.
Hoe zou dat live klinken? De Britse pers is enthousiast over hun optredens,
Zo schrijft Drowned in Sound: ‘As they leave the stage, we’ve all been charmed and entertained by a pair of ramshackle raconteurs, but also been witness to a pair of adept writers and performers, teasing out their abilities and wrapping us up in their unique and inimitable way with a song. Proper wonderful stuff.’
Mis ze niet.

MP3 Slow Club – It Doesn’t Have to be Beautiful

Collage folk: Harappian Night Recordings en Victor Gama


Als ik wajangpoppen zie moet ik denken aan de theelepeltjes van mijn grootouders. Aan het uiteinde van elk lepeltje was het hoofd van een wajangpop bevestigd. Het feit dat mijn oma en opa in de Sumatrastraat te Den Haag woonden berust in dit verband op louter toeval. Op het hoesje van The glorious gongs of Hainuwele (2009) staan ook wajangafbeeldingen en helemaal toevallig is dat niet. De fascinerende muziek op dit album lijkt afkomstig te zijn uit Indonesië maar is gemaakt door Syed Kamren Ali, de man achter Harappian Night Recordings, een van de artiesten die afkomstig is uit de Sheffield/Manchester folk- en improvisatiehoek (The Hunter Gracchus, Chora, Part Wild Hoses Mane On Both Sides, om drie bands te noemen). Hoe is de muziek te omschrijven? Pakweg als etno-folk, gamelanpop of collage folk, het mixen van stijlen zodat muzikale minestrone resulteert. De werkwijze lijkt op die van Sun City Girls en Holger Czukay (Persian love). Kortom, een bonte verzameling van klanken, instrumenten en stemmen. Volgende maand treedt Harappian Night Recordings op in België tijdens het kraakfestival (6 maart) en in Hasselt (13 maart), waar ook The Hunter Gracchus en Joe McPhee/Chris Corsano spelen. Een heel andere wijze van collage folk is te vinden op de website van Victor Gama. Meer informatie over Gama (en veel andere genres) staat in het compacte boek van Louise Gray, The no-nonsense guide to world music. Gama heeft muziek en stadsgeluiden in New York verzameld en laat vijf fragmenten tegelijk horen. De bezoeker van de site kan zelf bepalen welke fragmenten deel uitmaken van deze vijfhoek. Bruggeluiden, een straatventer, een folksong, een Chinese operazangeres en carnavalsmuziek is een van de mogelijke combinaties. Zo kan iedereen zijn eigen soundscape maken. Je kunt natuurlijk ook zelf op pad gaan en geluiden verzamelen. In Rotterdam heeft Rutger Zuydervelt al veldwerk gedaan met zijn opnamen op en rondom de Erasmusbrug. Op de mini cd The bridge is te horen hoe trams, boten en de wind mooi naast en door elkaar heen klinken. Nu nog wat carnavalsklanken, straatmuzikanten en jazz erbij en we hebben Hollandse collage folk.

Nieuw materiaal van Ruth Minnikin


We zitten nu middenin een bijna eindeloze stroom nieuwe releases. Ook mij kost het soms moeite om met zoveel nieuw werk het kaf van het koren te scheiden.
Ergens in die stroom dobbert ook een nieuwe plaat van Ruth Minnikin rond. Je moet erg goed kijken om haar album Depend On This op te merken.
Ruth Minnikin is een spil in de scene van Nova Scotia en was eerder lid van de Guthries en de Heavy Blinkers. Ook al is het jaren geleden dat de Guthries en de Blinkers hun werk uitbrachten, albums als Off Windmill en Better Weather staan nog altijd als een huis.
Als ik de geruchten mag geloven komt er binnenkort na zes jaar radiostilte weer een nieuwe plaat van de Heavy Blinkers uit.
Eens in de zoveel jaar brengt Ruth solo-materiaal uit. Zoals nu dus Depend on This.
Het album zit bijzonder in elkaar. De plaat bevat namelijk zes songs die in twee verschillende versies voorbij komen.
Allereerst hoor je de “originelen”, gevolgd door zes remixen. Die remixen zijn inventief, soms geslaagd, maar mij maak je er niet heel blij mee.
De originelen, om ze maar zo te blijven noemen, zijn speels, charmant, maar vaak ook erg netjes.
De sound van Depend On This heeft duidelijke overeenkomsten met het geluid van de Essex Green.
Het is in ieder geval goed om die uit duizenden herkenbare stem van Ruth Minnikin weer ‘ns te horen. Het lijkt alsof ze beter zingt dan ooit. In Her Bandwagon treffen we ook broerlief Gabriel aan.
Hij lijkt haar muzikale rots in de branding te zijn.

MP3 Ruth Minnikin and her Bandwagon – Four Churches 1

Melle gaat naar Texas


Volgende maand barst in Austin, Texas het SXSW- festival weer los. Ketelmuziek is daar, net als afgelopen jaren, present om te berichten over nieuwe namen en over oude favorieten.
Er zijn dit jaar opvallend veel Nederlandse acts geprogrammeerd op het festival.
Voor een groot deel is dat te danken aan een deal tussen SXSW en Crossing Border.
En dus zullen in maart Haagse acts als Woot en Venus Flytrap de podia in Austin beklimmen.
Overigens zijn ook Lucky Fonz en Ella Bandita in Austin te zien.
Ook Melle de Boer zal naar Texas vliegen met zijn John Dear Mowing Club.
Het toeval wil dat Melle onlangs weer een prachtig album uitbracht, Melleville.
Melleville ziet er prachtig uit. De CD is verstopt in een mooi verzorgd boekje met daarin behalve de teksten ook een aantal van Melle’s tekeningen.
De CD bevat gevoelige, melancholische liedjes als Secrets Are Like Gasoline en If The Phone Doesn’t Ring, It’s Me. Melle krijgt de hulp van Henk Koorn, die te horen is in Too Good To Be True, en zelfs van Daniel Johnston. Melle’s eigen stem klonk zelden meer getormenteerde.
Melleville is uitgebracht in een oplage van duizend exemplaren. Wacht er dus niet te lang mee om jouw exemplaar te bestellen.
En ik ben benieuwd hoe Melle ontvangen zal gaan worden in Austin, Texas.

MP3 John Dear Mowing Club – Too Good to Be True

Georgie James is dood, leve The Mynabirds

Title Tracks : Steady Love from John Davis on Vimeo.

Bands komen en gaan. Zelfs de ouwe rotten van The Scorpions gooien na 45 jaar dan toch eindelijk de handdoek in de ring.
Georgia James hield het helaas niet zo lang vol. John Davis en Laura Burhenn zetten er na één album een punt achter.
Jammer, want Places is wel een heerlijke plaat.
Georgie James maakte lekkere niets-aan-de-hand gitaarpop. Geen pretenties, maar gewoon onweerstaanbare refreinen, puntige gitaren en twee stemmen die perfect bij elkaar passen.
Na dat ene prachtige album gaven Burhenn en Davis er de brui aan en gingen elk een andere kant op.
En net zoals Uncle Tupelo twee interessante bands opleverde, Son Volt en Wilco, heeft ook het eind van Georgia James twee bands als resultaat.
Davis gaat verder met The Title Track. De band brengt binnenkort haar debuut uit. Met It Was Easy lijkt Davis niet al te veel af te wijken van de koers van Georgie James, maar als het kan beoordelen op basis van de songs op z´n Myspace lijkt The Title Track toch datgene te missen dat Georgie James zo bijzonder maakte.
Nee, dan verwacht ik meer van Laura Burhenn.
Haar nieuwe band heet The Mynabirds en nog meer dan bij Georgie James kan ze daar zo te horen al haar soul kwijt.
Eind april wordt het debuut van de Mynabirds verwacht op Saddle Creek. Het album krijgt de mooie titel What We Lose In The Fire We Gain In The Flood.
De single Numbers Don’t Lie is nu gratis te downloaden en belooft veel goeds voor het album.

MP3 The Mynabirds – Numbers Don´t Lie

Zingen in Paradiso: met een koor en met Laura Veirs


Op zondag 24 januari stond ik op het podium van de bovenzaal in Paradiso tijdens de Korendagen. Dat was een prachtige belevenis, om voor de verandering eens zelf actief met muziek bezig te zijn in plaats van te luisteren. Wij zongen vijf nummers:een Russisch lied (Ej uchniem), een Franse hit (Pour un flirt), een Nederlandse smartlap (Waarom), een Irving Berlin song en To know her is to love her. Een week later trad Laura Veirs met haar band op in dezelfde zaal en mocht ik opnieuw meezingen, samen met de vele andere bezoekers. Even was ik bang dat ik niet binnen zou komen want ik had niet op een uitverkochte zaal gerekend. Gelukkig had iemand nog een kaartje over, zodat ik een zeer geslaagde middag had. Aanstaande moeder Laura speelde oude en nieuwe nummers en werd subtiel begeleid door een driekoppige band. We kregen ook een culturele tip: ga naar het Muziekinstrumenten museum in Brussel, haar favoriete plek in die stad. Haar uitvoering van de folk klassieker The coo coo bird was prima: banjo, altviool en meeklappend publiek dat de tempoversnelling aan het einde amper kon bijhouden. Een opbeurend moment in een sympathieke set, maar het was toch net wat minder gevarieerd dan het zangkoor optreden.

MP3 Laura Veirs, featuring Jim James – Make Something Good

De foto is overigens van Guus Krol