Michael Hurley en Ida samen op één album

Nee, ik heb niet zo heel veel met Michael Hurley.
Ik heb op CD-beurzen en uit de verkoopbakken wel wat van zijn CD’s opgepikt en ik heb zijn album Ancestral Swamp ooit gerecenseerd, maar verder heb ik me nooit echt verdiept in de man.
Ik was dan ook niet van de partij toen Hurley een paar jaar geleden in Rotterdam optrad.
Hurley gaat al sinds de jaren ’60 zijn volstrekt eigen weg en het is bijzonder om te zien dat hij nog volop samenwerkt met een nieuwe generatie muzikanten. Door artiesten als Amy Annelle, Vetiver, Alela Diane en Ida lijkt hij te worden omarmd als een favoriete oom die mooie verhalen te vertellen heeft.
Voor het album Ida Con Snock dook Hurley samen met de leden van Ida de studio en zij kwamen de studio uit met een prachtige plaat.
Ida en Michael Hurley houden elkaar mooi in balans op het album. Je krijgt natuurlijk vooral de wat rafelige stem van Hurley te horen, maar Ida heeft muzikaal duidelijk een stempel gezet. Hurley heeft voor Ida Con Snock wat songs die hij al ‘ns eerder op de plaat zette, zoals Wildegeeses en Hog of the Forsaken, mooi opgepoetst.
Resultaat is een intiem album dat afgelopen is voordat je het in de gaten hebt.

MP3 Michael Hurley – I Stole The Right To Live

Nieuw album Mark Eitzel en een optreden in Nederland

Als muzikant mag je blij zijn als je iemand zoals mij als fan hebt. Ik ben namelijk hondstrouw.
Het is misschien een beetje een saaie eigenschap, maar het is niet anders.
Artiesten zoals Damien Jurado, Richard Buckner en de Handsome Family volg ik al jaren- ik koop hun albums en laat, als het even kan, mijn neus zien bij optredens.
In 1991 kocht ik Songs of Love van Mark Eitzel en ik was verkocht.
Met terugwerkende kracht kocht ik alles dat Eitzel met zijn band American Music Club tot dan toe uit hadden gebracht.
En ik ben een toegewijde en trouwe fan gebleven. Ik reisde Eitzel en de band zelfs achterna, tot aan Groningen, München en Londen aan toe. De foto hierboven maakte ik in München.
En terwijl Eitzel voor de pop-pers steeds verder buiten beeld verdween bleef ik hem volgen, bleef ik de CD’s kopen. Soms tegen beter weten in.
Want het is niet al te best wat Eitzel de laatste jaren de markt op geslingerd heeft.
Op de albums van de weer bij elkaar gekomen American Music Club hoor je nog wat de band ooit zo de moeite waard maakte: dat prachtige gitaarspel van Vudi en de gepassioneerde vocalen van Eitzel.
Maar Eitzel’s solowerk is simpelweg niet al te best. De man heeft een minimaal budget tot zijn beschikking en zet dus thuis wat in elkaar met Pro Tools. In de teksten zie je nog een glimp van het genie van Eitzel, maar muzikaal zijn albums als Candy Ass en zijn nieuwste CD Klamath niet interessant. Je krijgt elektronische soundscapes te horen en tegen die achtergrond zingt Eitzel zijn teksten. Van de passie die hem ooit zo’n fantastische zanger maakte is maar weinig terug te vinden. Als fan wordt je daar een beetje moedeloos van.
Zondag 1 november staat Eitzel in Ekko. Ik ben in ieder geval weer van de partij.
In het voorprogramma staat Franz Nicolay van The Hold Steady.
Zijn solo-album Major General maakte indruk en ik ben benieuwd hoe Nicolay, overigens net als ik een Eitzel-fan, het er live vanaf brengt.

MP3 Mark Eitzel – Why I’m Bullshit

Nieuwe EP van Cotton Jones

Heel voorzichtig begin ik al wat CD’s bij elkaar te zoeken voor de top 10 over dit jaar. Het is nog erg vroeg, ik weet het.
Een plaat die zeker in dat lijstje zal staan is die van Cotton Jones. Paranoid Cocoon is een heerlijke plaat waar ik maar niet genoeg van kan krijgen.
Michael Nau doet met zijn band niets vernieuwends of revolutionairs, maar met die heerlijke melodieën weet Cotton Jones mij op de een of andere manier te hypnotiseren.
Als slagroom op de taart brengt de band nu een EP uit met de titel Rio Ranger. De songs van de EP zijn weer heerlijk, ook al halen ze nergens het nivo van Paranoid Cocoon.
Net als The Archery EP zit Rio Ranger verstopt in een prachtig vormgegeven boekje in een oplage van 1000 stuks. Je moet er dus snel bij zijn.
De foto maakte ik overigens eerder dit jaar tijdens een optreden van Nau en Whitney McGraw tijdens SXSW in Austin, Texas.

MP3 Cotton Jones – Don’t Got a Lotta Time

Soft Machine in P60


Ik heb de muziek uit de Canterbury scene jarenlang gevolgd. Misschien heeft dat deels te maken met de werkweek van mijn middelbare school in 1973. In dat jaar gingen onze klas naar Engeland en logeerden we bij gastgezinnen in Canterbury. Mijn fascinatie met Engeland zou daar wel eens geboren kunnen zijn. Trips naar Dover en Londen maakten grote indruk. Hoewel ik toen nog weinig wist van de muzikale Canterbury scene (Caravan, Soft Machine, Hatfield And The North, om de beste bands te noemen) heb ik dat later flink ingehaald. In die jaren zag ik de bands nooit live, maar net als Jonathan Coe (die een van zijn romans noemde naar het Hatfield And The North album The Rotters’ club) vond ik hun muziek geweldig. Van de Soft Machine ken ik alleen de eerste drie albums goed. Toch was ik benieuwd naar het optreden van een tweede generatie Soft Machine muzikanten die op 15 oktober in P60 speelden. De zaal ligt op vijf minuten fietsen van mijn huis, dus dat maakt het makkelijker om even te gaan kijken. En wat bleek? Een goed ingespeeld kwartet bleek toegankelijke en melodieuze jazzrock te maken. Gitarist John Etheridge heeft een “schoon” geluid, net als Alan Holdsworth en Clem Clempson (Colosseum), mooie vloeiende lijnen en vrijwel geen riffs. De ritmesectie, John Marshall op drums en Roy Babbington basgitaar, is degelijk en soepel en zij overheersen niet. Dat was vooral te danken aan de uitstekende geluidsman (petje af). Uitblinker was Theo Travis op saxofoons en fluit, die het geheel van kleur en swing voorzag. Oude en nieuwe stukken wisselden elkaar af, net als langzamere, lyrische passages en wat steviger, bijna funky werk. Het enige nummer van vóór 1977 is Facelift van het album Third. Dit nummer is geschreven door Hugh Hopper, de dit jaar overleden bassist van de Soft Machine. Goed dat deze muziek nog steeds wordt gespeeld, want vergeleken met veel nostalgische reünies is dit een stuk verfrissender.

Mountain Man


Een van de namen die je nu op de weblogs tegenkomt is die van Mountain Man.
Achter deze naam verschillen zich, misschien onverwacht, drie jonge vrouwen uit Vermont.
De harmonieën van Amelia Meath, Molly Sarle, and Alex Sauser-Monnig zijn prachtig en zullen zeker in de smaak vallen bij de fans van Alela Diane.
De zeven songs van de eerste releaese van de dames zijn puur en authetiek.
Je kunt het volledige album hier beluisteren en downloaden.

MP3 Mountain Man-Animal Tracks

Prachtig nieuw album Crayon Fields

Crayon Fields – ‘Mirror Ball’ from Geoff O’Connor on Vimeo.

Wanneer zou er weer een nieuw album van Belle & Sebastian uitkomen? Het project God Help the Girl van Stuart Murdoch leverde een erg fijn album op, maar laatste echte Belle & Sebastian was The Life Pursuit en stamt uit 2006.
Zolang Murdoch en zijn vrienden niet met iets nieuws op de proppen komen zoek ik mijn toevlucht bij Crayon Fields.
De band uit Melbourne bracht onlangs een heerlijk nieuw album uit, All The Pleasures of the World. En het niet alleen een plezier, maar ook een feest om naar dit plaatje te luisteren.
Muzikaal sluit het goed aan bij het werk van Belle & Sebastian, al hebben de Crayon Fields wel een duidelijk eigen geluid. Dat komt voor een belangrijk deel door de stem van Geoff O’Connor, zo’n stem waar ik eindeloos naar zou kunnen luisteren.
Luisterend naar dit album komen ook goede herinneringen aan het werk van Sodastream, ook Australiërs, bij mij terug.
Ik zet in de tussentijd All The Pleasures of the World nog eens op, volgens mij voor de vierde keer vandaag.

MP3 Crayon Fields – All The Pleasures of the World

Vrije geluiden: Brendan Seabrook en Cecil Taylor


Het VPRO tv programma Vrije Geluiden sla ik op zondagochtend bijna nooit over. Elke aflevering bevat een mooie combinatie van muziekstijlen die mij regelmatig aanspoort om wat dieper in klassiek, jazz, folk of geïmproviseerde muziek te duiken. Zo ook met Anna Egge en Nels Andrews, twee Amerikaanse singer songwriters die op 5 oktober optraden en met presentator Hans Flupsen spraken. Het meest opvallende van hun optreden in Vrije Geluiden was de banjospeler die helemaal opging in zijn instrument. Zijn tegendraadse klanken zorgden voor een prettig ontregelende sfeer van de songs. Waarschijnlijk is zo’n lichtelijk obsessieve muzikant niet ieders cup of tea, maar ik was benieuwd hoe dat tijdens een langer optreden zou uitpakken. In de bovenzaal van Paradiso bleek Brendan Seabrook (foto) afgelopen donderdag 8 oktober niet alleen op de banjo flink te kunnen uitpakken, ook de mandoline en de elektrische gitaar ondergingen een onorthodoxe behandeling. Dat gierde, jengelde, kreunde en fluisterde totdat je dacht dat nu alle varianten wel waren langsgekomen. Totdat Brendan ineens een strijkstok pakte om het geheel nog spannender en indringender te maken. Nels en Ana deden hun best en speelden mooie songs, maar de jarige Brendan stal de show, hoewel een prachtige versie van Swing low sweet chariot van Ana op dobro bijzonder goed was en haar cover van Stephen Stills’ Johnny’s garden er ook mocht zijn. Dat nummer staat op een album van haar dat luiheid als thema heeft. De luiheid bestaat er ook uit dat Ana, zoals zij vertelde, zelf geen enkel nummer op het album heeft geschreven.
Andere toppers die eind september voor vrije geluiden zorgden waren pianist Cecil Taylor en drummer Tony Oxley. Hun concert in het Muziekgebouw Aan het IJ, waar ook Hans Flupsen bij was, werd voorafgegaan door een enthousiaste inleiding van een docent sociologie. Hij had ook een aantal van zijn studenten zo ver gekregen om aanwezig te zijn, zodat er een behoorlijk aantal twintigers in de zaal zat. Die kregen zware kost voorgeschoteld en een deel van hen was dan ook na de pauze niet meer teruggekomen. Een opmerkelijke kwieke Taylor ging er goed voor zitten en ontketende een geluidswolk van afwisselend clusters en verstilde passages, soms jazzy, dan weer klassiek of in de verte op filmmuziek lijkend, maar steeds verrassend. Oxley zit met zijn drumstel bijna in de vleugel en zorgt voor een aanhoudende stroom van dwarse klappen (er wordt hier niet geswingd). Wat valt er verder over te zeggen? Je wordt overspoeld door geluid, zoals iemand liggend op het strand de golven over zich heen laat komen. Lees erover in het boek van Howard Mandel: Miles, Ornette, Cecil met als ondertitel jazz beyond jazz. Mandel geeft luisteradviezen en doet dat met veel enthousiasme en kennis van zaken. Geen gemakkelijke kost, net als de muziek waarover hij schrijft, wel een aanrader.

Tijd voor tributes


Kort na elkaar verschijnen twee interessante tributes.
Het eerste is Ciao My Shining Star: The Songs Of Mark Mulcahy. Mulcahy is natuurlijk de man van de Miracle Legion die na het uiteenvallen van de band ook nog een aantal interessante solo-albums uitbracht.
Mulcahy’s vrouw Melissa Rich overleed onlangs onverwacht waardoor de opvoeding van hun twee dochters volledig op de schouders van Mulcahy is gekomen.
Om hem financieel te steunen werd het initiatief voor deze verzamelaar genomen.
Grote namen als Michael Stipe, Thom Yorke, Frank Black, Dinosaur Jr. en the National stonden te trappelen om een song van Mulcahy te coveren.
Nu maak je mij nooit blij met Tom Yorke en Radiohead, maar Ciao My Shining Star bevat wel degelijk veel mooie momenten. Zo is Vic Chesnutt op dreef, blijft Chris Collingwood van de Fountains of Wayne redelijk dicht bij het werk van de Miracle Legion, maar de hoofdprijs gaat toch naar The Unbelievable Truth, de band van Tom’s broer Andy Yorke.
Koop Ciao My Shining Star, zou ik zeggen. Al is het alleen maar om Mulcahy te steunen.
Maar het zou pas echt mooi zijn als het werk van de Miracle Legion opnieuw uitgebracht zou worden, Als het even kan inclusief bonus tracks zoals dat ook met Crazy Rhythms en The Good Earth van de Feelies is gebeurd.
Het label American Dust brengt ongeveer tegelijkertijd met Ciao My Shining Star een CD uit waarop muzikanten als Bill Callahan, Beth Orton, Ron Sexsmith en Frida Hyvonen aan de slag gaan met sonsg van Judee Sill.
Ik heb vooral Heart Food van Judee Sill lang gelden grijs gedraaid en het was een fijne verassing om na al die jaren songs als There’s A Rugged Road, When The Bridegroom Comes en The Kiss weer ‘ns te horen, al worden ze hier natuurlijk uitgevoerd door anderen.
Sill’s bekendste song , Jesus Was a Cross Maker, tref je hier ook aan, nu in een erg mooie versie van Frida Hyvönen. Crayon Angel bevat wel wat zwakke momenten, maar de bijdragen van bijvoorbeeld de Trembling Blue Stars, Bye Bye Blackbirds en Meg Baird maken de aanschaf meer dan waard.

MP3 Meg Baird – When The Bridegroom Comes