Het concertseizoen is gelukkig weer begonnen


Mij kom je niet snel tegen op een festival als Lowlands of Pinkpop. Het is gewoon niet aan mij besteed- het hangen op zo’n veld, wachten tot eindelijk de act begint die ik graag wil zien, lange rijen voor bier en toiletten. En als ik er ben regent het gegarandeerd. Geloof me, ik heb het vaak genoeg geprobeerd.
Dus ik ben blij dat het concertseizoen nu echt is losgebarsten.
Zoals je hier al eerder kon lezen is Port O’Brien vanavond in Tivoli te zien.
Magnolia Electric Co en Bill Callahan komen deze week mogelijk zorgen voor twee hoogtepunten.
Jason Molina is donderdag 27 augustus in Paradiso te zien en hij staat op 15 september op het podium van de Ancienne Belgique.
De man die ooit als Smog door het leven ging is gelukkig weer ‘ns in Nederland. Hij is zaterdag 29 augustus te zien in Groningen tijdens het Noorderzon Festival en op zondag 30 augustus staat Callahan in Paradiso.
Als je tussendoor behoefte hebt aan iets minder zware kost kun je terecht bij Dent May.
Ik heb hem nu een paar keer live gezien, de laatste keer dit jaar in Bitterzoet, en dat is iedere keer weer een feest.
Dent May maakt echte ‘Good Feeling Music’ en dat is ook de naam van zijn album. “Het geheel heeft een hoge lulligheidsfactor en dat wordt nog ‘ns vertrekt door het instrument dat May bespeelt: de ukelele. Maar songs als God Loves You, Michael Chang en College Town Boy zijn super aanstekelijk en onweerstaanbaar”, schreef ik ooit.
Mis hem dus niet. Hier is Dent May te zien:
Donderdag 27 augustus Zomerparkfeest in Venlo
Vrijdag 28 augustus Ekko
Zaterdag 29 augustus Paradiso
Zondag 30 augustus Noorderzon Festival, Groningen

Edinburgh augustus 2009: festivalimpressies


In augustus is het spitsuur in Edinburgh. De stad zit vol met bezoekers die de diverse festivals bezoeken. De belangrijkste zijn het boeken, fringe, art en officiële festival. Elke dag zijn er ongeveer 1000 tentoonstellingen, concerten, comedy, dans, opera, theater, lezingen en straatartiesten te bezoeken. Om niet te verdrinken in het aanbod is het handig om The Scotsman te lezen, de krant die de beste shows op een rijtje zet en nuttige tips bevat over ingelaste optredens.
Zo kwam ik terecht in Sneaky Pete’ s waar vier acts speelden. Uitschieter was zanger/gitarist/violist Alex Cornish met subtiele folkachtige popsongs. Jammer dat er weinig pu8bliek was, maar het was leuk dat we met allen (15 bezoekers) zijn akoestische cover van Sweet child o’ mine konden meezingen. Een ander onaangekondigde band speelde in de pub Jinglin’ Geordie. The Bum Clocks speelden nummers in Iggy Pop stijl, waaronder zelfs I wanna be your dog enh Dirt van The Stooges.
Amusant anarchistisch en gitarist Malcolm Ross (ex Orange Juice en Josef K) wist als enige de kwaliteit van de songs aardig op te krikken.
Nee, dan was Edwyn Collins (foto) aanzienlijk beter op dreef in het oude Schotse parlementsgebouw, The Assembly on the Mount. Ondanks zijn hersenbloeding van een aantal jaren geleden is hij weer in staat om te zingen. Omdat zijn rechterarm verlamd is heeft hij de hulp ingeroepen van vier prima akoestische gitaristen en een percussionist. Mooie uitvoeringen van zowel Orange Juice songs als solowerk, zoals Consolation prize, A girl like you en Rip it up. Een mooi concert dat pas na middernacht begon.
Een andere topper was Amanda Palmer (Dresden Dolls) die in een volgepakte zaal de sterren van de hemel speelde, geholpen door een zeskoppige blazerssectie en een drummer.
Er was ook oude muziek te horen van Woody Guthrie en Miles Davis. In Woody sez passert Guthrie’ s leven de revue aan de hand van verhalen en zijn songs. Knap gedaan. Ook de Miles ahead tribute klonk prima. een elftal jonge Engelse muzikanten storten zich met enthousiasme op het werk van Miles, onder andere afkomstig van albums als Sketches of Spain, Birth of the cool, Milestones en Kind of blue. En zo ik nog wel uren door kunnen gaan, om een komiek te citeren.
Daarvan lopen er trouwens heel veel rond deze maand, zoals Hans Teeuwen, Paul Merton, Reginald D. Hunter en Rich Hall, alledrie bekend van BBC programma’ s (Have I got news for you en QI). Ik zag Ronnie Corbett en Jimmy Carr op straat wandelen en heb Wilson Dixon in comdeyclub The Stand gezien. Een Amerikaanse country zanger die anekdotes verteld en platen heeft uitgebracht die niemand kent. Zijn debuut heette Greatest hits, zijn tweede plaat Introducing. Ja ja. Zo kan iedereen zijn eigen favoriete festival samenstellne. keus genoeg en dan heb ik het nog niet eens gehad over alle musea die gratis te bezoeken zijn. Kortom, een must see voor liefhebbers van een stad vol cultuur waar ondanks alle drukte de sfeer erg relaxed is.

Prachtige nieuwe plaat van Port O’ Brien


Het is hard gegaan met Port O’Brien. Ik zag de band voor het eerst in maart 2008 in Austin, Texas.
Het debuut The Wind and the Swell was toen alweer een tijdje uit en All We Could Do Was Sing zou iets later dat jaar uitkomen. Inmiddels heeft de band ook al in ons land met succes opgetreden.
Nu is het tijd voor het derde album, Threadbare. Threadbare is niet zo uitbundig als de vorige twee albums van de band. Je zoekt hier tevergeefs naar de uitbundigheid van een song als All We Could Do Was Sing. Het overlijden van de jongste broer van zangeres Cambria Goodwin lijkt een flink stempel te hebben gezet op het album. Meer dan op de vorige twee albums is er dan ook ruimte voor de vocalen van Cambria. Zij zingt onder andere High Without The Hope 3, In the Meantime en het titelnummer en dit zou je treurmarsen kunnen noemen. Prachtige en aangrijpende treurmarsen, dat wel.
Threadbare is een album met twee gezichten, omdat ook de oude vertouwde Port O’Brien sound regelmatig om de hoek komt kijken. Zo zijn Tree Bones, Sour Milk/ Salt Water en My Will is Good meteen herkenbaar als Port O’Brien songs. Hier neem Van Pierszalowski de meeste vocalen voor zijn rekening De prachtige hoes maakt dit veelzijdige en volwassen album af.
Threadbare ligt als het goed is volgende maand in de winkels.
We hebben Port O’Brien ook leren kennen als een sympathieke liveband die voor boeiende shows zorgt.
Komende week zijn ze gelukkig weer ‘ns in Nederland voor optredens. Maandag 24 augustus is de band te zien in Groningen tijdens het Noorderzon Festival, dinsdag 25 augustus staan Van Pierszalowski en zijn maten in Tivoli De Helling. Mis het niet.

MP3 Port O’Brien – Oslo Campfire

Waarom lijken die bandnamen soms zo op elkaar?


Verwarrend kan dat soms toch zijn- bandnamen die sterk op elkaar lijken.
Zo dacht ik ooit een nieuw album van Two Dollar Pistols te kopen en toen het pakketje uiteindelijk werd bezorgd bleek ik tot mijn grote teleurstelling iets van Two Dollar Guitar te hebben besteld. Nou maakt de band van Tim Foljahn fijne pop, maar zijn muziek is niet te vergelijken met de aanstekelijke Americana van de Two Dollar Pistols.
Niet lang gelden maakte ik een vreugdesprongetje toen ik op de lijst met nieuwe releases de naam Ohbijou tegenkwam. Hun album Beacons is “een betoverende plaat die zo hier en daar fijne herinneringen oproept aan Shellyan Orphan”, schreef ik, maar eerlijk gezegd zat ik te wachten op een nieuwe plaat van Oweihops. Twee fantasienamen die met een O beginnen- je kunt de verwarring misschien begrijpen.
Maar gelukkig heeft Oweihops nu ook een nieuw album uit, al is het voorlopig alleen via iTunes te verkrijgen.
Oweihops is de band van Michael Metivier. Metivier, die overigens ook voor Popmatters schrijft, zorgt voor de wat klagelijke vocalen. Daarnaast is hij de songschrijver en bepaalt hij het geluid van de band. De cello en het lage tempo van de songs versterken het melancholische karakter van Viburnum. Metivier weet bijna het hele album één sfeer vast te houden, waarbij vooral songs als War Diary, Finest Kind en As Much Home As We Have imponeren.
Viburnum is een prachtige sfeervolle plaat, die eerder op zijn plaats zou zijn in de herfst of winter dan tijdens deze (na)zomer.
We hebben lang op nieuw materiaal van Metivier moeten wachten. Viburnum maakt het lange wachten meer dan de moeite waard.

MP3 Oweihops – Proximity

The Believer: muzieknummer met Mary Margaret O’Hara, David Berman en meer


Ik ben geen vaste lezer van het literaire tijdschrift The Believer, maar ik kon het juli/augustus muzieknummer niet laten liggen. Bij het nummer zit namelijk een cd met daarop 14 liedjes. Het idee van de redactie is simpel: vraag gewoon aan je favoriete singersongschrijvers om een akoestische versie van een song. Bekende namen doen mee, zoals Lloyd Cole, Mike Scott, Stuart Moxham (Young Marble Giants), Lisa Germano en David Sylvian. Maar wat de cd net dat beetje extra geeft zijn de bijdragen van Mary Margaret O’Hara, Beth Sorrentino, Robert Scott en Wreckless Eric. O’Hara maakte slechts één album, het meesterwerk Miss America (1988), waar zij nu de rechten van bezit. Dus als iemand het album wil kopen, doe het dan direct bij haar (m2oh8@hotmail.com). Mary heeft geen eigen website en de myspace pagina is niet van haarzelf, het is maar dat je het weet. Beth Sorrentino ken ik van de groep Suddenly, Tammy! Hun album (we get there when we do) kocht ik ooit voor 3 pond in Engeland, een prachtige dromerige softpop plaat met liedjes om, zoals The Believer schrijft, op een zonnige veranda naar te luisteren of op de bank met je schoenen uit. Geen gitaar, alleen piano, bas en drums en de meisjesachtige, hoge stem van Beth. Robert Scott (The Bats, The Clean) levert een mooie bijdrage en stuurde ook een nummer op van een Nieuw Zeelands trio, Haunted Love. Hun San Dominco staat als bonus track op de cd. Alweer dromerige pop, een kruising tussen Beach House en Beth Sorrentino. Een echte zomereditie, dit nummer van The Believer. O ja, er staan ook goede verhalen in, bijvoorbeeld over David Berman, oprichter van de Silver Jews en daarnaast dichter. De toelichtingen bij de nummers zijn heerlijk om te lezen, het zet je op het spoor van artiesten als Phil Wilson (June Brides) en Mark Robinson. En ik weet nu dat Wreckless Eric zichzelf een grumpy old man vindt die zich elke dag opnieuw verbaast over de stupiditeit van de wereld. Zijn bijdrage heet (Swimming against) The tide of reason.

MP3 David Sylvian – Jaqueline
MP3 The Lilac Time – Memory and Desire

Joe Pernice maakt soundtrack bij zijn eigen boek


Het lijkt bijna een nieuw genre: de soundtrack bij een boek. Vorig jaar verraste Willy Vlautin ons met de instrumentale soundtrack bij zijn boek Northline. Het album Last of my Kind van Paul Burch is dan weer de soundtrack bij een boek van Tony Earley, een vriend van Burch. Dus dat is eigenlijk een wat vreemde eend in dit nieuwe genre. Nu ligt de ‘novel soundtrack’, zoals hij dat zelf noemt, voor me die Joe Pernice maakte bij zijn boek It Feels So Good When I Stop.

Op de soundtrack tref je klassiekers zoals I’m Your Puppet, I Go to Pieces en Rundgren’s Hello It’s Me aan overgoten met een Pernice Brothers-sausje. Ook gaat Pernice aan de slag met songs van Plush, de Dream Syndicate en Tom T. Hall.

Al deze songschrijvers of hun liedjes komen voorbij in het boek. Joe’s boek It Feels So Good When I Stop is nog naar me op weg, eigenlijk kan ik nog geen vonnis vellen over de CD zonder het boek gelezen te hebben. Maar de ‘novel soundtrack’ is ook zonder het boek erg te genieten. Ik zit persoonlijk niet te wachten op de zoveelste uitvoering van Chim Cheree uit Mary Poppins, maar er is ook veel te moois te horen.
Het beste werken nog Tom T.Hall’s That’s How I Got to Memphis en Tell Me When It’s over van de Dream Syndicate. In zijn versie poetst Joe Pernice de ‘jangle’ van de band van Steve Wynn nog eens stevig op. En als het refrein ‘what’s so bad about dying’ voorbij komt in Found A Little Baby van Plush, dan hoor je die zin terugkomen in een song van de Pernice Brothers.

Op de CD hoor je behalve wat stukjes die Joe voorleest uit het boek één instrumentaaltje van zijn hand, Black Smoke (No Pope).
Fijne CD dus en zeker voor de fans onmisbaar. Later zal ik hier zeker nog iets over het boek schrijven. Wordt vervolgd dus.

MP3 Joe Pernice – That’s How I Got to Memphis

Simon Joyner, perhaps the greatest songwriter you’ve never heard.


Ik moet eerlijk bekennen dat ik de muziek van Simon Joyner niet zo lang geleden pas heb ontdekt. Sindsdien ben ik druk bezig om mij een weg te banen door zijn oudere werk.
Dat gaat met vallen en opstaan. Joyner is flink productief en behalve een handjevol prachtige platen bracht hij ook het nodige restjes-materiaal uit en laat de geluidskwaliteit wel eens te wensen over.
Tegenwoordig brengt Joyner zijn werk uit bij Team Love, het label van zijn stadsgenoot Conor Oberst.
De mensen die Joyner’s promotie doen zijn zo vriendelijk geweest om Ketelmuziek een digitaal exemplaar te zenden van zijn nieuwe album, Out Into the Snow, dat half september uitkomt. Op Out Into the Snow hoor je Joyner zoals ik hem graag hoor: intiem, geconcentreerd en somber. Zijn muziek heeft duidelijk invloeden van de Velvet Underground en Joyner’s zing-zeggen brengt Leonard Cohen in herinnering.
Team Love omschrijft het zo: ‘Sounding sometimes like Doug Yule era Velvet Underground (with some Paris 1919 John Cale thrown in for good measure), On the Beach period Neil Young , Happy/Sad era Tim Buckley, and Our Mother the Mountain period Townes Van Zandt-Team Love is proud to introduce another milestone performance from Simon Joyner, perhaps the greatest songwriter you’ve never heard.’
Out Into The Snow biedt een mooie soundtrack voor een natte herfst.

MP3 Simon Joyner – The Drunken Boat

Nieuw album Richmond Fontaine


Binnenkort ligt er weer een nieuw album van Richmond Fontaine in de winkel. Voor mij is dat altijd weer een moment om naar uit te kijken.
‘We Used to Think The Freeway Sounded Like A River’, is de prachtige titel van de plaat. ‘You Can Move Back Here’ is de eerste song die naar buiten komt en deze song belooft wat mij betreft veel goeds voor het album.
De band van Willy Vlautin is in september in ons land voor twee optredens.
Op 19 september staat de band in Paradiso en op 26 september zijn ze te zien in Roepaen.
Dat laatste optreden doen ze samen met stadsgenoten Dolorean, die ook binnenkort met een nieuw album komen. Zet het in je agenda, zou ik zeggen.

MP3 Richmond Fontaine – You Can Move Back Here

Richard Youngs kan veel beter (Jack White ook)


Soms blijken muzikanten waar ik een hoge pet van op heb even uit vorm te zijn. Dat bleek afgelopen maand bij Richard Youngs en Jack White. Van de eerste is het een tijdelijke inzinking, van de tweede hopelijk ook. Jack White, meesterbrein achter The White Stripes, doet mee als drummer en zanger op het zojuist verschenen en door hem geproduceerde album Horehound van de groep The Dead Weather, dat niet kan tippen aan de klasse van The White Stripes of de catchy songs van The Raconteurs.
Maar goed, Richards Youngs. Als trouwe bezoeker van het Instal festival in Glasgow heb ik hem daar meerdere malen aan het werk gezien. Elke keer wist hij te verrassen met “something completely different”. Alleen met een melodica en schuchtere zang, als begeleider van Jandek op basgitaar en de derde keer met de chant Another day of gravity. Het publiek moest tussendoor ‘hey’ roepen. Ik was dus zeer benieuwd wat Youngs zou gaan doen tijdens zijn optreden in Nederland op 19 juli. Dat zou plaatsvinden in De Kombinatie te Den Haag onder het motto Los van Woorden. Maar dat viel tegen omdat hij getroffen was door een keelontsteking en absoluut niet in staat was om te zingen, waarvoor hij zich met een schorre stem excuseerde. We kregen wel een korte laptop performance voorgeschoteld, waarin hij zijn opgenomen stem (hey) bewerkte. Erg jammer, want zoals Youngs zelf toegaf had hij nog nooit eerder iets met een laptop gedaan, en dat was te horen. Hopelijk is hij de volgende keer bij stem, want hij kan veel beter, zoals hij heeft aangetoond op zijn eerste album Advent met drie stukken uit 1988. Uitschieter is het tweede stuk voor piano en hobo, waar de hobo klinkt als een kruising tussen het spel van Roxy Music’s Andy Mackay en een doedelzak, minimaal en basaal. Young’s kenmerk is het gebruiken van repeterende motieven die variëren van 5 tot 25 minuten. Zoals Mark E. Smith van The Fall treffend zingt: repetition’s in the music and we’re never gonna lose it. Dat werkt het beste in de kortere folkachtige stukken, zoals bijvoorbeeld Life on the stream (van Airs of the ear uit 2003) en Fountain of light (van River through howling sky uit 2004), beide voor stem, gitaar en elektronica. Als de elektronica en het experiment overheersen, zoals op de single High sun energy (2008) en Road is open life (samen met Alex Neilson) is de muziek minder toegankelijk, dan moet je als luisteraar echt klunen om er doorheen te komen.

MP3 Richard Youngs – Oh, Reality