Athens, Georgia Music City


Het blijft me verbazen hoeveel goede muziek er toch uit Athens, Georgia komt. Zo groot is de stad toch niet- qua inwoners is het te vergelijken met Zoetermeer of Zwolle. Het kan niet anders dan dat de meeste inwoners van Athens in een bandje spelen, een eigen label hebben of zich op een andere manier met de muziek bezighouden.
Het scheelt natuurlijk dat Athens een grote universiteit heeft en al deze studenten vormen een mooie afzetmarkt voor de muziek. In de stad vind je een flink aantal podia, vaak verstopt in café’s en piepkleine zaakjes.
Athens associeer je natuurlijk vooral met REM. En als je in Athens rondloopt kun je onmogelijk om REM heen. Want, kijk, daar is het restaurantje met het uitgangsbord ‘Automatic for the People’. En dat lijkt wel op de plek waar de hoesfoto van Murmur is gemaakt. En Wuxtry Records, een charmante CD-zaak, is de plek waar Michael Stipe en Peter Buck elkaar voor het eerst hebben ontmoet.
Ik was vooral op zoek naar nieuwe muziek in Athens. En die is er volop.
Tijdens Athfest in juni zijn al die locale bandjes te zien, aangevuld met wat muzikale helden uit de omgeving.
Natuurlijk is het nivo niet altijd even hoog, maar er valt gelukkig wel heel wat te genieten.
Ik keek vooral uit naar optredens van Liz Durrett, The Ginger Envelope en Madeline.
En ik heb er volop van genoten. Vooral de shows van Durrett, de nicht van Vic Chesnutt, en Madeline waren ijzersterk.
Eerder dit jaar bracht Madeline haar album White Flag uit. Nee, het heeft gelukkig niets met Dido te maken. Net als op de voorganger The Slow Bang hoor je hier verzorgde pop, sterke songs. De stem van Madeline is een van de belangrijkste troeven van The White Flag.
Het album is zo hier en daar wat veilig, maar de kwaliteit van de songs en Madeline’s stem compenseren veel.

MP3 Madeline – Sorry

Shannon Stephens is na negen jaar terug met nieuw album


Ik heb sinds kort digitale televisie in huis en het beluisteren van leuke nieuwe plaatjes schiet er een beetje bij in. Om die reden is het even stil geweest op Ketelmuziek. Al moet ik ook bekennen dat de inspiratie ook op laag pitje staat deze zomer.
Maar er ook zoveel te ontdekken op al die zenders die via de set-top box mijn huiskamer binnenkomen. Gelukkig vielen deze week weer wat interessante releases in de bus die spannend genoeg zijn om er de TV even voor uit te zetten.
Zoals het album van Shannon Stephens. Shannon speelde lang geleden met Sufjan Stevens in zijn eerste band Marzuki en ze schreef I’ll Be Glad dat Bonnie “Prince” Billy zo mooi coverde op zijn album Lie Down In The Light.
Negen jaar geleden bracht ze haar debuut uit, maar ging zich al snel wijden aan haar gezin en de muziek schoot er een beetje bij in.
Wonderbaarlijk genoeg brengt ze nu haar tweede plaat uit. The Breadwinner komt in september uit op Asthmatic Kitty, het label van Sufjan. En zo is het cirkeltje weer rond.
The Breadwinner weet niet van begin tot eind te boeien. Af en toe zakt het album weg door saaie nummers of omdat Stephens voor de wel erg veilige weg kiest.
Maar er zijn ook voldoende momenten dat alle elementen van de muziek samenkomen en dan gebeurt er iets moois. Dat gebeurt bijvoorbeeld in Hard Times Are Coming en The Most Delicious Hours. De prachtig minimale arrangementen voor strijkers en blazers stuwen deze songs naar nieuwe hoogten. De stem van Stephens is bij dat alles prachtig en betoverend.
Shannon Stephens maakt stijlvolle en intieme songs voor de late avond of vroege ochtend.

MP3 Shannon Stephens – Seems I’m Never Tired Lovin’

Frontier Ruckus in ons land voor één optreden


Goed nieuws: komende zondag is Frontier Ruckus in ons land voor een optreden.
Je moet er wel wat voor over hebben, want de band speelt in de middeleeuwse Hervormde Kerk in Noordbroek. Noordbroek vind je Noordoost Groningen, niet ver van Scheemda en Hoogezand. Aanvankelijk was het de bedoeling dat de band in mijn Utrechtse huiskamer zou spelen, maar dat gaat helaas niet door.
Ik heb Frontier Ruckus een paar keer live mogen zien in de USA en was erg onder de indruk.
“Op sommige momenten deed de band me denken aan de optredens van Okkervil River”, schreef ik niet zonder reden. De band heeft in Matthew Millia een fantastische zanger. Hij laat zich omringen door prima muzikanten die ook vocaal ook van wanten weten.
Hun album The Orion Songbook is prachtig en een van de beste Americana-releases van vorig jaar. Ik kijk in ieder geval uit naar een nieuw album van deze jongens.
Het optreden begint al om 5 uur. Dan kun je weer op tijd terug zijn in de Randstad.
Dat wordt dus gegarandeerd een mooie avond daar in Noordbroek.
Mail me als je meer wil weten.

MP3 Frontier Ruckus – The Latter Days

Konfrontationen festival Nickelsdorf 10-12 juli: weldadige muzikale douche


Liefhebbers van jazz en geïmproviseerde muziek konden prima terecht in de Jazzgalerie te Nickelsdorf, waar eigenaar Hans Falb al 30 jaar lang het Konfrontationen festival organiseert. Drie dagen muziek, 17 optredens, ruim 50 musici uit alle windstreken. Het aantal bezoekers ligt tegen de 300, voornamelijk Oostenrijkers en Duitsers, plus een handvol Nederlanders. Nickelsdorf is een onwaarschijnlijke locatie voor een festival waar het er behoorlijk experimenteel toegaat. Enkele namen: Andy Moor, Tony Buck, Mats Gustafsson, Axel Dörner, Otomo Yoshihide, Irène Schweizer, Mary Oliver, Tristan Honsinger, John Butcher, Joe McPhee, Fennesz, Radu Malfatti, Louis Moholo, Paal Nilssen-Love, Jerôme Noetinger en Veryan Weston.
Nickelsdorf ligt ten zuidoosten van Wenen op 50 minuten treinen, vlakbij de Hongaarse grens, een onopvallende gemeente met nauwelijks horeca en veel vrijstaande huizen aan brede lommerrijke straten. De festivalgangers kunnen gratis kamperen op een grasveld waar perzik-, appel- en pruimenbomen staan. Sobere voorzieningen (wastafel, toilet, twee buitendouches, geen warm water), maar daar staat tegenover dat het werkelijk stikt van de muggen. Dat was eigenlijk meteen het enige nadeel, want behalve de muziek was het eten en drinken uitstekend verzorgd. Plus mooi weer en een prima sfeer en je hebt alle ingrediënten voor een bijzonder geslaagd festival.

Op de openingsavond blonk het kwartet van Andy Moor (gitaar, The Ex), Tony Buck (drums, The Necks), Magda Mayas (piano) en Christine Sehnaoui (altsax) uit met inventieve, breekbare en verrassende improvisaties. Om goed te kunnen improviseren is het essentieel om ingespeeld te zijn op elkaar en ook is het belangrijk dat de klanken van de instrumenten combineren. Dat was bij sommige andere ensembles toch wat minder goed te horen. Tussen alle genoemde musici was de keuze voor het electropop trio Gustav op zijn minst curieus. Maar zij bleken een van de hoogtepunten te zijn met frontvrouw Eva Jantschitsch als gangmaker. Dwarse gitaar- en keyboardklanken plus sterke zang en maatschappijkritische popsongs doen het goed bij het publiek, dat overigens wat moeite heeft om mee te zingen met een Rage Against The Machine nummer. Een onderhoudend optreden. Op zaterdagavond schittert het ijzersterke Otomo Yoshihide Sextet met een combinatie van traditionele thema’s (Eric Dolphy’s Straight up and down) en messcherpe uitvoeringen met de energie van pakweg John Zorn’s Naked City. Eerder op die dag hadden musici en publiek zich verplaatst naar Kleylehof, een uurtje lopen. In een fraaie landelijke omgeving, een klein amfitheater, speelden tapemanipulator Noetinger, saxofonist Jen-Luc Guionnet en drummer Will Guthrie een set die fantastisch klonk via rondom opgestelde geluidsboxen. Het begin was spannend maar wat meer pit had geen kwaad gekund. Lekker liggen in het gras of zitten in de zon maakte het uiteindelijk toch de moeite waard. Dat laatste gold zeker voor het stilste concert van het festival in een oude opslagplaats op Kleylehof door trombonist Radu Malfatti en cellist Nikos Veliotis. Ik ben geen fan van de minimale aanpak van de Wandelweiser club waar Malfatti bij hoort (teveel een kleren van de keizer effect) maar dit keer werkt het wonderwel. Vogels op de achtergrond en het zuchten en strijken van de instrumenten roepen een spanning op die tot nauwkeurig luisteren uitnodigt. Ondanks enkele weglopers en wat gehoest weet het duo de aandacht vast te houden door afwisselende geluiden te maken en niet eindeloos het groeien van gras te imiteren. Na afloop werden de bezoekers teruggereden in een tractorshuttle: met zijn dertigen in een aanhangwagen, ook een bijzondere ervaring. Meer moois op de slotavond kwam van twee duo’s. Eerst Joe McPhee en Paal Nilssen-Love en daarna Irène Schweizer en Louis Moholo. Het idee van een muzikale douche kwam letterlijk tot leven bij het horen van een soundart installatie van Noid (cellist Arnold Haberl) in een schuur vlakbij de Jazzgalerie. Je stapt in een douchecel met matrassen als wanden en een speaker in het plafond. Door aan twee knoppen te draaien begint geluid te stromen, links ruis en rechts zware bassen. Het resultaat is spectaculair: creëer je eigen Merzbow noise stuk. Zijn er nog connecties met North Sea Jazz Rotterdam? Jazeker. Ten eerste speelt Otomo‘s band een dag na Nickelsdorf in Rotterdam. Twee, afsluiter Ground 6 (met onder andere Mandy Drummond, Veryan Weston en Luc Ex) speelt Close to you en Anyone who had a heart vn Burt Bacharach die ook op NJZ stond. Dit jaar waren er meer Nederlandse musici op het podium te vinden dan in het publiek, ondanks de delegatie van vijf waarvan ik deel uitmaakte. Misschien dat er volgend jaar meer bezoekers uit Nederland de weg naar Nickelsdorf weten te vinden. Neem alleen wel een muggenstift mee.

Those Darlins brengen hun debuutplaat uit


Op deze plek zijn Those Darlins al een paar keer voorbij gekomen. Een week geleden kwam het debuutalbum van de band uit Murfreesboro, Tenessee officieel uit en het is geen goed teken dat ik er nog niet over geschreven heb. De plaat valt me namelijk een beetje tegen.
Ik heb de band dit jaar een paar keer aan het werk gezien in Athens, Georgia en Austin, Texas en de shows van Those Darlins zijn prachtig. Hun gruizige en rammelende mix van rock en country doet het live fantastisch. Those Darlins blijven dan ook mijn tip voor de festivals van 2010. Boek deze feestband zo snel mogelijk, zou ik tegen de mensen van Lowlands en Metropolis willen zeggen.
Maar het kost Nikki, Jessi en Kelley Darlin toch wat moeite om het live-geluid geluid naar de plaat te vertalen. Het debuut klinkt af en toe wat tam en de kwaliteit van de songs wisselt sterk.
Dat neemt niet weg dat songs als Red Light Love, Snaggle Tooth Mama en Dui or Die staan als een huis. En met teksten over ‘drunk driving’ en “I got drunk and then I ate the chicken’ bouwen de dames inmiddels rustig door aan hun imago.
Het debuut van Those Darlins is nu uit op Oh Wow Dang Records. Mooie naam.

MP3 Those Darlins – Red Light Love