Ripped: How the Wired Generation Revolutionized Music


Een van de vele fijne dingen die de USA te bieden heeft zijn de fantastische boekenwinkels. Ketens als Borders of Barnes & Nobles hebben in alle Amerikaanse steden van een redelijke omvang gigantisch grote zaken met een gigantisch aanbod. Uiteraard ben ik altijd weer op zoek naar iets dat nou net niet in voorraad is, maar dat terzijde. Je kunt in zo’n zaak wegzakken in een comfortabele stoel met een stapeltje boeken, er zijn toiletten en er is altijd een Starbucks- achtig zaakje waar je wat kunt drinken of eten. Je kunt een volledige dag doorbrengen in zo’n zaak en niemand zal je vreemd aankijken als je de winkel verlaat zonder een aankoop.
In een van die winkels liep ik tegen het boek Ripped aan van Greg Kot.
Het boek is zo interessant en zo goed geschreven dat ik het boek binnen een paar dagen (bijna) uitgelezen heb.
De ondertitel van het boek luidt How The Wired Generation Revolutionized Music.
Kot gaat in twintig hoofdstukken in op de ontwikkelingen die de popmuziek in de afgelopen tien jaar heeft doorgemaakt. En dan gaat het natuurlijk vooral over internet, downloaden, Myspace en Youtube.
Zo bevat Ripped een interessant hoofdstuk over Death Cab for Cutie, een band die zonder het zelf in de gaten te hebben groot werd omdat de fans elkaar via het internet troffen en de reputatie van de band zo groter en groter werd. Toen in de goedbekeken TV-serie The O.C. ook nog een karakter opdook die fan van Death Cab was, was de populariteit van de band niet meer te houden. En dat alles gebeurde eigenlijk zonder dat Ben Gibbard en zijn maten een hand uitstaken.
Kot vertelt het verhaal van de doorbraak van Lilly Allen en OK Go met dank aan Myspace en Youtube nog eens, maar zet die ontwikkelingen dan een breder kader. Ook gaat hij in de steeds belangrijkere rol die Steve Jobs speelt met zijn iPod en iTunes. Feitelijk is Jobs op dit moment de grootste muziek-verkoper.
Ook het gebruik van samples in de muziek van bijvoorbeeld Dan Deacon en Girl Talk komt langs en alle copyright gevolgen die daar bij horen.
Uit Ripped blijkt vooral ook dat de traditionele labels machteloos staan ten opzichte van de huidige ontwikkelingen. Als mamoettankers kost het ze immens veel moeite om de koers te vernaderen die ze eigenlijk al vanaf de jaren ’50 volgen. Intussen pikken creatieve types als Steve Jobs een steeds groter deel van de markt in.
Ze komen met belachelijke en onuitvoerbare maartegelen om het downloaden en kopieren tegen te gaan en zijn blijkbaar niet in staat om in te springen op een veranderend muziekklimaat. Tekenend is het verhaal over de overstap van Paul McCartney van EMI naar Hear Music, een samenwerking van Starbucks en het jazz-label Concord Music. EMI en Capitol waren vooral bezig om de ‘back catalogue’ van de Beatles uit te melken, maar staken weinig energie in de nieuwe albums van McCartney.
Zo staat Ripped vol met interessante beschouwingen over de muziek-industrie. Nadeel van zo’n boek is natuurlijk dat het al achterhaald is op het moment dat het in de winkel ligt. Greg Kot kon nog wel aandacht besteden aan de revolutionaire manier van uitbrengen van Radiohead’s In Rainbows, maar de term Twitter kom je in het boek niet tegen. Terwijl Twitter toch een belangrijke rol kan spelen in het contact tussen artiest en fan.
Dat neemt niet weg dat Ripped erg goed geschreven en super informatief is. Ook ik kwam nog volop voor mij nieuwe informatie tegen. Ripped is dus warm aanbevolen.
Hier kun je alvast de introductie en hoofdstuk 1 van het boek lezen.

Athfest


Athens, Georgia is net als Portland, Oregon en Austin, Texas een heerlijke plaats voor de muziekliefhebber. Athens heeft een interessante muziekgeschiedenis (ik noem alleen maar REM), er zijn een paar aardige CD-zaken en de stad heeft een levendige muziekscene. Ik ben in Athens, Georgia tijdens het jaarlijkse Athfest en in drie dagen staan hier zo’n 170 vaak locale acts geprogrammeerd. Dat gaat van hip-hop tot bluegrass en van singer-songwriters tot psychedische rock.
Er zit flink wat rotzooi tussen het aanbod. Zo lees ik in het programmablad een omschrijvinh als ‘Local threesome delivers fun-spirited garage rock with sass and soul’ en dat weet ik dat ik daar dus niet te zoeken heb.
Maar er is gelukkig ook heel veel moois te zien. Zo zag ik gisteravond een prachtig optreden van Madeline, een getalenteerde dame die al een paar mooie CD’s uitbracht.
Een straat verder, in een zaaltje bij de Cine bioscopp, kon ik daarna genieten van de gekte van Casper & The Cookies. Hun Elephant Six- achtige pop en prachtige live acts zal ook op een festival als Metropolis niet misstaan.
Eerder die avond speelden Those Darlins (foto) op een van de twee buitenpodia. Ik was na hun optreden in Austin, Texas al erg onder de indruk van hun rammelrock met country-trekjes en ook in Athens, Georgia was het weer een groot feest. De drie dames en een heer van Those Darlins brachten een paar dagen gelden hubn debuutalbum uit en daar kom ik hier zeker nog op terug.
Tussendoor zag ik in The Melting Point nog twee niet al te bijzondere Americana
en bluegrass-acts. Ik raakte aan de praat met de twee piepjonge studntes naast me. Ze keken er wel van op toen ik vertelde dat in Nederland toch vooral blanke mannen van boven de 40 op dit soort optredens afkomen. Daar snapten ze nou niets van. Bluegrass en Americana is toch de muziek die bij uitstek teksten heeft die over het “echte” leven gaan. Tja, ddaar kon ik niets tegen inbrengen.
De temperatuur is in Athens inmiddels opgelopen tot een graad of 40 in de schaduw. Er staat me weer een dag te wachten vol met muziek. Van Liz Durrett, de nicht van Vic Chesnutt, tot Jason Ringenberg en Madeline. Inderdaad, nog een keer Madeline.

Yo La Tengo schittert in uitverkocht BIMhuis


In een afgeladen BIMhuis gaf Yo La Tengo op 11 juni een onvergetelijk concert. Het trio uit Hoboken, New Jersey (waar het volgens gitarist Ira Kaplan veel gevaarlijker is om te fietsen dan in Amsterdam) speelde geen
verzoeknummers, maar het publiek mocht wel vragen stellen, anything. Dat zorgde na een onwennig begin voor een ontspannen sfeer en een af en toe uitgelaten stemming in de zaal en op het podium. Natuurlijk glipten er toch verzoekjes in door slimme vragenstellers. Bijvoorbeeld hoe was het om met leden van het Sun Ra Arkestra te werken? Waarna een enthousiast verhaal volgde met als conclusie dat Nuclear war gespeeld moest worden, de single van Sun Ra uit de jaren 70. Er kwamen nog meer covers langs, zoals een chanson van Jacques Dutronc (zingen jullie ook wel eens in een andere taal dan Engels?). Bassist James McNew rende even snel naar de kleedkamer om een boekje te halen waar de tekst in stond. Bad politics van The Dead C werd gespeeld na de vraag wat er gebeurt als ze van instrument wisselen. Twee uur lang was het genieten geblazen van gloedvol gespeelde songs, zoals Big day coming, I’m your puppet en Autumn sweater. De zang klonk perfect en werd nu eens niet overstemd door elektrisch versterkte gitaar en zware drums. Ira had slechts een akoestische gitaar (wel af en toe feedback creërend, hij kon het niet laten), Georgia Hubley had de basdrum thuisgelaten en gebruikte vooral brushes. Ik heb ze al vaak live gezien maar zo subtiel en verrassend heb ik ze nog nooit gehoord. Dat gold voor meer bezoekers. Na afloop zag ik alleen maar glimmende gezichten om mij heen. Het kan haast niet anders of het nieuwe Yo la Tengo album wordt ook weer heel bijzonder.

Aanbieding: het nieuwe album van Fanfarlo voor één dollar


Dat is nog eens ’n sympathiek gebaar van Fanfarlo: tot 4 juli kun je hun splinternieuwe album Reservoir voor één dollar downloaden. Zo’n aanbod kun je toch niet laten liggen, zeker niet nu de koers van de dollar zo gunstig is. Laat ik er dan maar niet over zeuren dat Reservoir inmiddels volop illegaal en gratis te downloaden is.
Ik was erg benieuwd naar het debuut van de band uit Londen. De singles die Fanfarlo de afgelopen twee jaar uitbracht lieten namelijk erg fijne indie-pop horen en daar heb ik over het algemeen wel een zwak voor.
Maar ik moet eerlijk bekennen dat Reservoir me een beetje tegenvalt. De band heeft een heel eigen sound, met trompet, strijkers en de fijne vocalen van Simon Balthazer, en die sound weten ze op Reservoir verder uit te bouwen. Maar de subtiele melodieën die je op die singles nog wel tegenkwam zijn nu ver te zoeken. Reservoir is voor mij net iets te veel een album van het grote gebaar. Grof opgezette melodieën en weinig subtiliteit.
Natuurlijk heeft Reservoir mooie momenten. Finish Line en Comets zijn heerlijke songs. En het Fire Escape blijft een onverwoestbare single. Alleen al dat nummer is op z’n minst een dollar waard.
Voor de die hards is er overigens ook een luxe uitvoering van Reservoir in een mooi doosje met alle teksten op aparte kaartjes. Leuk voor in de kast.

MP3 Fanfarlo – Fire Escape

Pain is a Reliable Signal


In het kleine wereldje van de bloggers duikt de naam The Flying Change regelmatig op. En terecht, want de band maakte met Pain is a Reliable Signal een prachtige plaat. Dit is geen album dat je met de open armen verwelkomt. Ik heb de CD nu een paar keer gedraaid en kreeg een beetje het idee dat ik Pain is a Reliable Signal echt moet veroveren.
De band tapt uit verschillende vaatjes. Dan weer gaan ze richting Beirut, zoals in The Mayo Clinic, dan richting Andrew Bird en de prachtige wat onderkoelde stem van Sam Jacobs doet me zo hier aan daar aan Stephen Merritt denken.
The Flying Change wisselt ingetogen nummers als Dirty White Coats en Burning a Horse af met songs waarin Jacobs flink uithaalt, zoals St Marys.
Zo ontstaat een album dat ook na een paar keer luisteren nog steeds verrassingen in petto blijkt te hebben.
De titel en eigenlijk is het hele album is geïnspireerd door de gekmakende rugpijn van de vrouw van Jacobs en haar eindeloze tocht langs dokters. Bijzondere inspiratie voor een bijzonder album.

MP3 The Flying Change – Dirty White Coats

Luisterachterstand


Vandaag had ik weer ‘s de tijd om mijn luisterachterstand een beetje in te halen. En dat viel niet mee, moet ik bekennen. Zo kan het nieuwe album van Red Heart The Ticker me niet echt bekoren, hoe positief Popmatters ook is over Oh My! Mountains Below. Red Heart The Ticker is een sympathieke band, maar dit album mist spanning en afwisseling.
De muziek van Alela Diane heeft wat mij betreft haar uiterste houdbaarheidsdatum wel bereikt. To Be Still heeft een handjevol mooie songs, maar mij doet het album weinig.
Iets positiever ben ik over twee albums waar ik al even naar uitkeek, namelijk de CD’s van Cameron McGill en Western States. Inderdaad, namen die hier al ‘ns eerder voorbij kwamen.
Cameron McGill heeft met Warm Songs for Cold Shouders voor ons fijne Americana in petto.
Please Don’t Let Me Down en Not on My Side zijn ijzersterke songs en als McGill vocale hulp krijgt van Katie Bracken kan het helemaal niet meer stuk. Jammer van het wel wat prekerige Lose Americans en een lelijke hoes met een onleesbaar lettertype.
De Canadezen van Western States weten met hun nieuwe album Bye and Bye helaas de pracht van hun debuut niet te evenaren. Maar veel scheelt het niet. Het tempo ligt laag en de steelgitaar jankt weer heerlijk in Time to Lose, Ouststanding Balance en The Water Remembers My Face. De band van Sean Buchanan heeft wel wat meer afwisseling in het album willen brengen door het tempo van de songs wat te variëren. Wat mij betreft was dat niet nodig geweest. Al vergeef ik ze het wat gemakzuchtige Fictional Divide en Backslider’s Wine Part 2 graag. Er staat tenslotte zoveel moois tegenover.

MP3 Western States – Time to Lose

Le Weekend festival in Stirling: veelzijdig


Stirling was op 29, 30 en 31 mei de plaats waar boeiende muziek en geluid op diverse plekken te horen waren. Ook ditmaal stonden er weer genoeg uiteenlopende artiesten op het Le Weekend festival, dankzij de brede smaak van artistiek directeur Alasdair Campbell. In zijn eigen woorden uit het festivalprogramma: “(…) another dizzyingly uncategorizable array of good music. Pop, improv, electronica, field recordings, contemporary, drone, Japanese acid folk, free jazz, situationist, free rock, interstellar sound wave (…)”. Ik heb bijna alles gezien maar het is ondoenlijk om over elk optreden uitgebreid verslag te doen. Wel wil ik kort enkele memorabele optredens noemen: Bill Thompson’s project Shifting currents, knisperende elektronica en brommende soundscapes met hulp van Rick Reed en Keith Rowe, het ruige harpspel van Hélène Breschand, het Telescope project in het Stirling observatory waar je elektronisch bewerkte “extra-terrestrial drones” kon horen van Buffalo buffalo en een enthousiast kinderkoor plus orkest met de Clothes Line Saga Blues, uitgevoerd omringd door aan waslijnen opgehangen, vrolijk gekleurde papieren kleren. Een van de verrassingen was dat de muziek van Thelonius Monk in de buitenlucht werd gespeeld, onder het motto Brilliant corners, een compositie van Monk. Het winkelend publiek kon gratis genieten van een ander stuk, Blue Monk, onder leiding van saxofonist Raymond MacDonald. Het Duck Baker Trio speelde een zeer aanstekelijk Monk en Herbie Nichols programma in de Church Of The Holy Rude. In plaats van piano, bas en drums bestond de bezetting uit gitaar, Alex Ward op klarinet en bassist Joe Williamson. Voor mij een reden om weer eens in de muziek van Monk en Nichols te duiken. Ik was ook benieuwd naar bassist John Edwards. Hij speelde de sterren van de hemel in het trio NEW met drummer Steve Noble en Alex Ward, ditmaal op gitaar. Stevige improvisaties, inventief, afwisselend agressief en subtiel. Ook Edward’s korte soloset was briljant. Hij verkent zijn instrument door tokkelen, kloppen, slaan en het laten kletteren van de snaren. Nog meer magische momenten voor snaarinstrumenten waren afkomstig van het Franse Trio Arco. Elegant, energiek en altijd spannend door de combinatie van een conventionele speelwijze en vrije improvisaties op viool, cello en bas. Een echte ontdekking voor mij. Erg goed was Evangelista, de intense band van Carla Bozulich. Het leuke van Le Weekend is ook dat er Schotse bands staan die voor een rustpunt zorgen. Dit jaar was dat Muscles Of Joy met hun ontwapenende, ritmische new wave achtige muziek. Trembling Bells speelde stevige folkrock waar zangeres Lavinia Blackwell, ondanks het harde volume, met gemak bovenuit kwam. Bij de Japanse folkband Eddie Marcon hoef je niet bang te zijn dat de zang niet te horen is. Iedereen probeert zo zacht mogelijk te spelen, wat de muziek breekbaar maakt en een beetje soft. Het is allemaal net iets te lief, maar eigenlijk is dat helemaal niet erg. Geen kwaad woord over deze band, dus ik citeer het programmaboekje: “the songs of Eddie Marcon breathe with a tenderness of fading light and are dusted with an otherworldly charm”. Maar het was wel mooi dat de dubstep van Jazzsteppa & The Moody Boyz het festival afsloot in de grote zaal van de Tolbooth. Aanstekelijke, lome swing voor drummer, trombonist en twee DJ’s. Kortom, er was ook dit jaar weer genoeg mooie muziek te horen, zelfs tijdens het avondeten in het Darnley Coffee House, waar Raymond MacDonald excelleerde met ingetogen improvisaties. En bijna vergeet ik het prachtige ingelaste optreden in de galerie The Changing Room. Zo subtiel hoor je het zelden, dromerige folkpop met melodica (Bill Wells), gitaar, zang en violiste Aby Vuillamy.

Houdt Those Darlins in de gaten


Al een tijdje ben ik van plan om iets te scrhijven over Those Darlins, maar op de een of andere manier komt het er maar niet van.
Ik zag de band tijdens het SXSW-festival eerder dit jaar en ik was erg onder de indruk.
Nikki, Jessi en Kelley Darlin maken heerlijk rammelende rock met de nodige country invloeden. De dames komen tenslotte uit Tennessee.
Live maken ze er een groot feest van en ze krijgen echt iedereen op de stoelen. Bij deze dus mijn tip voor de zomerfestivals van 2010.
Begin juli brengen Those Darlins hun debuutalbum uit. Ik ben erg benieuwd hoe dat album is. Het drietal bracht tot nu toe één single uit, Wild One. De twee songs van die single zijn erg fijn en aanstekelijk, maar kunnen niet in de schaduw staan van wat de band live neerzet.
Jeff Curtin, die ook werkte met Vampire Weekend, heeft het debuut geproduceerd en misschien is hij is staat om het beste uit Those Darlins te halen.
Eind van deze maand ben ik in Athens, Georgia voor Athfest. Hier staan Those Darlins ook geprogrammeerd en ik hoop dan wat live-foto’s en misschien wel een interview te kunnen maken. Je hoort hier absoluut nog meer van Those Darlins.

MP3 Those Darlins – Wild One