Laten we het weer ‘ns over Tara Jane O’Neil hebben


Ik weet het, we moeten oppassen dat Ketelmuziek niet te veel op het officiële orgaan van de Tara Jane O’Neil fanclub gaat lijken. Maar het mens maakt ook zoveel moois.
Luister maar ‘ns naar haar nieuwe album A Ways Away. Het is haar eerste plaat voor Calvin Johnson’s roemruchte K Records en de plaat is fascinerend.
Tara Jane weet het hele album lang een mooie sfeer vast te houden en haar prachtige gitaarspel krijgt flink de ruimte. Vooral in het instrumentale Pearl into Sand schittert Tara Jane als gitarist.
Maar luisterend naar A Ways Way valt me ook weer op hoe prachtig Tara Jane’s stem eigenlijk is. OK, A Ways Way is niet altijd even toegankelijk, maar de doorzetter zal beloond worden met een bijzonder album.
Voor A Ways Away kreeg Tara Jane hulp van onder andere Mirah, Jana Hunter en een aantal leden van Ida. Tara Jame O’Neil en Mirah gaan samen op tournee en de dames zijn op 10 mei, moederdag, te zien in het Utrechtse Db’s.
Mis het niet, zou ik zeggen. Het gebeurt niet iedere dag dat je zulke getalenteerde dames op één podium aantreft en het is helaas hun enige optreden in Nederland.

MP3 Tara Jane O’Neil – Dig In

Chora, Lanterns, Helhesten en Floris van Hoof: tegendraadse improvisaties


Op de 20e Hallogallo avond in Occii stonden vrijdag 17 april muzikanten op het podium die weinig met Duitse muziek te maken hadden. Want laten we eerlijk zijn. Als je de avond noemt naar een nummer van een van de beste Duitse bands uit de jaren 70 (Neu!) vraag je om zulke associaties. Nu deed openingsact Lantern er alles aan om de geest van Tangerine Dream op te roepen met hun sequencer geluiden en ruimtelijk klinkende fuzzgitaar, dus niets stond een avondje nostalgie in de weg. Behalve dan dat de musici zo op het oog te jong waren om die tijd te hebben meegemaakt. De vergelijking met de Duitse experimentele rockmuziek uit de jaren 70 gaat ook niet helemaal op, zeker niet voor Chora en Helhesten, de twee andere bands van de avond. De optredens in Occii duurden een plaatkant, dat wil zeggen een 20 tot 25 minuten lange, uitgesponnen improvisatie op snaarinstrumenten en klarinet, waarin vooral violist Greg Thomas van Helhesten schitterde als een bezeten, jonge John Cale. De uit België afkomstige Floris van Hoof was de vierde act van de avond. Hij had bijna niet gespeeld, want hij struikelde over het opstapje van het podium en wist maar ternauwernood te voorkomen dat hij met zijn hoofd tegen de tafel knalde. Gelukkig liep alles goed af en wist hij met zijn cassettebandjes en andere apparaten lekkere dwarse stuiterelektronica te laten horen. Gruizig en ongepolijst met veel dynamiek. Met een beetje schaven kan alles nog wat krachtiger en samenhangender worden, maar onderhoudend is het nu al. Van de aangeschafte cdr’s bevalt mij voorlopig Chora’s Goatlines het beste. Hierop staan vier bezwerende soundscapes à la Volcano The Bear. Nieuw is het niet, wel sympathiek. Dat gold eigenlijk voor de hele avond.

The Wooden Birds: prachtig debuut en een optreden in Nederland


Heel eerlijk gezegd had ik toch iets meer verwacht van Magnolia van The Wooden Birds. Op papier ziet het er uit als een superband: Andrew Kenny, de grote man van de American Analog Set, staat aan het roer en hij krijgt hulp van David Wingo van Ola Podrida.
De combinatie van Kenny en Wingo prikkelde mijn fantasie, maar uiteindelijk is Magnolia gewoon een nieuw album van de American Analog Set, een naam die in sommige kringen wordt afgekort tot AmAnSet.
Albums van AmAnSet zijn eigenlijk per definitie eigenlijk nooit “gewoon” en dat geldt ook voor Magnolia. Ik had graag iets meer gehoord van Wingo, die toch prachtige dingen liet horen op Ola Podrida’s debuut. Maar Magnolia kent wel weer die heerlijk lome sfeer die eerdere AmAnSet-albums als Set Free en The Golden Band zo genietbaar maakten. Zo is het heerlijk wegdrijven op songs als Quit You Once, Never Know en Anna Paula. Dit zijn melodieën waar je je moeilijk van kunt losmaken.
Luna had dat hypnotiserende geluid na een handjevol albums ook wel aardig onder de knie, Andrew Kenny blijft toch de grootmeester op dit gebied van de hypnotiserende en lome pracht.
De Wooden Birds zijn volgende week in de lage landen voor twee optredens. Mij ontgaat de logica van zo’n tourschema, maar hier zijn ze te zien met de ook al erg fijne Grand Archives:
Woensdag 29 april Vera, Groningen
Donderdag 30 april Bar Mondial, Antwerpen

Helaas hoorde ik net van de mensen van Bar Mondial niet door zal gaan. Spijtig, zouden ze in Antwerpen zeggen.
De foto maakte ik tijdens een optreden van de band in End of an Ear, een cd-zaak in, waar anders, Austin, Texas.

MP3 The Wooden Birds – Seven Seventeen

De fascinerende stem van Mara Lee Miller


Fascinerend. Dat is toch het minste dat je over de stem van Mara Lee Miller kunt zeggen.
Een conventionele stem heeft de Texaanse niet. Haar vocalen zijn een beetje ruw, klinken ongetraind, authentiek zou je misschien kunnen zeggen en in bijna elke song van haar nieuwe album Baby lijkt ze weer anders te klinken.
Muzikaal is er gelukkig ook genoeg moois te beleven. Luister maar ‘ns naar het slepende Texas Sun, met een mooie steelgitaar. Deze song doet mij weer denken aan het mooie album van Blackbird Harmony, waarop Mara Lee Miller ook nog te horen was.
Baby is het tweede volledige album dat Lara Lee Miller onder de naam Bosque Brown uitbrengt. Je zou haar werk kunnen omschrijven als een mix van Gillian Welch en Regina Spektor, al helt Bosque Brown wel duidelijk over richting de Americana en folk van de eerste.
Baby is zo’n release die ten onder dreigt te gaan in de eindeloze stroom CD’s die we iedere maand weer over ons heen gekieperd krijgen. En dat is zonde. Die stem en de sfeer van en spanning in de muziek maken Baby meer dan de moeite waard. En dan heb ik het nog niet gehad over het prachtige hoesje.
De foto maakte ik vorige maand bij een optreden van Bosque Brown tijdens SXSW.

MP3 Bosque Brown – Went Walking

Steve Reich, Thinguma*jigSaw en Zen: minimale trancefolk?


Clapping music is een populaire compositie van Steve Reich. Iedereen kan het spelen door goed te oefenen. Drie keer in je handen klappen, daarna twee keer en tot slot weer drie keer. En dat 10 minuten lang. Zondag 5 april gebeurde dat op het terras van het Muziekgebouw aan het IJ door pakweg 40 mensen onder leiding van twee dirigenten. Dit alles in het kader van het minimal music festival. Minimal music bevat ook trance elementen, bijvoobeeld bij componisten als La Monte Young, Philip Glass en Terry Riley. Maar trance muziek is niet alleen afkomstig uit Amerika. Zo konden bezoekers van het trance festival (1 tot 5 april) in Nederlandse en Belgische steden kennis nemen van gnawa uit Mali, soefi uit Pakistan, voodoo uit Benin en muziek voor shakuhachi (bamboefluit) en monnikenkoor uit Japan. Mijn keus viel op de Japanse Zen avond (4 april) in de fraaie Jacobikerk te Utrecht. Yoshio Kurahashi speelde klassieke Zen stukken op de shakuhachi. De thema’s hebben betrekking op de natuur: beelden van de nevelige oceaan, het geluid van herten en kraanvogels. Deze associaties worden natuurlijk wel beïnvloed door de toelichting van de muzikant, maar dat maakt het niet minder boeiend. Shomyo is boeddhistische trance muziek. De zes Shichiseikai Shomyo monniken wisten met hun stemmen en eenvoudige middelen (fluit, kleine bekkens) te boeien. Het rituele karakter blijft wat moeilijk te bevatten maar het gaat vooral om het lijfelijk ervaren van de muziek, meer om de body dan om de mind, zoals de inleider bij deze concerten zei. Hoe je die twee kunt scheiden is een andere zaak, maar goed.
Stil was het toen Thinguma*jigSaw haar minimale folk speelde in het Patronaatcafé (3 april). Ik had het duo al eens tijdens het ZXZW festival in Tilburg gehoord maar niet eerder zo intiem. Het handjevol bezoekers zat letterlijk met hun neus op de muzikanten die vlak voor de bar onversterkt en in het halfduister hun treurige liedjes vertolkten. Zingende zaag, banjo, fluit en melodica, meer is niet nodig om een sp(r)ook(jes)achtige sfeer op te roepen. De hoge stem van Seth Horatio Buncombe is even wennen maar past mooi bij de ijle klanken van de instrumenten. Zo kon ik op drie achtereenvolgende dagen horen hoe met minimale middelen een maximaal effect is te bereiken. Of het dan folk, minimal of trance heet maakt weinig uit.

Wat is eigenlijk een fan?


Op zaterdagavond kun je bij SBS6 kijken naar Fans!, een programma over Nederlandse artiesten en hun fans. Ik heb het nog nooit gezien en het zal ongetwijfeld flink tegenvallen, maar ik ben altijd wel gefascineerd door het begrip fan. Wat is een fan, wanneer ben je een fan, en ben je op een bepaald moment niet te oud om fan te zijn?
Ik koop trouw alles van Mark Eitzel en van Clem Snide en ik voel me fan van Eitzel, maar niet van Clem Snide. De band van Eef Barzaley is voor mij gewoon een leuk interessant bandje. Ben je dus fan als je de muziek je emotioneel ook iets doet?
Ik zat erover te peinzen na een optreden van Julie Doiron in Austin, Texas. Ze deed op zaterdagmiddag een show in The Spiderhouse, een café een flink buiten het centrum van Austin.
Ik ben een fan van Doiron en was dan ook erg blij toen ze vertelde dat ze onverwacht ’s-avonds nóg een show zou doen in The Spiderhouse.
Julie en haar drummer Fred Squire hadden onverwacht een paar uurtjes vrij tussen de twee shows en dat bood mij mooi de gelegenheid om wat tijd door te brengen met hen. Dat is toch de droom van elke fan?
Wij hebben gepraat over dingen als Nederland, Utrecht, Canada, SXSW en muziek in het algemeen. Tussendoor vertelde Julie, ik mag Julie zeggen, dat ze in het najaar weer naar ons land komt voor wat optredens.
Aanleiding voor de tour is het nieuwe album I Can Wonder What You Did With Your Day.
Voorganger Woke Myself Up is een overgangsplaat van de introspectieve albums die Julie tot dan maakte naar een steviger geluid dat aansluit bij het geluid van Eric’s Trip. Dat is tenslotte de band waar Julie ooit haar carrière begon.
Op I Can Wonder zoekt Julie verder naar een manier om dat introspectieve te combineren met meer gitaargruis. Je hoort duidelijk dat ze nog aan het zoeken is, maar die zoektocht levert wel juweeltjes op als Consolation Prize, Nice to Come Home en Borrowed Minivans. Het is weer een prachtige plaat, maar ik ben natuurlijk wel een fan.
De optredens waren fantastisch, overigens. Het optreden ’s-avonds was ingelast en dar had The Spiderhouse dus geen publiciteit voor kunnen maken. Het resultaat was dat Julie en Fred optraden voor een handjevol trouwe fans die waren blijven hangen na de middagshow. Al onze verzoeknummers werden gespeeld.
Het is goed om te zien dat Julie het meer naar haar plezier heeft op het podium nu het volume wat omhoog is gegaan en ze ook zo af en toe ‘ns flink op de gitaar mag raggen.

MP3 Julie Doiron – Consolation Prize

Fascinerend nieuw album van Mirah


Eigenlijk had ik me op deze plek even kwaad willen maken over het feit dat de muziek van Mirah in ons land zo vreselijk weinig aandacht krijgt.
Maar ik heb haar meest recente album (A)spera nog eens goed beluisterd en, tja, dit is niet echt een makkelijke plaat. En daar is, ook in Nederland, nou eenmaal een kleine markt voor.
(A)spera klinkt soms redelijk laid back en jazzy, zoals in Education en Gone Are All The Days, maar vaker voel je de spanning en strijkt Mirah de luisteraar flink tegen de haren in. In The River, het ruim zeven minuten durende hoogtepunt van het album, combineert ze die twee “stijlen” en daar voegt ze nog wat blazers aan toe.
En dat is de manier waarop Mirah eigenlijk al zo’n acht albums lang werkt, al heeft ze absoluut ook toegankelijke CD’s gemaakt.
Toegankelijk of niet, (A)spera is weer ijzersterk. Het album blijft boeien. Het geluid is prachtig, het altijd weer een feest om de vocalen van Mirah te horen en er zit volop variatie in het album om het spannend te houden. En dat gaat van het verstilde Shells, waarin Mirah slechts begeleid wordt door een kora, tot het Braziliaans klinkende Country of the Future.
Mirah Yom Tov Zeitlyn, zoals ze officieel heet, werkt vanuit Olympia, Washington en een aantal grote namen uit de scene van het Noordwesten van de USA hielp Mirah in het maken van het album. Zo horen we behalve Tara Jane O’Neil en Tucker Martine ook Phil Elverum. Die man kom je ook werkelijk overal tegen
Je moet er wel wat moeite voor doen, maar na een paar draaibeurten ben je net als ik verslaafd aan (A)spera.
De foto maakte ik na het optreden dat Mirah samen met Tara Jane O’Neil gaf op het terreintje achter een boekenzaak in Austin, Texas.
Tijdens het optreden was het erg druk voor het geïmproviseerde podium, dus ik heb maar even gewacht tot na het optreden met het maken van deze foto.

MP3 Mirah – The World Is Falling Apart

Wie herinnert zich Royal City nog?


In het voorjaar van 2001, de Twin Towers stonden er nog, was ik in New York en daar was ik zo gelukkig Royal City twee keer live aan het werk te kunnen zien.
De band had net haar debuut At Rush Hour The Cars uitgebracht en speelde shows in de Lakeside Lounge en Livingroom.
Beide zijn kleine zaaltjes en in de Lakeside Lounge ging na het optreden een emmer rond om wat geld op te halen voor de band.
In de Lakeside Lounge spelen bands in een soort etalage en het was grappig om te zien dat drummer Nathan Lawr, die eigenlijk weinig te doen had, steeds weer afgeleid werd door al die mensen die buiten langs de etalageruit liepen.
Royal City is inmiddels uit elkaar en de leden gingen ieder hun eigen weg.
Lawr en Jim Guthrie brachten solo albums uit en Guthrie vormt nu samen met Nick Thorburn van Islands de band Human Highway. Ik was niet echt weg van hun debuut Moody Motorcycle, maar over het algemeen werd het album toch best positief ontvangen.
Royal City en hun drie prachtige albums dreigen wat in de vergetelheid te raken.
Gelukkig komt Asthmatic Kitty te hulp. Het label van Sufjan Stevens brengt in juni een mooie verzamelaar uit met het werk van de band.
De nadruk ligt op de verzamelaar vooral op niet eerder uitgebracht werk. Zoals de cover van Is This It van The Strokes en in The Autumn, dat de jongens toen ook in New York speelden.
In alle songs hoor je weer die Neil Young-invloeden. Vooral They Come Down en Can’t You Hear Me Calling gaan wat mij betreft werkelijk door merg en been.
Bedankt, Asthmatic Kitty, dat jullie Royal City weer onder de aandacht brengen.

MP3 Royal City – O You With Your Skirt

Instal festival 2009: muziek en stilte


De bezoekers van het Instal festival konden dit jaar zelf een muzikale bijdrage leveren door mee te doen met het Century FC (Feral Choir). Het Feral Choir project is voor mensen die willen zingen maar misschien denken dat ze het niet kunnen. Onder leiding van Phil Minton werd door 100 mensen, waaronder ikzelf, met de stem geïmproviseerd. Phil is een zanger en stemkunstenaar die de meest uiteenlopende geluiden maakt. Daar konden de koorleden hun voordeel mee doen. Ik kon zelf niet horen hoe het optreden overkwam maar we produceerden flink wat kabaal, afgewisseld door zachte passages. Uiteraard gestuurd door Phil die ons steeds aanwijzingen gaf, bijvoorbeeld drinkbewegingen (caférumoer maken), wapperende handen (iedereen mag iets roepen) en armen langzaam op en neer bewegen (afwisselend hoog en laag zingen). Geweldig om te doen.

Het kan toeval zijn, maar de mooiste optredens op het festival waren van zangers. Hoogtepunt was Joan La Barbara. Zij is al meer dan 40 jaar actief en laat in verschillende stukken horen welke klanken je met de stem kunt produceren. Vogelgeluiden, circular breathing en conversatie als zang, het klonk allemaal helder als kristal. Het publiek luisterde ademloos toe. De artiesten zorgen voor muziek, het publiek voor stilte. Steve McCaffery weet te imponeren met zijn klankgedicht Carnival. De partituur staat op een poster die elke bezoeker gratis krijgt: een kunstwerk op zich. Het klankgedicht gaat terug tot de Ursonate van Kurt Schwitters, geschreven tussen 1922 en 1932. De humoristische en serieuze delen in Carnival wisselen elkaar mooi af en op die manier houdt Steve de aandacht van het publiek moeiteloos vast. Ook het trio Aileen Campbell, Phil Minton en Dylan Nyoukis schitteren in een opvoering van een klankgedicht van McCaffery.
Het bijzondere was dit jaar ook dat als tweede locatie, naast The Arches, de Glasgow University Chapel werd gebruikt. Een prachtige ruimte waar je in de koorbankjes (met kussen) kan zitten om te luisteren naar minimale en maximale orgelrecitals, al dan niet vermengd met knisperende elektronica (Toshimaru Nakamura). Sommige optredens bevatten lange stiltes die het geduld van de luisteraars op de proef stellen, zoals in het stuk The unrhymed chord van gitarist Michael Pisaro. Want eerlijk gezegd levert het weinig memorabele momenten op, behalve dan de bewonderenswaardige concentratie waarmee de bezoekers luisteren. Je kon (bijna) een speld horen vallen, zo stil. Nee, dan hoor ik liever de geluidscollages van Ali Robertson, Seymour Wright, Malcy Duff en anderen die in The Studio van The Arches korte optredens verzorgen. Lekker spontaan en ongecompliceerd, alsof ter plekke de soundtrack voor een hoorspel wordt opgenomen. Vooral de twee Usurper leden Robertson en Duff blijven verbazen met hun aan Volcano The Bear achtige aanpak: uit elk voorwerp weten ze wel een geluid te persen. Mooie momenten op een festival dat elk jaar weer weet te verrassen.