Le Weekend festival in Stirling, zondag 25 mei


Een van de sfeervolste muziekfestivals vindt plaats in Stirling. Op een half uur treinen van Glasgow is deze historische stad drie dagen (23, 24 en 25 mei) het centrum van avontuurlijke muziek, die loopt van jazz tot noise, folk tot electronica en pop tot klassiek. De bezoekers van Le Weekend konden ditmaal ook een open lucht performance bijwonen van Buffalo buffalo buffalo Buffalo buffalo uit Edinburgh. Dit duo (Mike Gallagher en Neil Simpson) had beton als thema gekozen. Dus waren zij op zoek gegaan naar een plek met genoeg beton om, volgens het programmaboekje, “to explore the repetitive, detailed aesthetics of these places”. Na enig speurwerk was het gelukt om een voetgangerspassage onder een weg te vinden. Ondanks het schitterende, zonnige weer was het er winderig en fris, dus een jas en muts waren geen overbodige luxe (zie de foto). De luisteraars kregen het advies om rond te lopen om de verschillen in klank te ervaren. De twee drone stukken klonken behoorlijk minimal maar waren zeker niet boring. Dit woord stond op de button die een van de spelers op zijn jas had gespeld. De combinatie van het aanslaan van een gitaarakkoord en het geluid van een cementmixes dat wordt gesimuleerd door een trillende snaredrum levert een hypnotiserend geheel op. Er is een cd verschenen, Concrete, waarop dit is vastgelegd. Maar eerlijk is eerlijk, live is het beter! Nog te zien in Edinburgh (22 juni) en Glasgow (24 augustus).

Jon Jackson


Ik doe hard mijn best om bij te houden wat er allemaal uitkomt, maar er ontsnapt ook wel ‘ns wat aan mijn aandacht.
Zoals Green Apples van Jon Jackson, een album uit 2007. Maar gelukkig wees Songs: Illinois mij in de juiste richtring. Songs Illinois is een van mijn favoriete blogs en wat mij betreft een voorbeeld van hoe een blog er eigenlijk uit moet zien.
Jon Jackson maakt prachtige Americana, die herinneringen oproept aan Ryan Adams en, in songs als Papaw McClung en Born to Be Blue, John Prine.
Het album staat bomvol met fijne nummers als Green Apples, Comin’ Home en The Sycamore Tree.In dit laatste nummer hoor je de stem van Katharine Embree.
De meeste songs van Green Aplles zijn up-tempo en rammelen lekker, maar voor een ingetogen moment is natuurlijk ook plaats.
In een interview vertelt Jackson dat hij liedjes is gaan schrijven om de aandacht van een serveerster bij de Waffle House te trekken. Maar ze bleek niet geïnteresseerd in hem. Tja, zo gaat het soms in het leven.
Green Apples is een ‘Songs:Illinois must-buy recommendation’ en Ketelmuziek sluit zich daar graag bij aan.

MP3 Jon Jackson – The Sycamore Tree

Eilandmuziek in WAHWAH


Wat is het verband tussen de albums Exposure van Robert Fripp, The Las Vegas story van The Gun Club, Uriah Heep’s Look at yourself en Chicago 2? Nee, niet dat zij bij mij in de kast staan. Het juiste antwoord is dat zij in de nieuwe WAHWAH (literair poptijdschrift) worden genoemd als platen die meegaan naar een onbewoond eiland. Onder de titel Groeten van Rottummerplaat hebben op verzoek van gastredacteur Joost Zwagerman meer dan 100 schrijvers en dichters met enthousiasme hun keuze toegelicht. Er staan niet alleen oude bekenden in (Beatles, Bob Dylan, Elvis Presley, Frank Zappa, Bruce Springsteen), maar gelukkig ook recentere namen: The Shins, Antony & The Johnsons, Amy Winehouse, Belle And Sebastian en The Magic Numbers. Ik ga hier geen lijstjes geven van meest voorkomende artiesten en de favoriete plaat (nou goed, dat is OK Computer van Radiohead, driemaal genoemd), dat kun je allemaal nalezen in deze dubbeldikke, inspirerende, sentimentele, humoristische, poëtische, eigenzinnige, tot tegenspraak uitnodigende en jaknikkende editie van WAHWAH. Ik pik er één opmerkelijke keuze uit, Man from Wareika van Rico Rodriguez, de Jamaïcaanse trombonist die meespeelt op platen van The Specials. Toen ik deze bijdrage van Kees ‘t Hart las moest ik denken aan een van mijn fietsvakanties in Engeland, ongeveer 25 jaar geleden. Op een bed and breakfast adres ergens in East Anglia draaide de gastvrouw muziek van de plaat Jama Rico. Lome, swingende muziek waar je een goed humeur van krijgt. Die wil ik nog wel eens een keer horen. En dat geldt ook voor de vier platen waar ik dit stukje mee begon.

Port O ‘Brien


Hé, dat nummer ken ik, was het eerste dat te me binnen schoot toen ik het nieuwe album van Port O’Brien opzette.
En inderdaad, I Woke Up Today kennen we al van hun vorige album The Wind and The Swell. Maar de nieuwe versdie klinkt voller, minder speels dan de vorige. Het klinkt bijna als een strijdlied.
Het zegt iets over de nieuwe, meer ambitieuze koers van de band. Voor All We Could Do Was Sing is de band ook flink uitgebreid. Gebleven zijn voorman Van Pierszalowski en Cambria Goodwing.
Dit is het complete album dat de band al lang in zich had. Op The Wind and the Swell zagen we daar een glimp van, maar nu horen we pas echt wat Port O’Brien in haar mars heeft.
Van de gitaren van Pigeonhold tot het gevoelige Will You Be There- Port O’Brien laat alle emoties langskomen.
Gebleven is zoute zeelucht die in je neus komt als je het cd-doosje open doet.
Pierszalowski werkt een deel van het jaar als zalmvisser in Alaska en zijn ervaringen hoor je terug in Fisherman’s Son en Stuck on a Boat.
All We Could Do Was Sing is een prachtige plaat waarmee Port O’Brien bewijst verschillende sferen aan te kunnen en waarmee de band een volledig eigen geluid neerzet.
Wat mij betreft is dit een van de eerste kandidaten voor de Top 10 van 2008.

MP3 Port O’Brien – Fisherman’s Son

The Tallest Man on Earth


Nee, een fan van Pitchfork durf ik mezelf niet te noemen. Ook al bezoek ik de site bijna elke dag. Als je een beetje op de hoogte wil blijven van het muzieknieuws en van interessante nieuwe releases kun je bijna niet om de site heen.
Maar er wordt bij Pitchfork zo beroerd geschreven dat het mij bijna nooit lukt een recensie van begin tot eind door te lezen.
Maar uit de laatste alinea en het cijfer dat Pitchfork aan het album geeft kun je een beetje opmaken of een plaat de moeite waard is of niet. Zo zette Pitchfork me onlangs op het spoor van The Tallest Man on Earth. Zijn album Shallow Graves kreeg zelfs een 8.3 van de dienstdoende recensent.
En het is ook een prachtige plaat, al had wat meer variatie het album goed gedaan. De Zweed Kristian Matsson is de man achter deze bijzondere bandnaam. Op Shallow Graves horen wij vooral het prachtige gitaarspel van Matsson en die niet te omschrijven stem.
Zijn muziek doet me nog het meest denken aan het album van Deer Tick, al hoor je natuurlijk ook genoeg Dylan- trekjes in zijn muziek.
Het bovenstaande filmpje is misschien wat vreemd, maar dat neemt niet weg dat Ketelmuziek Shallow Graves warm aanbeveelt.

MP3 The Tallest man on Earth – I Won’t Be Found

Laura Gibson


We hadden het laatst over twee Laura’s, Laura Veirs en Laura Cantrell, die beide EP’s met covers hebben uitgebracht. In dit verhaal hadden we bij nader inzien ook Laura Gibson mee kunnen nemen.
Laura Gibson bracht namelijk onlangs de EP Six White Horses: Blues & Traditionals volume 1 uit.
Op de EP vind je nummers van Blind Lemon Jefferson, Furry Lewis en een aantal traditionals, allemaal prachtig uitgevoerd door Laura Gibson.Net als Laura Veirs covert ze Freight Train van Elizabeth Cotton.
Het sympathieke Hush Records brengt de EP uit, die ook tijdens Laura’s tour verkrijgbaar was. Hush heeft een nieuwe aanpak die er op neer komt dat je de CD al kunt downloaden als je een exemplaar koopt. Lijkt mij een goede manier om illegale downloads tegen te gaan.
Gibson’s If You Come to Greet Me is wat mij betreft een moderne klassieker waar ik niet snel genoeg van krijg.
Ik sprak Laura in maart toen ik in Austin, Texas was en ze vertelde me dat ze druk aan het werk is aan de opvolger van If You Come to Greet Me. De foto maakte ik tijdens een van haar optredens daar.
Voorlopig moeten we het dus met deze EP doen. Maar wees er snel bij, want er is nog maar een handjevol exemplaren van Six White Horses.

MP3 Laura Gibson – Dryland Blues

Essie Jain


Er zijn van diengen waar ik me eeuwig over zal blijven verbazen. Zoals over het feit dat de TROS blijkbaar nog altijd een levensvatbare omroep is en zelfs kijkers trekt.
En ik verbaas me er bijna iedere dag weer over dat Balkende alweer zeven jaar premier van dit landje is. Hoe kan dat in godsnaam?
Maar ik verwonder me er ook over dat het debuut van Essie Jain, We Made This Ourselves, zo vreselijk weinig aandacht in ons land heeft gekregen. We Made This Ourselves werd begin vorig jaar uitgebracht en nu het album ook in ons land is uitgebracht via Leaf beginnen de recensies voorzichtig op gang te komen.
Misschien ben ik naief, maar ik had verwacht dart het album meer aandacht zou krigen omdat het uitgebracht is op Ba Da Bing Records. Inderdaad, het label dat ons ook Beirut bracht. En natuurlijk omdat het album zo fantastisch mooi is.
Essie Jain trekt zich terecht niets aan van dat gebrek aan aandacht en brengt gewoon weer een nieuw album uit, The Inbetween. The Inbetween iis feitelijk een voortzetting van Essie Jain’s debuut. Ook hier is de toon ingetogen, al zijn de songs iets meer aangekleed met piano, blazers en wat voorzichtige strijkers. Zo zou opener Eavesdrop probleemloos op We Made This Ourselves passen.
En in Here We Go en The Rights lijkt Essie Jain met beide benen weer op aarde te komen.
Ik moet eerlijk gezegd nog een beetje wennen aan The Inbetween. Ik vind de intimiteit van We Made This Ourselves prachtig en nummers als Stop en Eavesdrop komen erg dicht in de buurt van die pracht.
Maar een song als The Rights is wat mij betreft gewoon iets te theatraal. Misschien moet ik The Inbetweeen gewoon nog een paar keer draaien.
Overigens, met wat geluk vind je het magistrale We Made This Ourselves bij de locale cd-zaak in de bakken. Het is wat mij betreft een van de mooiste platen van 2007, dus laat ‘m niet liggen.

MP3 Essie Jain – Eavesdrop

Toon terug met Fuhler, Jeffery en Gustafsson


Ik ben altijd een trouwe bezoeker van het )toon) festival geweest, dus toen ik het bericht kreeg dat er een Toon avond zou plaatsvinden in de Philharmonie te Haarlem hoefe ik niet lang na te denken. Hoewel er dit jaar geen festival komt kunnen we wel enkele afzonderlijke avonden verwachten. Dat is een goede zaak, want zonder een Toonfestival (voor het laatst in 2006 gehouden) komt de experimentele en eigenzinnige muziek niet vaak in de publiciteit. Natuurlijk zijn er kleinschalige evenementen op speciale plekken, zoals in Amsterdam de kraakgeluiden op maandagen, Zaal 100 en Steim, maar daar moet je wel van op de hoogte zijn. Maar goed, op 9 mei waren vaste toonbezoekers en andere nieuwsgierigen afgekomen op een programma met Hilary Jeffery, Mats Gustafsson en Cor Fuhler. Ditmaal was de grote zaal van de Philharmonie het podium, letterlijk en figuurlijk. Het publiek zat net als de muzikanten op het podium met uitzicht op de zaal, in terwijl de muzikanten naar het orgel keken. Vier korte sets ondersteund door visuals van Martijn van Boven zorgden voor een intrigerende avond van improvisaties op trombone, gitaar, baritonsaxofoon en piano. Trombonist Hilary Jeffery kreeg hulp van gitarist Josh Pollock van de band University Of Errors (die begin deze maand schitterde in OT301 met werk van The Soft Machine, Kevin Ayers en Robert Wyatt). Na een subtiele start bemoeide Josh zich ermee en groeide de set uit tot luidruchtig kabaal, waarna het geheel weer subtiel eindigde. Mooie filmische klanken. Mats ziet eruit als een powerlifter die zich oppompt voor een explosieve actie. Hij begint met een dreigend intro van noisy klanken voordat hij zijn sax omgordt en de kleppen het werk laat doen. Je hoort niet alleen noten, ook het blazen, zuchten en de klikkende kleppen doen mee. De luisteraar wordt zo als het ware in het instrument getrokken, of om een vergelijking met film te maken, je zit in het hoofd van de acteur, net als in Being John Malkovich. Alleen lig je na afloop niet in de berm van een autoweg, maar zit je op het podium van de Philharmonie en drink je in de pauze iets verfrissends. Daarna was het de beurt aan Cor Fuhler. Hij gaf een demonstratie geluidsexperimenten met piano, waarbij de snaren vooral werden bespeeld met behulp van elektrische draaiborstels en andere apparaten. Er ontstonden zo drones en razendsnelle trillingen die met de toetsen onmogelijk kunnen worden gespeeld. Zelfs niet als je zo vingervlug bent als Charlemagne Palestine of Oscar Peterson. Tot slot spelen Cor en Mats een ingetogen improvisatie voor piano (nu de toetsen!) en baritonsax. Samen zijn ze ook te vinden op een LP van het Narrominded label. Elk met een eigen kant, ofwel een split LP, waarvan de hoes boven dit stukje staat. Een speciale avond, met als conclusie dat toon leeft, net als de bruisende Haarlemse binnenstad waar het nog lang rumoerig bleef, met dank aan het prachtige weer en de traditionele potjesnacht waar bezoekers planten en bloemen bij diverse stalletjes konden kopen.

This is Ivy League


Iedereen heeft een zomerplaat nodig. Dat geldt zelfs voor mij en ik breng de zomers nog het liefst binnenshuis door.
De afgelopen jaren verzorgden de Lucksmiths de soundtrack voor mijn zomer. Maar de Australiërs lijken zo druk te zijn met toeren dat het opnemen van een nieuw album er even bij in schiet.
Maar deze zomer luister ik denk ik niet naar veel anders dan This is Ivy League.
Het debuut van de New Yorkers is super catchy en, tja, zomers. Dit is muziek die je na een keer draaien niet meer uit je kop krijgt.
Natuurlijk is het allemaal al ‘ns eerder gedaan. Zo hoor je duidelijk sporen van Kings of Convenience, Acid House Kings en de klassieke 60’s pop. Maar bij het beluisteren van songs als London Bridge, The Richest Kids in Town kun je niet anders dan je overgeven aan de aanstekelijke pop van Ryland Blackinton and Alex Suarez.
Dit is zomerse pop op z’n allerbest.

MP3 This is Ivy League – The Richest Kids in Town

Twee Laura’s


Het kan bijna geen toeval zijn. In ongeveer dezelfde tijd brengen twee zangeressen, beide ervaren songschrijvers, beide een EP uit met covers. En allebei heten ze Laura.
De ene is Laura Cantrell. Ze maakte een paar prachtige albums en ging ’s kritisch naar haar carrière kijken toen ze moeder werd. Ze vertelt het verhaal uitgebreid in een interview met de Times.
Het resultaat is Trains and Boats and Planes, een EP met negen nummers die alleen digitaal te verkrijgen is via Emusic, Amazon of Itunes.
Op de EP vind je covers van Burt Bacharach, Merle Haggard en New Order. En allemaal uitgevoerd op die prachtige manier die we van Laura gewend zijn.
Laura Veirs bracht onlangs een tour EP uit met de titel Two Beers Veirs.
Het lijkt er op dat Veirs voorlopig niet bij ons in de buurt is, maar je kunt de EP ook online bestellen.
Onder de vijf nummers van Two Beers Veirs vind je nummers van Mississippi John Hurt, Elizabeth Cotton en Laura’s versie van het aloude The Coo Coo Bird.
Bijzonder is ook haar versie van Wasps of Rain van Mike Dumovich. Zijn album Mesojunarian uit 2006 is wat mij betreft absoluut aan een herontdekking toe.

MP3 Laura Veirs – Freight Train

MP3 Laura Cantrell – Howard Hughes Blues