Altijd weer die "feestdagen"


Ik weet niet hoe jij er over denkt, maar wat mij betreft mogen er wel wat van die zogenaamde “feestdagen” op de helling.
Er staat ons weer een handjevol te wachten: koninginnedag, hemelvaart, bevrijdingsdag.
Als je naar dat soort “feestdagen” kijkt lijkt het wel alsof er in de afgelopen vijftig jaar niets is gebeurd. Terwijl de ontkerkeling en de multiculturele samenleving ook aan Nederland voorbij zijn gegaan.
Maar dat is blijkbaar geen reden om ‘ns kritisch naar die dagen te kijken.
Ik realiseer me uiteraard wel dat er op dit gebied weinig zal veranderen zolang het CDA nog iets te zeggen heeft. Nederland anno 1958 is voor hen een ideaalbeeld en als het even kan draaien ze op elk gebied graag de klok terug.
Maar zou het geen goed idee zijn om, alleen vanwege de economische gevolgen, die dagen ‘ns ter discussie te stellen.
Wat mij betreft is het enige voordeel van de komende “feestdagen” dat er weer ‘ns wat leuke bandjes te zien zijn.
Zo begint dinsdagavond weer de Binnenach in Den Haag met interessante acts als Johnny Dowd, de Posies, Oh Susunnah, Luke Doucet en nog wat andere opvallende namen.
Deventer lijkt een goede plek om de Koninginnedag-ellende te ontvluchten met optredens van onder andere Boris McCutcheon en Loomer in het Burgerweeshuis.
Tijdens bevrijdingsdag kun je naast de gewoonlijke rotzooi ook optredens zien van Friska Viljor, These New Puritans en Nada Surf.
Als alternatief voor het klokkengelui en de fanfares van de komende dagen is hier een outtake van Radio Sumatra van Alan Bishop, afkomstig van het cd-tje bij het laatste nummer van Yeti.

MP3 Radio Sumatra – Outtake #2

De foto is van de hand van Bob van Dongen

Ghost Bees en ook een beetje over CocoRosie


Ik blijf me verbazen over de aanhoudende media-aandacht voor CocoRosie. Is er nou niemand die het aandurft om de artistieke ballon van de dames door te prikken?
Ik heb cd’s van de dames gerecenseerd, ben zelfs bij een concert in Tivoli geweest, zoals je hier kunt lezen.
Maar nog altijd ben ik niet overtuigd van het talent van CocoRosie. Wat mij betreft zijn ze vooral goed in het “artistiek doen” en valt hun werk in het niet vergeleken met dat van Devandra Banhart, Joanna Newsom en andere alt-folk typetjes.
Kunnen de dames niet gewoon een baantje zoeken bij de Walmart?
Genoeg over CocoRosie. Laten we het over iets interessants hebben.
Zoals Ghost Bees. De tweeling Romy en Sari Lightman
uit Halifax maakte onlangs een prachtige plaat met de titel Tasseomancy.
Ik ben volledig gebiologeerd door de zes nummers van Tasseomancy.
De zusjes Lightman putten voor hun inspiratie rechtstreeks uit de folk-traditie van Halifax, maar zetten die traditie vervolgens volledig naar hun eigen hand.
Romy en Sari weten met hun stemmen en bijzondere instrumentatie een prachtige sfeer te creëren. En vergeet ook de fantastische teksten niet.
In Tear Tassel Ogre Heart komen bijvoorbeeld de gruweldaden van Pol Pot en Mao langs. Geen dagelijkse kost in de popmuziek, lijkt mij.

MP3 Ghost Bees- Tear Tassel Ogre Heart

Christina Carter en Heather Leigh Murray op cassette


Ik koop zelden muziekcassettes. De geluidskwaliteit blijft achter bij LP of cd, dus waarom zou je genoegen nemen met minder? De opnames hoeven niet slecht te zijn, maar de huiskamervlijt voert vaak de boventoon. Daar is niets mis mee: leuk voor vrienden en fans die alles willen hebben. In mijn tape archief (meestal opgenomen van de radio of zelfgemaakte compilaties) zitten dus weinig officiële titels: Time vaults van Van Der Graaf Generator, later alsnog op cd, Sonny Rollins, Osibisa, dat is het zo ongeveer. Maar dit jaar heb ik toch twee cassettes gekocht. Als eerste Jailhouse rock van Heather Leigh Murray uit 2006, toen ik in Glasgow was. En deze week lag Texas working blues van Christina Carter in de brievenbus. De connectie tussen beide is Charalambides en Scorces, maar die samenwerking dateert alweer van enkele jaren terug. Heather gaat voluit in de overdrive op haar pedal steel. Vertrouwd voor de fans, die deze in beperkte oplage uitgebrachte cassette waarschijnlijk al hebben. Vreemd genoeg is de kwaliteit van Texas working blues zelfs beter dan Christina’s officiële werk, dus waarom dit niet op cd of LP is uitgebracht, is mij een raadsel. Zes goede tot uitstekende nummers voor zang en een afwisselend fuzzy en helder klinkende gitaar. Spannend en meeslepend in de beste Charalambides traditie. In een oplage van 200 verschenen, misschien is er nog ergens een exemplaar op internet te vinden.

Shelley Short


Je hebt van die artiesten bij wie je hebt opgegeven dat je er ooit nog wat van zal horen.
Zo zit ik al jaren uit te kijken naar nieuw materiaal van Boa Morte en Ella Guru, al weet ik eigenlijk wel dat er nooit meer iets uit zal komen van deze bands.
Of Damon Bramblett. Zijn cd uit 2000 was meesterlijk, zijn optreden tijdens Blue Higways zal ik niet snel vergeten, maar vervolgens verdween hij volledig uit het zicht. Totdat hij vorig jaar voor wat optredens in ons land was.
Hetzelfde geldt voor Shelley Short. Ik ben nog altijd een fan van haar albums Oh Say Little Dogies, Why? en Captain Wildhorse rides the Heart of Tommorrow.
En daarna werd het ook rond haar stil. Zelfs haar site was uit de lucht, dus ik had opgegeven ooit nog iets van haar te horen.
Maar nu brengt zo voor mij volledig onverwacht een nieuw album uit, Water for The Day. En nog wel op Hush Records, een van mijn favoriete labels.
Water for the Day is een prachtig album met ingetogen pop. Songs als The Getalong en 4 Legs & Light laten een eigenzinnige zangeres horen die een prachtige sfeer neer weet te zetten.

MP3 Shelley Short – Silver & Gold

Human Bell in Haarlem


Afgelopen zondag (20 april) was ik in het Patronaat café voor een gratis optreden van het trio Human Bell, twee gitaristen, David Heumann en Nathan Bell en drummer Peter Townsend. De band speelt instrumentale, slepende en uitgesponnen postrock met een countrytintje. Het is dus geen spectaculaire muziek met veel dynamiek en variatie à la Godspeed You Black Emperor. Toch klinkt het sympathiek en in het laatste nummer zorgt Nathan toch nog voor een verrassing door de trompet te pakken en een vlammende bijdrage te leveren. Bij het woord trompet moet ik denken aan een quizvraag over het verband tussen de gebroeders Brouwer en Tom Petty & The Heartbreakers. Jawel: trompetty. Jammer dat er maar weinig mensen de moeite namen om even binnen te lopen, want Human Bell is live het beluisteren waard. Blijkbaar was de kermis op de Grote Markt voor de meeste mensen net iets aanlokkelijker.

Sian Alice Group


Min of meer toevallig zag ik vorige maand in Austin, Texas een optreden van de Sian Alice Group. De band verzorgde een soort tussenoptreden, terwijl er op het grote podium hard gewerkt werd voordat de volgende band op kon. Ik stond te wachten op het optreden van Yo La Tengo, maar de wat dromerige pop van de Sian Alice beviel me zo goed dat ik nog wat rond bleef hangen om te luisteren.
Nu brengt de Sian Alice Group haar debuut uit, getiteld 59.59. De plaat komt uit op Social Registry, het label van onder andere Samara Lubelski.
Dat dromerige van het concert herken ik wel weer, maar daar voegen de Britten een flinke dosis psychedelica aan toe.
Zangeres Sian Ahern en haar band staan nu in het voorprogramma van Spiritualized en op basis van dit album lijkt mij dat een ijzersterke combinatie.
Niet alle songs van 59.59 zijn even toegankelijk of geslaagd en het album duurt eigenlijk iets te lang, maar regelmatig weet Sian de spijker op de kop te slaan.
Later dit jaar komt nog de EP The Dusk Line en een EP met wat remixes uit van de band.

MP3 Sian Alice Group – As The Morning Light

Blue Highways en Willy Vlautin


Ik heb in het verleden veel gekankerd op het oude Vredenburg. Maar bij de eerste editie van Blue Highways in de nieuwe huisvesting mis ik al dat beton toch wel, die verraderlijke afstapjes in de kleine zaal, de verantwoorde mosh-pit in de grote zaal.
Het was een beetje behelpen in die grote rode doos aan de rand van Utrecht. Het gebouw heeft weinig sfeer, de foyer is niet echt geschikt voor optredens en laat ik over de catering en merchandise maar zwijgen.
Maar er zijn ook voordelen. Zo is het geluid in de grote zaal uitstekend en loop je niet eindeloos te zoeken naar die garderobe waar je je jas hebt afgegeven.
Maar goed, we moeten het nog een tijdje met deze zaal doen.
Over het programma zal ik niet al te veel zeggen. Dat was voor mijn smaak gewoon te traditioneel. Met weemoed denk ik nog wel eens terug dat een artiest als Richard Buckner gewoon op Blue Highways geprogrammeerd stond.
Aan het begin van de avond ben ik dus maar naar Den Bosch “gevlucht”. In Willem 2, of heet dat tegenwoordig W2, speelde Willy Vlautin in het voorprogramma van Chuck Prophet.
Ik had Vlautin eerder al in Q-bus aan de gang gezien en ook nu gaf hij samen met Paul Brainerd achter de pedalsteel een prachtig optreden.
Wel wat deprimerend volgens maestro Bert van der Kamp, maar dat deert mij niet.
Samen speelden Willy en Paul prachtige uitvoeringen van Exit 194B, Wilson Dunlop en Incident at Conklin Creek. Willy was ook na het optreden ook in goede stemming, ook al heeft hij zijn arm gebroken na de val van een paard. Hij lijkt vooral verrast te zijn door het feit dat hij nu ook als schrijver serieus genomen wordt. Tenslotte vertelde Willy mij nog dat hard bezig is met een derde boek en een nieuw album van Richmond Fontaine. We kunnen dus nog veel moois van hem verwachten.
Het viel mij op dat de VVD voor een aardige afvaardiging had gezorgd tijdens het concert. De mannen hadden nog het meeste weg van Hans van Baalen (foto) in vrijetijdskleding. Een vreselijk idee, ik weet het. Maar ze leken het werk van Richmond Fontaine wel te kennen. Bijzonder.

MP3 Richmond Fontaine – Wilson Dunlap

Phosphorescent en Hot Tuna


Ketelmuziek heeft al eerder aandacht besteed aan Phosphorescent, maar nog niet in verband met de groep Hot Tuna. Is er eigenlijk wel sprake van een verband? Muzikaal gesproken niet, als je de stukken van Hot Tuna voor akoestische gitaar buiten beschouwing laat. Op het album The phosphorescent rat van Hot Tuna uit 1973 is goed te horen dat de heren er zin in hebben. Gitarist Jorma Kaukonen knauwt zich door de teksten heen en slalomt met zijn gitaar langs de paaltjes die de knorrende en beukende ritmesectie heeft neerzet. Lekker gruizig gitaarwerk afgewisseld door een bos opduikende violen in het sentimentele Corners without exits, of de instrumentals Seaweed en Sally, where’d you get your liqour from? voor akoestische gitaar en lepels. Andere sterke nummers zijn I see the light, Easy now en het vrolijke Living just for you (let op de steel drums).

Het optreden van Phosphorescent in de bovenzaal van Paradiso kende ook de nodige variatie. Het samplen van stem en gitaar beheerst iedere serieuze muzikant tegenwoordig, zodat ik daar niet meer van opkeek. Zelfs Jana Hunter deed dat een beetje in haar voorprogramma, wat soms ergens maar toch wel vaak nergens op leek. De simpele bluesakkoorden maakten nog de beste indruk, haar stem trok het geheel helaas sterk omlaag. Niets van dit alles bij Phosphosrescent: goede stem, verstaanbare teksten, afwisselend en inventief gebruik van de akoestische gitaar. Het publiek raakte langzaam in de ban en het aantal bezoekers groeide ook aan. Grappig was dat Billy Bragg in de grote zaal door de deuren heen te horen was, af en toe. Waarop Matthew Houck zachtjes zei, O Billy, Billy. Met dank aan Phosphorescent voor het terugvinden van Hot Tuna in mijn platenkast.

MP3 Hot Tuna – Corners without exits

The Accident That Led Me To The World


Ik was even bang dat ik twee keer hetzelfde album had gekocht toen ik de nieuwe plaat van The Accident That Led Me To The World binnenkreeg. Het is me in het verleden een enkele keer gebeurd dat ik een cd kocht die ik bij nader inzien al in huis had. Ik ging even twijfelen aan mijn verstandelijke vermogens, maar toen ik nog beter keek naar de hoes van The Island Gospel zag ik het: de afbeelding van de hoes is bijna een kopie van het plaatje op de cover van het debuut van The Accident That Led Me To The World.
Centrale man van deze band met de onmogelijke naam is Mark Mandeville. Zijn wat klagelijke zang beheerst het geluid van het nieuwe album The Island Gospel. De samenzang met Raianne Richards is werkelijk prachtig. Raianne verzorgt dan ook nog dat mooie klarinetspel in Hole of a Doubt.
In de muziek van The Island Gospel ontmoeten Americana en folk elkaar. Ik hoor er elementen in van Sufjan Stevens, van Okkervil River, maar uiteindelijk is dit gewoon The Accident That Led Me To The World. Dit is kortom een prachtplaat.
Maar de volgende keer graag een andere hoes, jongens.

MP3     The Accident That Led Me To The World – The Island Gospel

Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.

Dritfwood en Dylan in Delft


Afgelopen zondag was ik in Delft bij een themamiddag over Bob Dylan. Buiten regende het, binnen in club Ciccionina (Kromstraat 24) kon je je warmen aan de songs van de man uit Minnesota. De aanwezige liefhebbers konden bovendien luisteren naar een lezing met muziekvoorbeelden en een optreden van de Delftse band Driftwood. Om zijn gelijk aan te tonen dat coverversies beter zijn dan het origineel had spreker Gerrit de Peuter een ijzersterk voorbeeld gekozen: Mr. Tambourine Man door The Byrds. Er klonk wat licht afkeurend gemompel, maar echte Bobheads waren deze middag blijkbaar thuisgebleven. Toevallig is de Byrds uitvoering een van de eerste Dylannummers die ik zelf ooit hoorde, al wist ik toen nog niet dat het nummer door Dylan was geschreven. Ik herinner mij verder dat begin jaren 70 een Engelse gastleraar op de middelbare school twee songteksten van Dylan behandelde, Maggie’s farm en George Jackson, in die tijd een bescheiden hit. Hij wilde ons duidelijk maken dat de eerste tekst veruit superieur was. Symbolischer, universeler en misschien ook wel poëtischer, dat ben ik vergeten. George Jackson was gewoon een matige protestsong met een tekst die de passage “he wouldn’ t take shit from no one” bevatte. Welja, gooi er een scheldwoord tegenaan, zodat je street credibility uitstraalt. Cool! Dat was Dylan zeker in de jaren 60 (zie de documentaire Don’t look back) en de fantastische rol van Cate Blanchett in I’m not there. Onze eigen leraar was een mooi voorbeeld van mister ‘uncool’ Jones uit Ballad of a thin man, want wat schreef hij op het schoolbord: Bob Dillan. Zoiets blijft je bij. Terug naar Driftwood in Delft die een mooie versie van Forever young speelde. Sommige liedjes bleven wat mij betreft iets teveel binnen de lijnen (te netjes). Bij Diamonds and rust van Joan Baez werkte dat goed. Maar de stevige nummers vond ik het beste, zoals Rolling and tumbling (van Modern times) en het verrassend sterke Man of peace (van Infidels, toch weer wat nieuws gehoord). Nederlandstalige covers werden gelukkig niet gespeeld, want Dylan in vertaling, daar blijft weinig van over, aldus Gerrit. Hoewel ik mij een prachtige versie kan herinneren van Death is not the end, Er is leven na de dood van Freek de Jonge. Zo zie je maar wat een middag in Delft aan Dylanherinneringen weet op te roepen.