SXSW2008


Het zal hier de komende twee en een halve week iets rustiger zijn. Ik vlieg namelijk morgen naar Texas om daar onder andere het SXSW festival in Austin, Texas bij te wonen.
Het ziet er naar uit dat het festival dit jaar met zo’n 1800 bands in vier dagen nog groter is dan vorig jaar. Dit jaar zijn in ieder geval bands als REM, Shearwater, Vampire Weekend en Tilly and the Wall van de partij, om maar wat willekeurige namen te noemen.
Artiesten die ik zeker wil zien zijn Blair, A Weather, Dana Falconberry en J. Tillman. De laatste brengt binnenkort een nieuw album uit. Dit is het eerste nummer van die plaat.
Als het even kan zal ik natuurlijk ook tussendoor iets van mezelf laten horen vanuit Texas.

MP3 J Tillman – Steel on Steel

Transmissionary Six


Ik zie me daar nog staan in de bovenzaal van Paradiso. Ik had nog wat andere fans van de American Music Club in het publiek ontdekt en wij stonden te wachten op het eerste optreden van de Willard Grant Conspiracy in Nederland. Ze speelden als ik het me goed herinner in het voorprogramma van Come en wij waren daar vooral vanwege Paul Austin, die we kenden van de mailinglist waarmee American Music Club-fans wereldwijd contact met elkaar houden.
Inmiddels maakt Austin al een tijdje geen deel meer uit van de Willard Grant Conspiracy en vormt hij samen met Terri Moeller, ooit van de Walkabouts, de band Transmissionary Six.
Ze maken fijne, toch niet al te opvallende albums en vandaag plofte de nieuwe plaat van de band, Cosmonautical getiteld, bij mij in de bus.
Het eerste dat opvalt zijn die prachtige donkere vocalen van Moeller. Haar oud –collega Chris Eckman komt ook nog even langs op Cosmonautical.
De albums van Transmissionary Six zijn nooit echt kandidaten voor de top 10. Dat geldt ook voor dit album, al kent Cosmonautical wel wat fijne songs als I Want to Deprogram You en Landslide en weten Moeller en Austin als altijd weer een fijne sfeer neer te zetten.
Wat mij betreft mogen ze wel weer ‘ns deze kant opkomen voor wat optredens.
MP3 Transmissionary Six – Edison Stare

Timesbold


Het lijkt er op dat Timesbold bezig is met een ‘neverending tour’ door de lage landen. Ze hebben er nu net een tour opzitten en in mei staan er al weer optredens in onze regio gepland.
Wat mij betreft zijn ze altijd welkom. Het zijn aardige kerels en uitstekende muzikanten die altijd weer een sfeervol optreden weten te verzorgen.
In mei komen Jason Merritt en zijn mannen het nieuwe album Ill Seen Ill Sung promoten.Ik moet eerlijk gezegd nog steeds eens goed naar het vorige album Blues for Losers luisteren, maar Ill Seen Ill Sung is weer prachtig, ook al wijkt het album qua sfeer nauwelijks af van het eerdere werk. Merritt klinkt prachtig klagerig al altijd. Banjo, zingende zaag, een enkele strijker en percussie versterken de wat desolate sfeer. Erg mooi.
Ik ben er in mei weer bij als de band in Nederland optreedt. Jij ook?

MP3 Timesbold – When I Come Around

Beach House


Deze week brengt Beach House haar nieuwe album uit, Devotion. Het debuut van Beach House was prachtig en zette zowaar Baltimore op de kaart als muziekstad.
Devotion is nog iets beter- het album klinkt meer als een geheel en de band is duidelijk muzikaal gegroeid.
De dromerige sfeer is natuurlijk gebleven. Alex Scally en Victoria Legrand maken muziek die de sfeer van de albums van Mazzy Star en zelfs van de Cocteau Twins in herinnering roept met zangeres Victoria in een glansrol. Zelfs Some Things Last (A Long Time) van Daniel Johnston wordt door het duo geheel naar de hand gezet.
Pitchfork en Delusions of Adequacy waren er als de kippen bij om het album de hemel in te prijzen. En terecht, dit is nu al een van de toppers van 2008.

MP3 Beach House – Wedding Bells

Instal 2008: Marginal Consort, The Cherry Blossoms


Op zondagmiddag beleven de bezoekers het hoogtepunt van het Instalfestival. In een van de gewelfde ruimtes zijn de vier muzikanten van Marginal Consort ver uit elkaar op de punt van een denkbeeldige rechthoek gepositioneerd. Op elk van de vier tafels liggen de voorwerpen en instrumenten waarop zij drie uur lang zullen spelen: viool, bamboefluit, rubber slangen, metalen springveren, schalen met water, stenen, gitaren en elektronische apparatuur. Op de grond liggen ook nog een gitaar en een houten balk. Het publiek zit rondom en middenin de rechthoek. Ook mag je rondlopen tussen de onverstoorbare Japanners die ogenschijnlijk los van elkaar “maar wat doen”. Het resultaat is magisch. De meest onvoorstelbare en onvoorspelbare klanken volgen elkaar op of vermengen zich tot een vreemdsoortige symfonie. Het resultaat is een geluidssculptuur die afkomstig lijkt te zijn uit Aladdin’s wonderlamp. Alchemie die de meest uiteenlopende klanken voortbrengt. Op de foto is, als je goed kijkt, te zien hoe een draad in beweging wordt gebracht. Deze draad klinkt als een diep resonerende gitaar die het hele gewelf vult en de andere drie muzikanten tijdelijk overstemd. Het slot was van een ongekende pracht, de klanken doofden langzaam uit totdat het volkomen stil was. Zelfs het geluid van de treinen die boven de zaal het station in- en uitrijden lieten even niets van zich horen. Kazuo Imai schrijft in een toelichting op hun optredens dat in de gehele performance soms maar vijf minuten “beautiful time” zit. Hij is te bescheiden, om het mild uit te drukken.
Afsluiters van het festival zijn Richard Youngs en twee bands, The Cherry Blossoms en MV + EE with The Golden Road. Het gewelf is omgetoverd tot een huiskamer met een zestal oude schemerlampen, tafeltjes, kasten en flessen drank. The Cherry Blossoms (uit Nashville) kende ik niet, maar met hun rammelfolk weten ze het publiek direct in een goede stemming te brengen. De jongen naast mij stuitert op zijn stoel en springt regelmatig op om zijn bijval te betuigen met enthousiaste kreten. Zangeres Peggy Snow speelt ter verhoging van de feestvreugde regelmatig op de kazoo. Lekkere schuifdeurenmuziek, niets hoeft, alles mag. Matt Valentine en Erika Elder wisselen de Cherry Blossoms af met stevigere folkrock en Richard Youngs zingt Another day of gravity met ondersteuning vanuit de zaal (hey!). Het Instal festival beloofde “3 days of the best experimental and underground music you’re likely to see this year”. Dat is ze aardig gelukt.

MP3 The Cherry Blossoms – The Wind Did Blow

Pocketbooks


Wat komen er toch veel leuke popbandje uit Groot Brittannië. En met popbandjes bedoel ik vooral bands in de hoek van de indie pop en twee pop. Als je niets wil missen op dit vlak verlies dan vooral onze collega’s van Indie MP3 niet uit het oog. Maar ook Ketelmuziek heeft een zwak voor bandjes als My Sad Captains, The Pains of Being Pure at Heart, Fanfarlo en de Pocketbooks.
De Pocketbooks brengen volgende maand een nieuwe EP uit en het klinkt weer heerlijk. De Waking UP EP rammelt lekker, de vocalen van Emma Hall zijn supercharmant en de melodieën hebben zich na één keer draaien al in je brein vastgezet. Als je niet kunt wachten tot 17 maart kun je hier alle vier nummers van de EP al beluisteren.
Warm aanbevolen voor fans van Belle and Sebastian.

MP3 Pocketbooks – Don’t Stop

Instal 2008: nog meer self-cancellation in marathon improvisatie


De tweede dag van het Instal festival start ‘s ochtends met lezingen over self-cancellation in de Glasgow School of Art. Als je niet oppast ga je overal self-cancellation in zien. Michael Hampton noemt als voorbeeld sommige werken van Andy Goldsworthy. Andy gebruikt bladeren, hout of sneeuw als materiaal, dat na verloop van tijd wegrot of smelt. Alleen een foto bewijst dat er ooit een kunstwerk is geweest. Om 16.00 uur is het tijd voor het middagprogramma. Het leukste onderdeel was het voorlezen door Kenneth Goldsmith (‘founding editor’ van Ubuweb) van twee brieven die gericht waren aan saxofonist Kenny G. De eerste briefschrijver is een grote fan die Kenny wil bedanken voor zijn nummer Miracles. Dat nummer heeft ervoor gezorgd dat zij alsnog zwanger is geraakt terwijl de hoop al was opgegeven. De tweede brief is van een boze jazzfan die het Kenny zeer kwalijk neemt dat hij samen met Louis Armstrong een plaat heeft opgenomen. En dat zonder toestemming te vragen: Armstrong was al jarenlang dood. In de gewelven van The Arches konden de bezoekers zaterdagavond terecht voor een marathonconcert van drie uur. Onder het motto “energy births form” produceerden negen gedreven muzikanten uit de free jazz, noise en improvisatiehoek een niet aflatende wervelwind van geluid. Het is bijna niet in woorden en beelden te vangen. Fotograferen was trouwens wel toegestaan, dus daar maakte het publiek volop gebruik van. Hier geen beperkingen voor fotografen die alleen bij het eerste nummer mogen afdrukken. Er was trouwens maar één nummer (ha!). is dat nu niet saai? Want drie uur lang vrijwel structuurloze klanken horen, daar was ik vooraf niet helemaal gerust op. Maar de inzet en het gedol tussen de spelers op het podium, met saxofonisten Don Dietrich en David Keenan, bassist Alan Silva en de Japanse sirene Junko in de hoofdrollen, wisten de uitputtingsslag, die het toch wel was, enigszins te verlichten. Uiteindelijk vormde het geheel een illustratie van massale zelfopheffing, omdat iedereen de ander tegenspreekt, als het ware. De bezoekers waren te vergelijken met de bemanning in de boten op de prent “De golf” van Hokusai. In dit geval omgeven door geluidsgolven en meegesleurd door het loeiharde volume van de spelers. Na afloop riep een grapjas “encore”. Dat gebeurde natuurlijk niet, maar voor nog meer geluiden konden de volhouders in club Stereo terecht. Door het geroezemoes van de aanwezigen aldaar was het niet eenvoudig om iets te horen van Usurper, een duo dat in de hoek van Volcano The Bear opereert, maar net iets te subtiel was. Alweer een voorbeeld van cancellation, een toepasselijke afsluiting van de dag.

She & Him


Hij heet M.Ward en maakte mooie, misschien een beetje over-serieuze albums als End of Amnesia en Transistor Radio. Zij heet Zooey Deschanel en speelde in films als Almost Famous, Elf en Big Trouble. Onder de naam She & Him brengen ze nu samen een album uit onder titel Volume 1. De bandnaam en titel zijn niet echt vindingrijk, dit is wel een erg leuk album.
Verwacht geen opvolger van M. Ward’s Post-War. Volume 1 lijkt vooral Zooey’s album te zijn.
We horen haar songs en haar vocalen. Zooey lijkt haar inspiratie te halen uit de tijd van Motown en Brill Building.
De songs op Volume 1 roepen bij mij herinneringen op aan het werk van Carole King en ook Sharon Shannon. Zooey heeft een prachtige stem voor dit werk.
Maar het is wel mijlenver verwijderd van wat we M. Ward zijn gaan verwachten, al is hij natuurlijk wel volop te horen als muzikant en zanger. Zoals in de cover van I Should Have Known Better van de Beatles.

MP3 She & Him – Why Do You Let Me Stay Here?

Instal 2008, festival van extremen: self-cancellation, Incapacitants en meer


De festivallocatie is, net als bij vorige edities, The Arches, gelegen onder Glasgow Central Station. Het programma ziet er ook ditmaal veelbelovend en zeer gevarieerd uit. Van extreem hard tot fluisterzacht, van 21-snarige koto tot kazoo, van muziektheoretische concepten tot kampvuurmuziek. Er gebeurt teveel om op te noemen, maar ik zal een poging wagen. Voor een uitgebreid verslag verwijs ik naar een boeiend Schots weblog .
De eerste avond van het driedaagse Instal festival ging rustig van start met voorbeelden van zichzelf opheffende muziek. Dit idee is op verschillende manieren te illustreren. Self-cancellation vindt niet alleen op muzikaal gebied plaats. Artiest Gustav Metzger, speciale gast op Instal, werd met foto’s van zijn acid action paintings geëerd. hierop is te zien hoe nylonstof langzaam wordt verteerd door het in contact te brengen met zuur. In de muziekstukken gebeurde iets vergelijkbaars, maar iedereen had een eigen uitwerking bedacht. Sarah Washington schakelde zichzelf uit. Zij deed oordoppen in en om helemaal zeker te zijn zette zij ook een hoofdtelefoon op. Zo kon zij niet horen welk geluid zij voortgebracht. Dat was pech voor haar, want het klonk erg rustig en mooi. Lee Patterson (foto) had nootjes aan contactmicrofoon bevestigd en stak ze vervolgens in brand. Alsof we naar een kampvuurtafereel zaten te kijken met als enige geluid het knappen van de noten, totdat zij geheel waren verbrand en de self-cancellation een feit was. Hetzelfde principe demonstreerde hij met het oplossen van zout in water. Hoewel het thema wel erg breed toepasbaar is, waardoor zo’n beetje alles er onder valt, was dat geen bezwaar. Variatie was troef, zoals John Butcher die met feedbackgeluiden van zijn saxofoon een gitaar en drum activeerde, en Michael Culligan die verwarmd metaal in aanraking bracht met ijs. Al met al een boeiende start van het festival. Aparte vermelding verdient harpist Rhodri Davies voor het bijeenbrengen van de muzikanten.

Later op de avond verplaatst de actie zich naar Stereo in Renfield Lane, een club op 200 meter lopen van het station. Was het nog vrij rustig in The Arches, hier gaan alle remmen los voor drie spannende tot verschroeiende sets. De welluidende koto solo van Michiyo Yagi is nog relatief kalm met af en toe een uithaal die het publiek al enigszins voorbereid op Blood Stereo. Het trio gaat flink tekeer met bezwerende elektronica en het pedalsteelgeweld van Heather Leigh. Top of the bill The Incapacitants krijgen hulp van zangeres Junko. Haar stem weet zelfs boven het gitaar-en samplergeweld uit te komen. Zoals wel vaker bij noise optredens is het één lange rush zonder onderbreking. Na pakweg drie kwartier is het mooi geweest, er is een gat in de tijd geslagen en iedereen kan naar huis met de herinnering aan een memorabel concert. Totdat het gewist wordt door een volgend noise optreden.

Water Fai


Sinds we begonnen zijn met Ketelmuziek stroomt de digitale postbus vol met verzoekjes van bands die om wat aandacht vragen. Vaak is het gewoon niet goed (genoeg) of past het niet in ons straatje. Maar voor Water Fai maken we graag een uitzondering. In april zal de band uit Osaka haar debuut uitbrengen. Ik heb de plaat nu een paar keer gedraaid en ik moet bekennen dat het wel erg mooi is wat deze Japanners doen. Muzkaal haken ze aan bij Yo La Tengo ten tijde van Summer Sun en And Then Nothing Turned Itself Inside Out. Dus wat zweverige pop waar je heerlijk op weg kan dobberen. Water Fai neemt ruim de tijd voor de songs- de gemiddelde lengte ligt zo op de zes minuten. Het album kent ook wat stevigere delen en dan komt de band in de buurt van Mogwai
De songs op het album Girls in the White Dream zijn voor het grootste deel instrumentaal. Zelf heb ik altijd een voorkeur voor vocalen gehad boven louter instrumentale muziek, dus songs als You Are The Sun en Round Pool zijn mijn favoriete momenten van het album. Je kunt er natuurlijk over discussiëren hoe origineel de muziek van Water Fai nou exact is, maar ik ben er wel van gecharmeerd.

MP3 Water Fai – You Are The Sun