Tara Jane O’Neil


Tara Jane O’Neil is al zo’n vijftien jaar actief in de muziek en in die periode bracht ze veel mooi materiaal uit. Dan denk ik om te beginnen natuurlijk aan solo-albums als In Circles en Peregrine, maar vergeet ook niet hoe invloedrijk ze was als lid van Rodan, Retsin en de Sonara Pine. Platen als The Ida Retsin Family Album, Vol. 1 en Cabin in the Woods behoren tot mijn all-time favorites.
Behalve muzikant is TJO, zoals Tara Jane liefkozend wordt genoemd, ook kunstenaar. Haar werk siert uiteraard de hoezen van haar cd’s.
Yeti brengt nu een mooi handzaam boekje op de markt met daarin afbeeldingen van haar schilderwerk en uiteraard een cd-tje. Op de cd vind je wat live-materiaal aangevuld met verloren gewaande opnamen en muziek gemaakt voor een film. Zoals we van TJO gewend zijn is het niet altijd even gemakkelijk te doorgronden, maar zodra je tot de kern bent doorgedrongen is haar muziek onweerstaanbaar.

MP3 Tara Jane O’Neil – A Partridge Song (kitchen concert)

Marla Hansen


Marla Hansen is een zangeres en muzikante uit de kring rond Sufjan Stevens. Je kunt haar samen met Sufjan horen in Ring Them Bells op de I’m Not There soundtrack. Ze wist Sufjan en de mensen van My Brightest Diamond zo ver te krijgen om op haar debuut EP mee te spelen. De zes nummers van Wedding Day passen qua sfeer in het rijtje van Sufjan en My Brightest Diamoind, al is de stem en aanpak Marla iets aardser dan die van My Brightest Diamond. En dat vind ik eigenlijk wel prettig.
Wedding Day is een bijzondere plaat geworden met mooi gebalanceerde songs. Vooral de prachtige stem van Marla en de instrumentatie met cello en violen maken Wedding Day zo bijzonder.
Marla blijft in alle zes nummers dicht in de buurt van het geluid Sufjan. En dat lijkt me een goede zaak.

MP3 Marla Hansen – All Clear

Tiger Saw in Nederland


De laatste weken van 2007 worden weer druk voor de concertbezoekers. Julie Doiron, Bishop Allen, Scout Niblett en Mark Olson zijn in ons land en dan zie ik misschien nog wat andere interessante bands over het hoofd. Maar vergeet vooral ook Tiger Saw niet. De band uit de buurt van Boston maakt al jaren prachtige verstilde muziek in de sfeer van Low en Ida.
Eerder dit jaar bracht Tract Records hun nieuwe album Tigers on Fire uit en hierop ging de band voor een deel een nieuwe richting op. Dat verstilde hoort nog altijd bij Tiger Saw, maar ze wisselen dat nu af met meer funky nummers. Ik ben benieuwd hoe ze dat live gaan doen. Ik heb inmiddels van Dylan Metrano, de voorman van de band, begrepen dat ze met z’n vieren naar ons land komen, inclusief een trompettist.
Je kunt Tiger Saw hier zien:
Dinsdag 4 december in Sub071 in Leiden
Woensdag 5 december in Db’s in Utrecht
Vrijdag 7 december in Winston Kingdom in Amsterdam

Het Nederlandse Pfaff is in alle gevallen als voorprogramma te zien. Mis ze vooral niet. Het beloven drie mooie avonden te worden.

MP3 Tiger Saw – Catalina

Roxy Music: re-make re-model


Op Crossing Border in Den Haag stond er weer genoeg moois op het programma. Vrijdagavond was er muziek van Okkervil River, Ben Weaver en Mike Heron met zijn dochter Georgia Seddon. Ik liep voortdurend heen en weer tussen de zalen in de Schouwburg en het ernaast gelegen Theater. Zo kwam ik regelmatig vrienden en bekenden tegen, wat bijdraagt aan de festivalsfeer. Daar hoort jammer genoeg ook bij dat je veel moet laten schieten.Geen A.F.Th., Jason Molina, Aidan Moffat, Roddy Doyle en IJslandse artiesten, op een zingend elfachtig meisje na: Olof Arnalds.
Het boeiendst waren twee Engelse schrijvers, Jon Savage en Michael Bracewell. Beiden hebben een dik boek geschreven. Jon over jeugdcultuur in de periode 1875-1945. Toen werden jongeren nog geen teenagers genoemd, dat kwam pas rond 1945, het jaar waar zijn boek stopt. Wat er daarna gebeurde is volgens hem al uitgebreid gedocumenteerd. Hoeveel boeken over Elvis, The Beatles en de invloed van teenagers als consumenten zijn er al niet verschenen?
Operaliefhebber Michael heeft een kleiner onderwerp gekozen, Roxy Music. Hij vindt het eerste Roxy Music album essentieel, omdat het hem als 14-jarige door zijn schooltijd heen hielp. Op de public school vond hij het verschrikkelijk. Alleen de muziek van Roxy Music maakte zijn verblijf op school dragelijk. Hij wilde weten hoe zo’n wonderbaarlijke plaat kon worden gemaakt. Door te praten met alle betrokken bandleden en mensen uit hun omgeving probeert hij te achterhalen hoe alles culmineerde in één van de markantste (en beste) debuten uit de popgeschiedenis. Zonder nu te verklappen hoe hij dit doet, is uit het onderhoudende interview met Sander Donkers op te maken dat het de onwaarschijnlijke mix van high en low culture is die de muziek voor hem zo fascinerend en origineel maakt. Alsof de groep van een andere planeer afkomstig was. Brian Eno had zelfs in een interview met een Engels muziekblad gezegd dat hij op een andere planeet was geboren. En die popjournalist schreef dat ook op! Eno zal het zelf toch het beste weten, nietwaar? Ik moet het nog lezen, maar het lijkt mij een aanrader. Zeker voor wie geïnteresseerd is in Roxy Music, kunst, mode, glamour, rock and roll en de verbanden hiertussen.

The Owls


Het blijft toch lastig met al die bandnamen die op elkaar lijken of meerdere bands met dezelfde naam. Zo kocht ik ooit iets van Two Dollar Guitar, terwijl ik toch echt op zoek was naar een nieuw album van Two Dollar Pistols. Dat was een vervelende vergissing. En zoals er meerdere Mono’s rondlopen, zo zijn er twee bands die zich The Owls noemen. De ene noemt zich Owls en heeft connecties met Cap’n Jazz en de broertjes Kinsella, maar ik wil het over de andere uilen hebben. Deze Owls komen uit Minneapolis en maken lekker melodieuze pop in de stijl van bijvoorbeeld Camera Obscura. Hun muziek is soms wat aan de softe kant, maar het vorige album Our Hopes and Dreams was leuk genoeg om naar een nieuwe plaat uit te kijken. Dat is er nu, al hebben we er drie jaar op moeten wachten. Het erg fijne Magic Marker label bracht onlangs Daughters and Suns uit.
Het nieuwe album is een hele stap vooruit voor de band. De songs zitten beter in elkaar, de zang van Allison LaBonne en Maria May is spannender en het geluid is ook iets steviger.
Dat neemt niet weg dat ook Daughters and Suns soms inzakt. Drie van de vier leden van The Owls hebben songs geleverd en daar zit een enkel minder nummer tussen. Maar songs als The Way On, Peppermint Patty en All Those in Favor behoren tot de leukste die ik dit jaar heb gehoord. En elke band die er in slaagt een goed nummer te schrijven over Isaac Bashevis Singer verdient onze aandacht.

MP3 The Owls – The Way On

Spider


Ergens begin vorig jaar kocht ik de EP The Way to Bitter Lake van Spider, het alter ego van zangeres Jane Herships. De EP bevat acht mooie luisterliedjes met genoeg onderhuidse spanning en avontuur om de aandacht vast te houden.
“Her tunes have the quality you look for in music if you’ve been under the spell of artists like Leonard Cohen, Jeff Buckley and Cowboy Junkies. Intense, poignant, delicate and somewhat dreamy,”, zei iemand en beter kan ik het haast niet omschrijven. Ik was The Way to Bitter Lake eigenlijk alweer vergeten, maar nu wordt het album opnieuw uitgebracht door het Storyboard-label. Zo te horen is het geluid iets opgepoetst. Maar de eerste realease was dan ook wel erg low-budget. Goed dat deze prachtige plaat nu wat makkelijker verkrijgbaar is.

MP3 Spider – Don’t Be Afraid, I’ve Just Come To Say Goodbye, The Ballad of Clementine Jones

Concerten in Londen (3): Cargo


Zondagochtend 18 november is het guur weer in Londen. Er staat een harde snijdende wind dus is het een dag om binnen door te brengen. The Wire heeft opnieuw een veelbelovend programma samengesteld van experimentele muziek uit de noise en folkhoek. Plaats van handeling is Cargo, op enkele minuten lopen van Old Street tube station. In deze buurt zijn veel galerieën gevestigd, zoals de gerenommeerde White Cube in Hoxton Square. Cargo is een restaurant en bar met een zaal waar ongestoord herrie kan worden gemaakt. Ik blijk aan de vroege kant te zijn om drie uur, want de deuren van de zaal gaan om 4 pm open en de eerste band treedt pas op om 5.45 pm. Wat te doen? Tijd genoeg voor een bezoek aan Tate Modern om naar de lange scheur in de vloer van de grote turbinehal te kijken en daarna wat te eten in Cargo. De bands die spelen verdienen alvast een prijs voor hun bizarre namen: Weyes Bluhd (spreek uit als wise blood), Polly Shang Kuan Band, Axolotl, Birds Of Delay, Värd Ov Ard’s Exquisite Corpse en Talibam! De laatste naam is ontleend aan een krantenkop in de tijd dat de Amerikanen de Taliban in Afghanistan bombardeerden. Het zijn typisch bands die vooral op de underground podia staan, zoals Worm in Rotterdam en Helbaard in Den Haag. In Londen is het allemaal ruimer opgezet en komt er wat meer publiek op af, ruim 100 bezoekers. De prijs is zeer schappelijk: voor 8 pond zie je zeven bands. Drones en noise voeren de boventoon, maar steeds met andere instrumenten en apparaten dus gevarieerd is het wel. Niet alles is even boeiend, maar de optredens duren niet langer dan een half uur, dus daar is overheen te komen. Indruk maken de drie vrouwen van The Polly Shang Kuan Band met vogelgeluiden, fluitjes en zang bovenop een trage elektronische geluidsstroom. Opvallend bij Exquisite Corpse is dat vier bandleden op de grond zitten en dat het vijfde lid links van het podium achter zijn laptop staat. Ook hier droneachtige klanken, niet onaardig. Bij Axolotl is slechts één man, Karl Bauer, verantwoordelijk voor een korte noise demonstratie. Hij maakt gebruik van een percussieschaal met contactmicrofoon en een viool. Goed gedaan. Voor de nodige afwisseling zorgde het duo Talibam! uit Brooklyn, New York. Een hyperactieve drummer, Kevin Shea (Animal uit The Muppet Show is er niets bij) en een wilde keyboardman (Matt Mottel) doen hun best om zo veel mogelijk nummers te spelen. Dat lukt vrij aardig, denk aan een kruising tussen Lightning Bolt en The Dave Howard Singers (wie kent ze nog? Stuff me in your blender misschien?). Hun cover van Smoke on the water is erg grappig. Later op de avond speelt drummer Kevin, nu gestoken in pak en zonder bril, in de caféruimte vrolijk door, samen met een ook in pak gestoken man die oude hits probeert te zingen, zoals Earth angel van The Penguins. Veel gespring en gerol over de grond, rock and roll in praktijk gebracht. Zeer vermakelijk. Sommige van de artiesten staan 7 december op het podium van Helbaard: Natalie Mering aka Weyes Bluhd, Heatsick (Stephen Warwick van Birds Of Delay) en Axolotl. Ook te zien in Amsterdam (occii) op de 9 en in Tilburg op de 10e . Ik heb mij de afgelopen dagen lang genoeg in de Londense underground begeven, dus het is weer tijd om de grens over te steken voor een bezoek aan Crossing Border in Den Haag.

Concerten in Londen (2): Bush Hall


Het muziekblad The Wire bestaat 25 jaar en viert dit jubileum een maand lang met een aantal evenementen in Londen. Op zaterdag 17 november staan improvisatie en elektronica ensembles op het programma. Sommige namen zijn voor mij bekend (Gary Smith, Bernard Günther en Rafael Toral) en anderen, Archetti, Wiget en Trapist zeggen mij weinig. Maar dat maakt de avond juist interessant. Omdat volgens Time Out de aanvangstijd 7 pm is ga ik vooraf snel iets eten bij The Archduke, schuin tegenover de Royal Festival Hall aan de South Bank. Een prima eetgelegenheid waar je je bestelling opgeeft aan de bar. Je wordt ‘opgepiept’ als het gerecht klaar is. Je betaalt van tevoren en kunt dus precies plannen wanneer je weg wilt. Handig. Ik arriveer iets na zevenen bij Bush Hall in Uxbridge Road. Bij deze straatnaam moet ik denken aan een nummer van A. More (Anthony Moore), van zijn LP Flying doesn’t help, getiteld Twilight (Uxbridge Rd). Maar dit tussen haakjes. Pas tegen half acht begint zich een serieuze rij voor de deuren van Bush Hall te vormen. Mark Wastell, oprichter van de platenzaak Sound323 en aanwezig met een voorraadje cd’s en vinyl, schudt handen van bekenden in de rij, ook de mijne. Ik was net de vorige dag nog even langsgegaan bij Sound323 en Second Layer, een winkel die op hetzelfde adres zit, Archway 323 vlakbij Highgate tube station. Terug naar Bush Hall, een mooi interieur, meer iets voor klassieke muziek dan voor muziek uit de improvisatiehoek. Prettig is dat er stoelen zijn neergezet. Laatkomers hebben pech en moeten staan of op de grond zitten. De zaal is goed gevuld, ik schat zo’n 150 bezoekers. DJ Tony Herrington, voormalig hoofdredacteur van The Wire draait muziek van onder andere David Bowie, Brian Eno en Herbie Hancock, een mix van stijlen die ook tussen de optredens door is te horen zonder opdringerig te worden.
Het Zwitserse duo Luigi Archetti (elektrische gitaar en elektronica) en Bo Wiget (cello) spelen een klein half uur. Ze beginnen zacht en langzaam en bouwen een geluidsmuur op die steeds harder en heftiger wordt. Daarna bouwen ze de muur weer netjes af en klinken hun instrumenten aan het slot bijna traditioneel, na al het geweld dat eraan vooraf ging. Een sterk begin van de avond.
Het tweede duo, Klangstaub, bestaande uit gitarist Gary Smith en Bernard Günther op klarinet, trompet en elektronica, wisten bij vlagen te imponeren met hun wat ik maar elektronische kamermuziek noem. Ik heb Smith en Günther ook als solisten live gehoord en dat vond ik toch net iets pakkender. Samen wisten ze niet een vergelijkbare intensiteit te bereiken. Dat kwam misschien ook omdat bij zachte passages het geroezemoes in het café hoorbaar was. In de zaal was iedereen stil, afgezien van het zachte geklik van de amateurfotografen, waaronder ikzelf. Veel geflits ook, sommigen konden er geen genoeg van krijgen. Ik merk dat foto’s maken afleidt van het luisteren naar de muziek dus ik doe het net mate.
Het beste optreden van de avond is voor mij Rafael Toral’s Space Project in samenwerking met de imposant ogende drummer Roger Turner(zie foto). Zijn reusachtige postuur wordt nog versterkt door zijn kleine drumstel. Toral bedient een apparaatje dat lijkt op een radiografische afstandsbediening voor motorbootjes. Hiermee produceert hij kraakgeluiden en noise, waar Turner schitterend op reageert. Ook fraai, zij het minder spectaculair, was het gebruik van de theremin door Toral. Het optreden zuigt de aanwezigen mee in een draaikolk van geluid dat, zoals het hoort, heel zachtjes eindigt. Klasse.
Trapist maakt sfeervolle, jazzy muziek met folkinvloeden en elektronica, zodat de aanwezigen enigszins tot rust kunnen komen na het optreden van Toral en Turner. Een passende afsluiting van een gedenkwaardige avond.

Concerten in Londen (1): Monto Water Rats


Als je Londen bezoekt is het blad Time Out een onmisbare gids. Uittips voor de hele familie, de sport-, kunst-, wandel-, comedy, dans- en muziekliefhebber, ze staat erin, elke week van woensdag tot en met dinsdag. Afgelopen vrijdag 16 november was alleen de keuze op
concertgebied al overweldigend. Een greep uit het aanbod. Charlie Haden met zijn kwartet op het Londen Jazz festival, Ryan Adams, The Water Boys, een antifolkfestival met namen als Planet Zim en Kinkajou, en Cardiacs in Astoria, met de wervende tekst: “the spirit of early Genesis lives on in Cardiacs, whose progressive, occasionally melodramatic whimsy remains perennially popular.” Ik besluit om naar Monto Water Rats te gaan, een pub met een zaal waar tenminste vier acts zullen spelen. De tekst in Time Out over Beach House luidt als volgt: “Baltimore girl-guy duo – who feature the niece of legendary film score composer, Michel Legrand – headline, plying their hazily, beautiful and elegantly nostalgic dream-pop, which recalls MBV, Mazzy Star and Yo La Tengo.” Dat ziet er op papier veelbelovend uit. Voordat het zover is treden eerst drie andere artiesten op. Het niveau ligt hoog, iedereen is goed op dreef. Laura Izibor opent de avond met een soloset. Zij moet het niet van gimmicks en rook hebben maar van haar stem, die met gemak een grote zaal zou kunnen vullen. In een pubzaal doet dat een tikkeltje overdreven aan, maar in combinatie met haar keyboardspel zou zij wel naar grotere zalen kunnen doorbreken. Liefst wel met een begeleidingsband om haar jazzy en r&b achtige songs wat spannender te maken. Rook en sensatie genoeg bij de band Tankus The Hedge (hoe verzin je het) die fans bij zich heeft. Een groepje bezoekers draagt oranje shirts met daarop de naam van de band onderste boven afgedrukt: grapje. Een typisch Engelse band met als frontman een pianist met hoedje die af en toe trombone speelt. Zijn outfit doet een beetje Dexys Midnight Runners, met ook wel iets van Elvis Costello. De band maakt vrolijke muziek a la Madness, onder andere het vlotte en aanstekelijke Smiling makes the day go quicker. Ter vergroting van de feestvreugde strooien ze lichtgevende mikadostokjes de zaal in.
Als derde zijn The Pierces aan de beurt, de zussen Allison en Catherine Pierce die prachtig zingen en er ook nog danspasjes en kokette armbewegingen bij maken. Begeleid door een gitarist die steeds zijn instrument moet stemmen (daar maken ze grapjes over) spelen zij afwisselend vrolijke en sombere folky songs. De zaal is onder de indruk, want er wordt niet door de zachte liedjes heen gepraat, wat op vrijdagavond in een pub toch een prestatie is.
De band waar ik voor gekomen ben is dus Beach House( foto hierboven). Voor alle duidelijkheid, MBV is My Bloody Valentine, net als Yo La Tengo een van mijn favoriete bands. Dat kan dus haast alleen maar tegenvallen, zou je denken, net zoals het glas bier waarvan de inhoud op mijn broek , rugzak en jas valt. Iemand was zo onvoorzichtig om een vol glas om te gooien, net boven de plek waar mijn spullen lagen. Ach ja. Gelukkig maakte de muziek veel goed. Het duo krijgt assistentie van drums uit een laptop. Dat klinkt wat houterig, hoewel het snel went. Ze maken
sympathieke muziek in Mazzy Star stijl, wat betreft de zang (hoewel niet zo ijl als zangeres Hope Sandoval). MBV en YLT zijn met enige moeite in de verte terug te horen, maar dan meer in de lome en broeierige sfeer dan in de muziek. Het publiek, zo’n 60 mensen (volle bak), reageerde enthousiast. Met een door Victoria Legrand en Alex Scally gesigneerd exemplaar van hun cd ga ik de deur uit. Een mooie start van een driedaagse concertestafette.

M3 Beach House – Saltwater

Andy Friedman


Heb jij ooit een plaat gekocht alleen omdat de hoes je aanstond? Mij is dat wel ‘ns overkomen, al is dat alweer een tijdje geleden. Maar nu gebeurde het wéér. Eerder deze maand was ik bij Get Records in Amsterdam en viel mijn oog op een hoes met een zwart-wit foto van drie mensen die aan het bowlen zijn. Een typisch Amerikaans tafereeltje. Ik bekeek de cd ‘ns goed, maar zette hem toch weer terug.
Een paar dagen later was ik op de platen en cd-beurs in de Utrechtse Jaarbeurs en kwam ik die cd weer tegen. Nu wat vriendelijke geprijsd dan bij Get. Dat kon natuurlijk geen toeval zijn. Ik keek nog ‘ns goed en zag dat Kris Delmhorst en Jeffrey Foucault aan de plaat hadden meegewerkt en dat een van de songs getiteld was ‘David Berman’. Als fan van de Silver Jews kon ik dat natuurlijk niet laten staan en zo werd ik de eigenaar van Andy Friedman’s Taken Man.
Andy Friedman is een kunstenaar die zo af en toe een plaatje maakt. Hij noemt zijn muziek zelf art-country. Taken Man klinkt losjes, alsof het zonder al te veel repetities zo op de band is gezet. Soms, zoals in Confusion, grijpt Friedman terug op de cowpunk van de jaren ’80. Friedman schrijft prachtige teksten waarin Andy Kaufman, Richard Manual en dus ook David Berman figureren.
Wat mij betreft is dit een erg fijne plaat. De sfeer is lekker losjes en de teksten zijn werkelijk prachtig. En gelukkig kun je die nog ‘ns nalezen in het cd-boekje.

MP3 Andy Friedman – Self-Portrait in White Knuckle Death Grip