Alasdair Roberts & friends: moderne folk

AlasdairRobertsAndFriends-640x330
Ketelmuziek heeft al vaker aandacht besteed aan Alasdair Roberts, een zanger en gitarist die de traditionele folk afstoft en aanbiedt in verrassende arrangementen. Op zijn nieuwe album A wonder working stone staan 10 songs waarin Roberts uitpakt met fraaie eigen teksten, gezongen met een Schotse tongval. Het boekje bij de cd bevat alle teksten en een toelichting over de herkomst van de gebruikte melodieën. Verrassend genoeg is er een stukje When the saints go marching in te horen (Scandal and trance), naast uiteraard Schotse en Ierse muziek. Er gebeurt teveel om op te noemen in songs die fraai worden uitgesponnen en waarin Roberts de tijd neemt om zijn verhaal te vertellen. Onder de hoogtepunten bevinden zich The merry wake en The wheel of the world, twee nummers die hij al tijdens het Incubate festival in 2011 prachtig solo vertolkte. Op dit album is de bezetting uitgebreider en rijker, een feest voor het oor.

MP3 Alasdair Roberts & friends – The merry wake

Nieuwe albums van Pere Ubu en Yo La Tengo

Yo-La-Tengo-Fade
Wat gebeurt er als David Thomas, de voorman van Pere Ubu, en Yo La Tengo op één podium staan? Dan spelen ze Pushing too hard van The Seeds, een punkrock klassieker uit 1966. Dat maakte ik in 1997 mee als bezoeker van een memorabele avond in Edinburgh. De roots van zowel Pere Ubu als Yo La Tengo liggen onder andere bij The Velvet Underground, The Stooges en de zogenoemde garagerock die is te vinden op de verzamelbox Nuggets. Anno 2013 laten de bands horen hoe zij zijn geëvolueerd tot veelzijdige en avontuurlijke muzikanten met een eigen geluid.

Om te beginnen met Yo La Tengo: na enkele wat minder evenwichtige albums komt het trio uit Hoboken, New Jersey sterk voor de dag met het toegankelijke Fade. De nummers zijn hoofdzakelijk subtiel en breekbaar, af en toe voorzien van strijkers (Is that enough, Before we run) en blazers (Cornelia and Jane), en een sixtiesachtig orgelgeluid (Well better) zorgt voor een goed humeur. Andere nummers grijpen terug op hun meesterwerk And then nothing turned itself inside out (2000), zoals I’ll be around, Two trains en The point of it. De atmosferische achtergrondgeluiden geven diepte aan dergelijke songs, met dank aan producer John McEntire (bekend van de postrockband Tortoise).

Pere Ubu’s album Lady from Shanghai is een stuk weerbarstiger en dwarser dan Fade. David Thomas trekt al meteen in het openingsnummer Thanks stevig van leer, door de tekst van Anita Ward’s discohit Ring my bell aan te passen: you can go to hell. Thomas is duidelijk geen dansliefhebber, getuige het albummotto op de binnenhoes: ‘smash the hegemony of dance / stand still’. De line up van de band is stabiel en klinkt vertrouwd: de gierende en pruttelende synthesizerklanken van Robert Wheeler, het gitaarspel van Keith Moliné en de stevige ritmesectie (Steve Mehlman en Michele Temple) vormen de basis voor de vocale acrobatiek van Thomas. Geen toegankelijk album, maar wel intrigerend. Prijsnummer is voor mij het minimalistische, tranceachtige Mandy. Staat er misschien toch onbedoeld een dansnummer op.

Yo La Tengo behoort tot de beste live bands die ik ken. De ene keer weten zij te verrassen met een kwartier durende noisegolf waar Sonic Youth bij verbleekt, de andere keer met een subtiel, breekbaar liedje waar de hele zaal stil van wordt, of een avondlang vragen beantwoorden van het publiek, als het maar geen vragen om verzoeknummers zijn. Yo La Tengo speelt op 17 maart in Paradiso. Mis ze niet.

MP3 Yo La Tengo – Is That Enough

Twee tips: filmfestival Rotterdam en David Hockney

Hockney1
Vanaf 23 januari barst het filmfestival Rotterdam (kortweg IFFR) weer los met een overvloed aan korte, lange, oude en nieuwe films uit alle windstreken. De bezoekers krijgen de gelegenheid om het filmaanbod te zien op grote schermen in de comfortabele zalen van Pathé, Lantaren/Venster en Cinerama. Ik ben onder meer benieuwd naar het programmaonderdeel Sound Stages, waar geluid en muziek op ongebruikelijke wijzen worden gecombineerd.
Ook de vier ‘Mind the gap‘ avonden, samengesteld door het tijdschrift Gonzo (circus) en IFFR, zien er op papier veelbelovend uit. In de WORM locatie is van 24 tot en met 27 januari muziek te horen van Floris Vanhoof, GJ Prins & Mariska de Groot, Knalpot, Felix Kubin & Martha Colburn en vele anderen.
Wat heeft beeldend kunstenaar David Hockney met film te maken? De associatie met het IFFR die bij mij opkwam heeft te maken met de titel van zijn mooie, grote tentoonstelling die nog tot begin februari te zien is in museum Ludwig te Keulen: a bigger picture. Naast zijn enorme doeken van het Engelse landschap, die vaak uit meerdere panelen bestaan, zijn er ook bewegende beelden te zien van deze landschappen, gefilmd vanuit verschillende perspectieven. Hockney gebruikt daarnaast de ipad om landschappen te ‘schilderen’. Daarvan zijn diverse voorbeelden te zien. Kortom, een warm aanbevolen multimedia tentoonstelling,

Jaarlijstjes 2012: korte terugblik

banabilamachinefabriek
Wie nog niet genoeg heeft van lijsten met favoriete albums kan terecht op de website Year-End Lists. Daar staan lijsten van favoriete albums van uiteenlopende tijdschriften (Rolling Stone, Spin, Mojo, Q, The Wire) en online sites zoals The Quietus en Pitchfork netjes bij elkaar. Ook lijsten met favoriete films ontbreken niet.
Ik zal ongetwijfeld nog albums tegenkomen die ik ten onrechte niet in mijn top 10 van 2012 heb gezet. Dat is, gelet op het overweldigende aanbod, ook niet zo vreemd.
Een van de albums die ik heb gemist, was van The Baird Sisters. Hun wonderschone LP Until you find your green (op het Grapefruit label) had ik pas in december besteld en begin deze maand per post thuisbezorgd gekregen.
Andere muziek die ik de afgelopen weken pas heb beluisterd was afkomstig van de immer actieve Rutger Zuydervelt alias Machinefabriek. In 2012 bracht hij onder meer de solo cd Secret photographs uit en twee duo albums, een met Michel Banabila en een met Chris Dooks (The Eskdalemuir harmonium).
In de categorie opnieuw uitgebrachte muziek was Laurie Spiegel’s The expanding universe (elektronische minimal music in de hoek van Terry Riley) een ontdekking.
Een andere, meer curieuze, heruitgave was het gelijknamige album uit 1977 van de Franse groep Archaïa op het Papaaver label. Hun muziek ligt wat betreft de sfeer in de hoek van Neu! en Magma, alleen klinkt het allemaal net wat minder pakkend dan deze bands. Het album illustreert wel mooi hoe gevarieerd de zogenoemde progressieve rock in de jaren zeventig klonk. De LP is uitverkocht bij het label maar er zullen vast nog wel exemplaren te koop zijn.

Het Beste van 2012 volgens Ketelmuziek, deel 2

En ook Peter is er uit. Dit zijn zijn favoriete albums van 2012.
Thee-oh-Sees-Putrifiers-II-EP-2012
1 The Oh Sees - Putrifier II EP


2 Julia Holter – Ekstasis
3 Jack White – Blunderbuss
4 Mairi Morrison & Alasdair Roberts – Urstan
5 Scott Walker - Bish Bosch
6 X-TG – Desert shore/The final report
7 CC Hennix & Chora(s)san Time-Court Mirage – Live at the Grimm Museum, volume one
8 Trembling Bells & Bonnie Prince Billie – The marble downs
9 Mirrorring – Foreign body
10 Viv Albertine – The vermillion border

Grapefruit label: Lambchop, Richard Youngs en anderen op vinyl


Simon Joyner, die onlangs nog in Nederland optrad, is vorig jaar samen met Ben Goldberg gestart met het Grapefruit label. Op dit label brengen zij elk jaar vier LP’s uit. De albums zijn alleen te koop via hun website. Ik kwam pas dit jaar achter het bestaan van het label door een recensie in het novembernummer van The Wire. Beter laat dan nooit, en ondanks de gelimiteerde oplage (ergens rond de 320) kon ik toch nog de eerste serie bestellen.
De albums zijn van Lambchop, Richard Youngs, 200 Years (het duo Ben Chasny en Elisa Ambrogio), en als vierde L. Eugene Methe, een singer songwriter uit Omaha die net als Simon Joyner deel uitmaakt van het trio Spiritual Rags.
De Lambchop plaat, Turd goes back, bevat oude cassetteopnames uit de periode 1986-1992. Het klinkt vrij rudimentair, een beetje zoals Bill Callahan (alias Smog) in zijn beginjaren. In het prijsnummer My cliché hoor ik zowel echo’s van The Soft Machine (het orgeltje) als de Tall Dwarfs (de lo-fi ritmebox). Verwacht dus geen gestileerde en georkestreerde muziek zoals op de ‘serieuzere’ Lambchop albums.
De andere albums bevatten recente opnames die nog niet eerder zijn uitgebracht. Youngs zingt de van hem bekende minimal folk, ondersteund door gitaar en piano. 200 Years is niet te vergelijken met andere bands waar Chasny en Ambrogio in spelen (Six Organs Of Admittance, Comets On Fire en Magik Markers). Het zijn vrijwel allemaal rustige, ingetogen nummers. Het lijkt wel alsof zij hun energie voor andere projecten bewaren en hier met de benen op tafel een soort ambientfolk spelen. Methe zoekt het in de hoek van melancholieke muziek (Bill Callahan, Leonard Cohen) en weet bij vlagen te boeien. Maar ik draai toch liever Lambchop en Youngs, de twee uitschieters in deze serie.
Dit jaar zijn alweer twee LP’s verschenen op Grapefruit: Bruce Russell & Roy Montgomery en The Baird Sisters (Laura en Meg). De twee andere albums die binnenkort uitkomen zijn van Dump (James McNew van Yo La Tengo) en vanEric Chenaux & Radwan Ghazi. Ik ben vooral benieuwd naar The Baird Sisters en Dump. De albums zijn ook afzonderlijk te koop op de website van Grapefruit Records..

MP3 Lambchop – My cliché

Smoked Recordings: sympathiek label bestaat 10 jaar


Deze maand toeren artiesten van het label Smoked Recordings door Nederland. In de kleine zaal van het Patronaat konden liefhebbers van ingetogen Americana, folk en country luisteren naar een “smoked variety show” ter gelegenheid van hun 10-jarige bestaan. Oprichter Dan Tuffy van het label sprak het publiek kort toe. Alle aanwezige artiesten wisten hem te raken en hij vond dat zij een kans verdienden via zijn label. Als eerste hoorden we prachtig, doorleefd accordeonspel van Marc Constandse, die even later gezelschap kreeg van de twee andere leden van Big Low, Michiel Hollanders (gitaar) en Dan Tuffy zelf (zang en gitaar). Daarna waren twee singer songwriters uit Australië aan de beurt. Lucy Thorne speelde en zong niet onaardig, maar de songs waren minder pakkend dan die van Matt Walker. Hij wist indruk te maken met zijn uitgesponnen, verhalende songs. Matt’s uitstekende gitaarspel droeg daar in belangrijke mate aan bij. Zijn laatste album In echoes of dawn bevat een bonus cd, getiteld Lost ragas, met instrumentals die soms doen denken aan Neil Young en David Lindley, avontuurlijk en verrassend: een mooie aanvulling op zijn meer traditionele nummers.
Jeroen Kant gaf een onderhoudende performance waarin de hunor niet ontbrak en Davie Lawson uit Wales speelde samen met Matt Walker enkele goed in het gehoor liggende folksongs zonder poespas. Dat laatste geldt voor alle artiesten op Smoked Recordings, die meer bezoekers verdienen dan de paar handvol dat het Patronaat had weten te vinden.
Alle musici, met uitzondering van Davie Lawson, treden deze maand nog op in Utrecht en Eindhoven.
De artiesten van Smoked Recordings zijn hier nog te zien:

zondag 18 november De Berenkuil, Utrecht
maandag 19 november Frits Philips Muziekgebouw, Eindhoven

Tusk festival 2012 deel 2: folk, gamelan, sacred harp singing


Het was uitzonderlijk mooi weer in Newcastle, en dat paste uitstekend bij de sfeer van het Tusk festival. Ondanks de soms zware kost die werd geserveerd, was de stemming opgewekt en relaxed. Door alle optredens achter elkaar te programmeren hoefden de bezoekers niets te missen. Als je even geen zin had in een optreden ging je naar buiten of een kijkje nemen bij de platen- en cd-tafels in de provisorische lounge. Daar hadden wel wat meer zitplekken kunnen zijn dan twee banken en drie zitdobbelstenen (verbeterpuntje).

Met de muziek zat het gelukkig goed, vooral de meer folkgetinte artiesten waren op dreef. Cian Nugent (foto) heeft een briljante gitaartechniek à la Robbie Basho en Glenn Jones en speelde een indrukwekkende solo set. Het bijna een kwartier durende slotstuk, een raga-achtige folkinstrumental, was hypnotiserend. Dat gold ook voor de improvisaties van Pelt, Meitheal en Part Wild Horses Mane On Both Sides (afgekort PWHMOBS).
Meitheal is waarschijnlijk de minst bekende van de drie en voor mij de grootste verrassing, met hun bezwerende dronefolk voor zang, twee violen en harmonium. Vooral de zang van Vicky Langan viel op: krachtig en helder. Ook nieuwe voor mij was The Unit Ama, een trio uit Newcastle. Zij spelen dwarse rockimprovisaties met een gitarist die soms op Terrie Ex lijkt, een bassist die in een vreemde taal zingt en een prima drummer die de boel bij elkaar houdt.
Speciale vermelding verdient de gamelanimprovisatie door Pelt, PWHMOBS en Michael Morley. Bijna een uur lang bespeelden zij gamelan instrumenten, geleend van Durham University. Een toepasselijke start van het zondagmiddagprogramma.
In tegenstelling tot de andere optredens was het publiek op de grond gaan zitten of liggen om zich te laten meeslepen door de melodieuze ritmes. De muzikanten ontdekten zelf gaandeweg de mogelijkheden en wisten met gongslagen de wat al te dromerige sfeer op een prettige manier te verstoren. Het mag geen easy listening worden. Het spelplezier was af te lezen van de lachende gezichten, altijd een goed teken.
Naast de optredens was er op zaterdag- en zondagmiddag een filmprogramma. Van de films waren de animaties van Harry Smith nog het aardigst, ook omdat Rhodri Davies deze films begeleidde op zijn elektrisch versterkte (en zwaar vervormde) harp. Dat klonk behoorlijk enerverend.
In plaats van de films konden bezoekers kiezen uit een workshop synthesizers bouwen (zaterdag) dan wel sacred harp singing (zondag). De laatstgenoemde workshop was bijzonder: in de pub The Cumberland Arms kregen wij, zo’n 30 deelnemers waaronder leden van Pelt en Kelly Jones van PWHMOBS, onder leiding van Vicky Langan en Phil Tyler een spoedcursus in deze speciale wijze van zingen.
Op de slotavond mochten wij, als beginners, één lied (Idumea) zingen in de festivallocatie, The Star And Shadow Cinema, voordat het programma zou beginnen. Kortom, een zeer geslaagd festival, klein maar fijn, dat lijkt op dat van Konfrontationen in Nickelsdorf.
Om een recensiekreet te citeren: highest possible recommendation.

Tusk festival 2012 deel 1: een uitstekende editie met Gate, The Tenses en Fushitsusha


Vorig jaar vond in Newcastle het eerste Tusk festival plaats. Een interessante mix van traditionele en experimentele muziek, aangevuld met gesprekken en debatten. Dit jaar stonden er opnieuw voldoende artiesten op het programma om er bij te willen zijn. In drie dagen (5, 6 en 7 oktober) werden de bezoekers getrakteerd op onder meer folk met drone invloeden (Pelt, Meithal, Desert Heat) en slepende krautrockachtige klanken van Sylvester Anfang II.
Zonder deze en andere artiesten tekort te doen waren er een paar uitschieters die speciale vermelding verdienen. Een van de hoogtepunten van Tusk was Gate, ofwel Michael Morley. Hij weet subtiel gebruik te maken van loops zodat simpele gitaarlicks diepgang krijgen en tot een geluidswolk uitgroeien. Bijna iedereen werkt tegenwoordig met loops, maar het resultaat is niet zo goed als bij Morley: grote klasse.
Het duo The Tenses, bestaande uit Oblivia en Ju Suk Reet Meate, ofwel Jackie en Eric Stewart, gelieerd aan Smegma en de Los Angeles Free Music Society (LAFMS), wist met eenvoudige middelen (draaitafel, percussie, gitaar en zaktrompet) een spannende collage te creëren, inclusief videobeelden en hulp van Pain Jerk op laptop. Zelfs toen de versterker van gitarist Eric Stewart uitviel bleef hij onverstoorbaar en nog net hoorbaar doorspelen. Maar ziedaar, het geluid kwam miraculeus terug, zodat we zijn geweldige slidegitaarspel weer op volle sterkte konden horen.
Als afsluiter van het festival speelde Fushitsusha, het Japanse trio met Keiji Haino die excelleerde op gitaar, ook nadat er een snaar brak. Ze begonnen traag en zacht, om vervolgens te versnellen en er in formule 1 stijl vandoor te gaan. Gas geven en scheuren, schroeiplekken op het asfalt. Af en toe werd gas teruggenomen zodat de luisteraar op adem kon komen. Na anderhalf uur sluit de band af met alleen de ritmesectie en zang van Haino, de gitaar blijft onaangeroerd. Geen toegift, en dat is wel zo toepasselijk, want waarom zou je dat doen als je alles hebt gegeven? Fushitsusha weet live te imponeren met een energie die je zelden meemaakt. Of zoals in het in Tusk festival programmablad staat: “The most bloody-mindedly sparse and time-shifting rhythm section counterpointing Haino’s controlled mania and the stratospheric agony of his guitar playing.”
In deel 2 meer over folk, film, harp spelen en sacred harp songs.

Spilt Milk’s Carnet de voyage: tekst en muziek op hoog niveau


Op het inlegvel van de 10″ plaat Carnet de voyage staat dat de songs zijn geschreven door Wallace Stevens en uitgevoerd door Spilt Milk. Dat lijkt mij te bescheiden, want Stevens mag dan een van de grootste dode Amerikaanse dichters uit de 20e eeuw zijn, de muziek is toch wel degelijk van de band zelf.
Fraaie songs, relaxed uitgevoerd in een stijl die doet denken aan Nieuw-Zeelandse bands als The Clean en The Chills en een vleugje Velvet Underground. De connectie met The Velvet Underground is makkelijk gelegd, want ga maar na: de sfeer van Sunday morning op de eerste LP van deze band wordt mede bepaald door een glockenspiel en dat gebruikt Spilt Milk ook.
En heet een gedicht van Stevens niet Sunday morning? Brenda Bosma tilt de songs naar een hoger niveau, zoals Carol Van Dijk dat bij Bettie Serveert doet.

Live klinkt het allemaal nog overtuigender in het vooronder van een schip. Een schip? Jazeker, want voor de Amsterdamse openbare bibliotheek, kortweg oba, ligt restaurant Barco, alwaar Bas Jacobs regelmatig concerten en andere evenementen organiseert in het vooronder. Gelukkig kun je nog steeds door de patrijspoortjes naar buiten kijken, zodat de ruimte ook voor claustrofobisch aangelegde bezoekers geschikt is.

Spilt Milk weet, ondanks de beperkte ruimte een dynamisch optreden te geven, waarbij gitarist/zanger Marc van de Holst op en neer springt, op de grond ligt en tussen de bezoekers in gaat staan. Even dacht ik dat de band een Butthole Surfers song zou gaan spelen vanwege de introtekst (Daddy, what does regret mean? Well son, enz.) maar dat ging net even een andere kant op: de humor ontbreekt dus niet.

De plaat ziet er verzorgd uit (een mooie zwart wit hoes van Viktor Hachmang, gebroken wit vinyl) en op het al genoemde inlegvel staat een informatief stuk over het werk van Wallace Stevens, plus de songteksten van de acht nummers. En dat voor slechts 8 euro, een koopje. Gaat dat horen en zeker ook zien. Bijvoorbeeld op het Crossing border festival in november.

MP3    Spilt Milk – One More Sunset