Over de On Demand-generatie en Carly Maicher


Ik ben van de generatie die opgegroeid is met LP’s, cassettebandjes en CD’s en het fijn vindt om het fysieke product in handen te hebben. Net als mijn generatiegenoten heb ik jarenlang thuis de LP’s en later CD’s opgestapeld.
Dit in tegenstelling tot de zogenaamde On Demand-generatie voor wie het belangrijk is dat muziek, films en video’s op elk moment van de dag op te roepen zijn via Spotify, YouTube of iTunes. Voor de On Demand- generatie is het niet belangrijk om de CD’s in huis te hebben, zolang de muziek zelf maar binnen handbereik is.
Maar ik merk wel dat ik in de afgelopen jaren minder CD’s ben gaan kopen.
Zo kocht ik vorig jaar 70 CD’s. In 2010 waren dat nog 90 CD’s en het jaar daarvoor nog meer. Steeds vaker ben ik simpelweg tevreden met het digitale bestand, dat ik via mijn iPod of thuis via de mediaplayer beluister.
Natuurlijk koop ik nog wel CD’s. Maar ik ben selectiever dan ooit.
Vaak kies ik er voor om een CD bij de artiest zelf te kopen na een optreden. De CD’s zijn dan meestal goedkoper. Bovendien steekt de artiest dan zelf het geld in zijn zak. Althans- die illusie heb ik.
En bijzondere uitgaven kan ik ook niet laten liggen.
Zo kocht ik onlangs de CD Hiding van Carly Maicher. Carly verkoopt Hiding een oplage van 150 stuks, elk exemplaar in een met de hand in elkaar gestikt hoesje. ‘Each case has its own look, feel and character’, zegt Carly. Tja, dan ik natuurlijk niet aan me voorbij laten gaan.
Hiding is erg mooi verpakt in een stoffen hoesje, muzikaal is het ook echt de moeite waard.
Carly maakt prachtige minimale folk met banjo en een enkele steelgitaar. Ruimte genoeg dus voor de heerlijke stem van Carly.
De minimale liedjes van de Canadese gaan door merg en been. Het is een genot om naar Hiding te luisteren.

MP3 Carly Maicher – The Land

Houd Dare Dukes in de gaten!


Ik ben iemand die bijna altijd vooruit kijkt, zelden achterom kijkt.
En dan heb ik het over muziek- niet over mijn rijgedrag.
Zo luister ik nooit naar de Top 2000 op Radio 2.
En zal ik me ook niet laten verleiden om een lijstje met mijn favoriete albums van 1980 of 1981 in te sturen naar het Platenblad.
Er is natuurlijk niets mis met de Top 2000 of het Platenblad- ik ben simpelweg met andere dingen bezig.
Zo loop ik in deze periode de lijstjes met de beste platen van 2011 door om er zeker van te zijn dat ik geen interessante CD’s over het hoofd heb gezien.
En kijk ik vooruit naar de releases en concerten van 2012. Zo heb nu al veel zin in de CD van Dare Dukes.
Het debuut van de band uit Savannah, Georgia heet Thugs and China Dolls en de plaat komt medio januari uit.
Meet You At The Bus, de eerste song van het album, laat orkestrale pop horen met banjo en een stem vol karakter. De song belooft in ieder geval veel voor het album.
Ik hoor er iets van de Summer Hymns in, anderen pikken vooral de overeenkomsten met They Might Be Giants op. Hoe dan ook: houd Dare Dukes in de gaten.

MP3 Dare Dukes – Meet Me At The Bus

Shelley Short brengt fijne nieuwe CD uit


Shelley Short heeft de release van haar nieuwe album Then Came The After ondergebracht bij het Australische label Flippin Yeah, overigens het label van Darren Hanlon.
Leuk voor Shelley, maar minder leuk voor de Europese en Amerikaanse liefhebbers van haar muziek. Voor het verzenden van de CD werd mij namelijk een flink bedrag in rekening gebracht.
Maar goed, voor Shelley Short heb ik dat graag over. Ik heb altijd een zwak gehad voor haar songs en haar albums zijn stuk voor stuk erg fijn.
De CD heeft de lange reis vanuit ‘down under’ onbeschadigd overleefd en ligt nu voor me.
In elf kleine songs weet Shelley weer te overtuigen.
Niet alle songs zijn even geslaagd, maar nummers als June, The Dark Side en Right Away vallen goed in de smaak.
Shelley kreeg bij het maken van Then Came The After hulp van de crème de la crème van de Portland, Oregon scene in de vorm van Rachel Blumberg en Nate Query, die we kennen van The Decemberists en van Mike Coykendall.
Samen maakten ze van Then Came The After een mooi kleinood.

Shelley mailde me in de tussentijd dat er een Europese release van het album komt. Het label Africantape zal daarvoor zorgen. Shelley hoopt in het voorjaar aan een Europese tour te beginnen, maar ze kon me nog niet zeggen of ze ons land dan ook aandoet.

MP3 Shelley Short – June

Kunst en muziek in Londen: Gerhard Richter, Haroon Mirza, Maria & The Mirrors


Er bestaan veel lovende uitspraken over Londen, zoals van Samuel Johnson, te vinden in het museum of London, gelegen vlakbij het Barbican Centre: “when a man is tired of London, he is tired of life; for there is in London all that life can afford.” In Londen is er altijd genoeg te zien en te horen, zo bleek tijdens mijn bezoek in de week van 12 december. Er zijn enkele bijzondere tentoonstellingen die nog doorlopen tot begin volgend jaar. Een aanrader is Gerhard Richter in Tate Modern. Sonic Youth heeft één van zijn Kärze schilderijen gebruikt voor de cover van Daydream nation. Richter maakt zowel abstract als realistisch werk. Fascinerend zijn de “net echt” schilderijen, dat wil zeggen het lijken wel foto’s. Dat is niet zo vreemd, omdat zij soms gebaseerd zijn op foto’s en vervolgens zo getrouw mogelijk zijn vertaald in verf. Verbluffend zijn de wolkenluchten, alsof je ze kunt aanraken. Van de abstracte werken is de serie “Wald” bijzonder door het kleurgebruik. Deze doeken contrasteren met het veelal grijs getinte en pastelachtige werk.
Het Camden Arts Centre ligt iets buiten het centrum (halte Finchley Road), maar is altijd de moeite van een bezoek waard. Ditmaal zijn er twee interessante tentoonstellingen. De vier korte films van Nathalia Djurberg met een soundtrack van Hans Berg zijn verontrustend maar omdat de verminkte figuren van klei zijn is dat toch minder confronterend. Ook als het been van een vrouw, dat vastzit in een voetklem, wordt afgebeten door een wolf. De installatie van Haroon Mirza heet I saw square triangle sine en bestaat uit een draaitafel, synthesizer, toetsenbord, een drumstel en schilderijen. De bezoeker kan achter het drumstel plaatsnemen en meespelen, met uitzicht op de schilderijen. Ik was de enige bezoeker, dus ik heb mij uitgeleefd op de snaredrum, bekkens, koebel, hihat en de andere drums. Zelfs als ongeoefende drummer maak je al flink wat lawaai. Daar zouden drummers wel eens wat meer rekening kunnen houden tijdens optredens, bijvoorbeeld Steve Noble die ik een dag later in café Oto zag. (foto) Hij is uitstekend, daar niet van, maar hij was soms zo overheersend aanwezig dat de bassist en pianiste er nauwelijks aan te pas kwamen. Thurston Moore van Sonic Youth, toch wel wat gewend, zat in de zaal vlakbij Noble, maar ging na verloop van tijd toch even ergens anders staan.
Twee vrouwelijke drummers die ik enkele dagen later zag, ditmaal in jazzcafé The Vortex, gingen superenergiek te werk. Hun aanpak deed denken aan Bow Wow Wow en de Japanse bands Boredoms en OOIOO (beide met drummer Yoshimi P-we). De groep heet Maria & The Mirrors en bestaat naast Crystabel Riley en Kiera Fox uit Charlie Mahoney op laptop. Hun enthousiaste optreden is te omschrijven als ritmische electronische dancerock. Het is niet helemaal my cup of tea, maar in een interview noemt Charlie als zijn favorieten onder meer The Fall (het album Perverted by language waarop twee drummers meedoen), Scott Walker en Eliane Radigue. Daar kan ik mij meer in vinden. Conclusie: er blijft er steeds weer iets nieuws te ontdekken in Londen.

Het beste van 2011 volgens Ketelmuziek


2011 zit er bijna op. Het is dus de hoogste tijd om de score van het muziekjaar 2011 op te maken. Wat zijn de albums die ons het afgelopen jaar kippenvel bezorgden?

Het beste van 2011 volgens Peter

1. Aidan Moffat & Bill Wells – Everything’s getting older
MP3 Aidan Moffat & Bill Wells – Let’s Stop Here

2. PJ Harvey – Let England shake
MP3 PJ Harvey – Hanging In The Wire

3. Gillian Welch – The harrow & the harvest
4. Elbow – Buid a rocket boys!
5. James Blake – James Blake
6. Trembling Bells – The constant pageant
7. Meg Baird – Seasons on earth
8. Wilco – The whole love
9. Bill Orcutt – How the thing sings
10. Spinvis – Tot ziens, Justine Keller


Het beste van 2011 volgens Han

1. Deep Dark Woods – The Place I Left Behind
MP3 Deep Dark Woods – The Banks of The Leopold Canal

2. Little Wings – Black Grass
MP3 Littlle Wings – Mr. Natural

3. Heirlooms of August – Forever The Moon
4. Dolorean – The Unfazed
5. Bill Callahan – Apocalypse
6. Bonnie Prince Billy – Wolfroy Goes To Town
7. Richmond Fontaine – The High Country
8. Real Estate- Days
9. Tyler Butler- Winter King
10. The Bats – Free All The Monsters

Terugkijken naar 2011, deel 2- Hearts of Oak


‘All my favorite singers couldn’t sing’, zong David Berman van de Silver Jews ooit.
Berman, zelf allesbehalve een nachtegaal, had gelijk.
Ook ik heb een zwak voor doorleefde stemmen, stemmen met karakter.
Zoals die van Nate Wallace, de man van Hearts of Oak. Zijn stem is gemaakt voor een country-song.
Hearts of Oak maakt bovendien muziek zoals ik die graag hoor: langzaam, slepend.
De drums worden alleen met brushes beroerd, de steelgitaar klaagt heerlijk en op precies de juiste momenten duikt er een dameskoortje op. En de stem van Nate past bij de sound van Hearts of Oak alsof dat bij de schepping zo is uitgedokterd.
Eerder dit jaar bracht de band haar tweede album Used To It Now uit.
Used To it Now bevat een aantal werkelijk prachtige songs, maar als geheel is de plaat net niet sterk genoeg voor een plaatsje in mijn lijst van favoriete albums van 2011.
Ik zou eindeloos kunnen luisteren naar songs als 1964, Movin On en Longtime Going. En dat doe ik dan ook regelmatig.
Used To It Now is te koop bij CD Baby.

MP3 Hearts of Oak – Movin’ On

Bijna over het hoofd gezien in 2011: Oh Mercy


Ik beleef elk jaar weer veel plezier aan de lijstjestijd Een heel muziekjaar in lijstjes samengevat heeft toch iets overzichtelijks.
Zijn er albums die opvallend veel voorkomen? Zijn er nog mensen die het met me eens zijn dat de CD’s van Deep Dark Woods en Little Wings tot het beste van 2011 behoren?
En vooral- heb ik nog iets over het hoofd gezien?
In een van de vele lijstjes die ik voorbij zie komen in deze periode kom ik een album van de band Oh Mercy tegen onder het kopje “ Runners Up”.
“Recommended highly if you like their hemisphere mates Garageland, The Lucksmiths, or the Finn brothers. Similar ability to craft a pure pop guitar song, with light harmonies and straightforward lyrics, into albums of consistent depth and quality. “Let Me Go” is one of my top songs of the year, and a great car sing-along.”
Tja, zo’n aanbeveling kan ik natuurlijk niet aan me voorbij laten gaan.
En het album van Oh Mercy is in een woord heerlijk. Het heeft misschien niet de kwaliteit van het werk van de Lucksmiths, maar veel scheelt het niet.
De plaat is zelfs zo goed dat ik de band de woordspelerige titel Great Barrier Grief graag vergeef.
Oh Mercy doet niets revolutionairs- het album bevat elf goed gemaakte songs die stuk voor stuk even simpel als effectief zijn.
In mijn enthousiasme vergeet ik bijna te vertellen dat Oh Mercy uit Australië komt, je had het kunnen raden met zo’n titel, en dat zanger en songschrijver Alexander Gow in belangrijke mate het geluid bepaalt. De band trok naar Los Angeles om samen met Mitchell Froom deze plaat op te nemen.
Froom en Oh Mercy mogen tevreden zijn met zo’n heerlijke plaat.

MP3 Oh Mercy – Keith St.

Delicatessen: crossing border minifestival


Op 10 december was er weer een geslaagde avond Jazz at Delicatezz georganiseerd. Een gevarieerd programma met jazz, improvisatie, film en literaire voordracht. Han Buhrs zingt Engelse en Nederlandstalige nummers en maakt muziek met een elastiekje (bij gebrek aan een bas), samplet zijn stem en keyboard en heeft ook een mondharmonica bij de hand. Hij krijgt assistentie van laptopper Korhan Erel en fluitist Mark Alban Lotz. Als duo spelen zij daarnaast samen een improvisatieset die alle kanten uitschiet. Erel weet de meest uiteenlopende geluiden uit zijn laptop te halen, waar Lotz vervolgens weer alert op reageert.
Cellist Harald Austbø improviseert bij de animatiefilm Spelbreker van Janis Joy Epping en Diana van Houten. De korte film is een work in progress, bestaande uit acrylschilderijen die achter elkaar zijn gemonteerd in vloeiende bewegingen. Het is een verhaal over twee jongens die bezig zijn met een het bouwen van een zandkasteel. Zij krijgen ruzie over een doos en in het gevecht om deze doos zien we de jongens veranderen in monsters. Na het gevecht keen ze weer terug in hun normale gedaante. En dat alles in iets meer dan drie minuten. Prachtig gedaan. Dat geldt ook voor de voorgedragen verhalen uit Onzichtbare steden van Italo Calvino. Als een ware verhalenverteller weet Austbø de teksten van Calvino tot leven te brengen met zijn dynamische presentatie. Er is goed nieuws voor de thuisblijvers: in 2012 wordt de serie Jazz at Delicatezz voortgezet. Ik zou zeggen, kom een keer kijken en luisteren: kwaliteit verzekerd.

Jocie Adams van The Low Anthem maakt een solo uitstapje


In korte tijd heeft The Low Anthem in ons land een flinke reputatie opgebouwd. Concerten van de band worden goedbezocht en de CD’s kunnen rekenen op positieve aandacht. Dat doet de band uit Providence, Rhode Island goed.
Een van de mensen die het geluid van The Low Anthem bepaalt is Jocie Adams. Jocie zingt en bespeelt een heel spectrum aan instrumenten.
Eerder dit jaar bracht Jocie een soloalbum uit met de titel Bed of Notions.
Elf sterke songs vormen een mooie showcase voor de prachtige vocalen van Jocie. Jocie zet een prachtig geluid neer met onder andere harmonica, strijkers en klarinet en ze kreeg daarbij hulp van leden van Elvis Perkins in Dearland en Annie & the Beekeepers. Het geluid van de CD ligt dicht tegen dat van The Low Anthem aan, maar dat zal geen verrassing zijn.
Bed of Notions is een een erg fijne plaat. Bij CD Baby kun je een exemplaar op de kop tikken.

MP3 Jocie Adams – Bed of Notions

Wie durft het aan om The Smiths te coveren?


Hoeveel goede covers van een song van The Smiths ken je? Inderdaad, niet veel. Mij schiet eigenlijk alleen This Charming Man door Stars te binnen.
Het is al vaak geprobeerd en het heeft erg weinig memorabele covers opgebracht.
American Laundromat Records schrikt nergens voor terug en trakteert ons onder de titel Please Please Please- A tribute to The Smiths op maar liefst twintig covers, verdeeld over twee CD’s.
Het resultaat is wisselend, op z’n minst. Zo ploegt The Wedding Present zich door Hand in Glove en maakt Chikita Violenta zich wel erg gemakkelijk af met een onherkenbare versie van Some Girls Are Bigger Than Others.
Maar tussen de twintig songs zitten gelukkig ook wat goudklompjes. Zo zorgt Trespassers William voor een mooie ingetogen versie van There’s A Light That Never Goes Out.
En ook de bijdrage van William Fitzsimmons mag er zijn. Al lijkt het er op dat Fitzsimmons steeds meer als Sufjan Stevens gaat klinken.

MP3 William Fitzsimmons – Please Please Please Let Me Get What I Want