Een pakketje uit Korea

Ruth 004
De postbode heeft weer een pakketje met een CD in mijn brievenbus achtergelaten. Dat gebeurt vaker. Maar deze keer is het pakketje afkomstig uit Korea. En dst gebeut nooit.
Ik heb bij Ruth Minnikin haar nieuwste CD, The Minnikin’s Photo Album, besteld en Ruth werkt op dit moment in Korea als muzieklerares.
Ruth biedt haar excuses aan voor het late verzenden van het pakje. The Minnikin’s Photo Album zit verpakt in een zelf in elkaar gestikt hoesje en Ruth legt uit dat het haar de nodige moeite heeft gekost om in Korea een naaimachine te vinden.
Als pleister op de wond stuurt ze me ook ene gratis exemplaar van haar eerste CD toe. Maar die had ik natuurlijk al in de kast. Maar dat kon ze natuurlijk niet weten.

Ruth nam The Minnikin’s Photo Album met broer Gabriel en zus Amy op. Samen met hun muzikale vrienden bladeren ze door het The Minnikin’s Photo Album, halen herinneringen op en leggen dat allemaal muzikaal vast.
De zeven songs hebben de intieme sfeer die je bij een dergelijk onderwerp zou verwachten.
Er wordt mooi gemusiceerd. Steelgitaar, mooie koortjes, baritonsax en natuurlijk het herkenbare stemgeluid van Ruth bepalen het geluid van de CD.
Regelmatig doet de sfeer van de zeven songs denken aan The McGarrigle Hour van Kate & Anna McGarrigle.
The Minnikin’s Photo Album is digitaal te verkrijgen bij CD Baby of via iTunes. Maar je kunt Ruth natuurlijk ook een mailtje sturen en geld aan haar overmaken. Wie weet krijg je dan ook zo’n mooi exemplaar in de bus.

MP3 Ruth Minnikin – Positively

De verstilde pracht van Rick Redbeard

rickredbeard
Het is stil geworden op Ketelmuziek. Natuurlijk blijven Peter en ik de muziek op de voet volgen, maar ik heb het ook druk met andere dingen.
Bovendien was ik het even zat om steeds maar weer achter de waan van de dag aan te rennen- op de hoogte blijven van de nieuwste releases, de nieuwste hypes, dat veelgesproken onderwerp gisteravond uit De Wereld Draait Door.
Ketelmuziek staat tijdelijk op een laag pitje, maar voor mooie nieuwe muziek doorbreken we natuurlijk graag de stilte.
Zoals voor het nieuwe album van Rick Redbeard.
Eerder schreef ik al over de man en vorige maand bracht Rickbeard zijn debuutalbum uit bij Chemikal Underground.
No Selfish Heart bevat tien prachtige songs waar je stil van wordt. Redbeard nam de songs op in het huis van zijn ouders en in zijn eigen flat. Zijn zus Jo zingt mee in een aantal nummers.
Net als die andere Schot Alasdair Roberts is de muziek van Redbeard geworteld in de Britse folk. Maar Redbeard is minder dan Roberts een purist en dat maakt, naar mijn mening, zijn muziek ook makkelijker toegankelijk.
Luisterend naar The Selfish Heart moet ik ook denken aan de albums van Adrian Crowley.
‘For lovers of beautiful, melancholy, spartan folk’, las ik ergens. Daar kan ik me alleen maar bij aansluiten.

Alasdair Roberts & friends: moderne folk

AlasdairRobertsAndFriends-640x330
Ketelmuziek heeft al vaker aandacht besteed aan Alasdair Roberts, een zanger en gitarist die de traditionele folk afstoft en aanbiedt in verrassende arrangementen. Op zijn nieuwe album A wonder working stone staan 10 songs waarin Roberts uitpakt met fraaie eigen teksten, gezongen met een Schotse tongval. Het boekje bij de cd bevat alle teksten en een toelichting over de herkomst van de gebruikte melodieën. Verrassend genoeg is er een stukje When the saints go marching in te horen (Scandal and trance), naast uiteraard Schotse en Ierse muziek. Er gebeurt teveel om op te noemen in songs die fraai worden uitgesponnen en waarin Roberts de tijd neemt om zijn verhaal te vertellen. Onder de hoogtepunten bevinden zich The merry wake en The wheel of the world, twee nummers die hij al tijdens het Incubate festival in 2011 prachtig solo vertolkte. Op dit album is de bezetting uitgebreider en rijker, een feest voor het oor.

MP3 Alasdair Roberts & friends – The merry wake

Nieuwe albums van Pere Ubu en Yo La Tengo

Yo-La-Tengo-Fade
Wat gebeurt er als David Thomas, de voorman van Pere Ubu, en Yo La Tengo op één podium staan? Dan spelen ze Pushing too hard van The Seeds, een punkrock klassieker uit 1966. Dat maakte ik in 1997 mee als bezoeker van een memorabele avond in Edinburgh. De roots van zowel Pere Ubu als Yo La Tengo liggen onder andere bij The Velvet Underground, The Stooges en de zogenoemde garagerock die is te vinden op de verzamelbox Nuggets. Anno 2013 laten de bands horen hoe zij zijn geëvolueerd tot veelzijdige en avontuurlijke muzikanten met een eigen geluid.

Om te beginnen met Yo La Tengo: na enkele wat minder evenwichtige albums komt het trio uit Hoboken, New Jersey sterk voor de dag met het toegankelijke Fade. De nummers zijn hoofdzakelijk subtiel en breekbaar, af en toe voorzien van strijkers (Is that enough, Before we run) en blazers (Cornelia and Jane), en een sixtiesachtig orgelgeluid (Well better) zorgt voor een goed humeur. Andere nummers grijpen terug op hun meesterwerk And then nothing turned itself inside out (2000), zoals I’ll be around, Two trains en The point of it. De atmosferische achtergrondgeluiden geven diepte aan dergelijke songs, met dank aan producer John McEntire (bekend van de postrockband Tortoise).

Pere Ubu’s album Lady from Shanghai is een stuk weerbarstiger en dwarser dan Fade. David Thomas trekt al meteen in het openingsnummer Thanks stevig van leer, door de tekst van Anita Ward’s discohit Ring my bell aan te passen: you can go to hell. Thomas is duidelijk geen dansliefhebber, getuige het albummotto op de binnenhoes: ‘smash the hegemony of dance / stand still’. De line up van de band is stabiel en klinkt vertrouwd: de gierende en pruttelende synthesizerklanken van Robert Wheeler, het gitaarspel van Keith Moliné en de stevige ritmesectie (Steve Mehlman en Michele Temple) vormen de basis voor de vocale acrobatiek van Thomas. Geen toegankelijk album, maar wel intrigerend. Prijsnummer is voor mij het minimalistische, tranceachtige Mandy. Staat er misschien toch onbedoeld een dansnummer op.

Yo La Tengo behoort tot de beste live bands die ik ken. De ene keer weten zij te verrassen met een kwartier durende noisegolf waar Sonic Youth bij verbleekt, de andere keer met een subtiel, breekbaar liedje waar de hele zaal stil van wordt, of een avondlang vragen beantwoorden van het publiek, als het maar geen vragen om verzoeknummers zijn. Yo La Tengo speelt op 17 maart in Paradiso. Mis ze niet.

MP3 Yo La Tengo – Is That Enough

Twee tips: filmfestival Rotterdam en David Hockney

Hockney1
Vanaf 23 januari barst het filmfestival Rotterdam (kortweg IFFR) weer los met een overvloed aan korte, lange, oude en nieuwe films uit alle windstreken. De bezoekers krijgen de gelegenheid om het filmaanbod te zien op grote schermen in de comfortabele zalen van Pathé, Lantaren/Venster en Cinerama. Ik ben onder meer benieuwd naar het programmaonderdeel Sound Stages, waar geluid en muziek op ongebruikelijke wijzen worden gecombineerd.
Ook de vier ‘Mind the gap‘ avonden, samengesteld door het tijdschrift Gonzo (circus) en IFFR, zien er op papier veelbelovend uit. In de WORM locatie is van 24 tot en met 27 januari muziek te horen van Floris Vanhoof, GJ Prins & Mariska de Groot, Knalpot, Felix Kubin & Martha Colburn en vele anderen.
Wat heeft beeldend kunstenaar David Hockney met film te maken? De associatie met het IFFR die bij mij opkwam heeft te maken met de titel van zijn mooie, grote tentoonstelling die nog tot begin februari te zien is in museum Ludwig te Keulen: a bigger picture. Naast zijn enorme doeken van het Engelse landschap, die vaak uit meerdere panelen bestaan, zijn er ook bewegende beelden te zien van deze landschappen, gefilmd vanuit verschillende perspectieven. Hockney gebruikt daarnaast de ipad om landschappen te ‘schilderen’. Daarvan zijn diverse voorbeelden te zien. Kortom, een warm aanbevolen multimedia tentoonstelling,

De soundtrack voor Blue Monday 2013

blue-mondayI
Op 21 januari 2013 beleven we Blue Monday, de meest deprimerende dag van het jaar.
De Britse psycholoog Cliff Arnall stelde een formule op om per jaar Blue Monday te bepalen.
Om de datum van Blue Monday te bepalen wordt rekening gehouden met het feit dat het weer in deze periode vaak somber is, de dagen kort zijn en dat vakanties over het algemeen nog ver weg zijn.
Bovendien komen veel mensen er in deze periode achter dat de goede voornemens van begin januari toch onhaalbaar blijken te zijn. Inderdaad- geen dag om naar uit te kijken.

Ketelmuziek verzorgt ook dit jaar weer de soundtrack voor Blue Monday. De dag is altijd weer een goede aanleiding om in de platen kast op zoek te gaan naar een fijne sombere, melancholieke plaat. En er is zo veel keus.
De keus is dit jaar gevallen op een track van Pale Horse and Rider, de band van Jon DeRosa.
These Are The New Good Times heet het album dat DeRosa in 2003 uitbracht.
Het is een prachtig ingetogen album vol met melancholieke pop.
Een journalist noemde Jersey Coast Line het ontbrekende elfde nummer van Springsteen’s Nebraska. Mooier had ik het niet kunnen zeggen.

Na These Are The New Good Times maakte DeRosa nog een album als Pale Horse and Rider, het ook al zo mooie Moody Pike.
De man bleef actief in de muziek en hij kwam vorig jaar met het ijzersterke album A Wolf In Preacher’s Clothes op de proppen.
DeRosa klinkt inmiddels wat opgewekter dan tijdens Jersey Coast Line. Maar het blijft een muzikant om in de gaten te houden.

Veel sterkte op Blue Monday!

MP3 Pale Horse and Rider – Jersey Coast Line

Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.

On-Australisch goed


Mijn muzikale blik is naar het Westen gericht. Voor interessante muziek kijk ik naar de USA en, minder, naar Groot Brittannië. Vanuit een ooghoek probeer ik dan ook nog in de gaten te houden wat er in ons eigen land gebeurt.
Wat er in Australië en Nieuw-Zeeland gebeurt ben ik bijna volledig uit het oog verloren.
Natuurlijk zijn er tijden geweest dat ik uitkeek naar nieuw werk van de Go-Betweens, Triffifs of Died Pretty en dat ik bijna een abonnement had op de releases van het Flying Nun-label uit Nieuw Zeeland.
Maar als je me nu vraagt om interessante acts van ‘Down Under’ te noemen kom ik niet verder dan Darren Hanlon, Bart and Friends en de Lucksmiths. En die laatste band is alweer een tijdje uit elkaar.

Het was voor mij dus een verrassing toen het album Hard Rubbish van Lower Plenty op mijn bureau plofte.
In de band , die overigens is genoemd naar een wijk in Melbourne, vindt je muzikanten die al jaren in de Autralische scene actief zijn.
Het is lastig om de sound van Lower Plenty in een paar woorden te omschrijven.
Hard Rubbish staat vol met lekker losse songs met prachtige vocalen van Sarah Heyward and Al Montfort . De sfeer is laidback, alsof het album op een avondje bij een van de bandleden is opgenomen. In de muziek van Hard Rubbish hoor ik invloeiden van Calexico en Lee Hazlewood, om maar twee namen te noemen.

Hard Rubbish is on-Australisch goed, zou ik bijna zeggen.

Fire Records zorgt er voor dat binnenkort iedereen kennis maken met Lower Plenty.

MP3      Lower Plenty – Strange Beast

Jaarlijstjes 2012: korte terugblik

banabilamachinefabriek
Wie nog niet genoeg heeft van lijsten met favoriete albums kan terecht op de website Year-End Lists. Daar staan lijsten van favoriete albums van uiteenlopende tijdschriften (Rolling Stone, Spin, Mojo, Q, The Wire) en online sites zoals The Quietus en Pitchfork netjes bij elkaar. Ook lijsten met favoriete films ontbreken niet.
Ik zal ongetwijfeld nog albums tegenkomen die ik ten onrechte niet in mijn top 10 van 2012 heb gezet. Dat is, gelet op het overweldigende aanbod, ook niet zo vreemd.
Een van de albums die ik heb gemist, was van The Baird Sisters. Hun wonderschone LP Until you find your green (op het Grapefruit label) had ik pas in december besteld en begin deze maand per post thuisbezorgd gekregen.
Andere muziek die ik de afgelopen weken pas heb beluisterd was afkomstig van de immer actieve Rutger Zuydervelt alias Machinefabriek. In 2012 bracht hij onder meer de solo cd Secret photographs uit en twee duo albums, een met Michel Banabila en een met Chris Dooks (The Eskdalemuir harmonium).
In de categorie opnieuw uitgebrachte muziek was Laurie Spiegel’s The expanding universe (elektronische minimal music in de hoek van Terry Riley) een ontdekking.
Een andere, meer curieuze, heruitgave was het gelijknamige album uit 1977 van de Franse groep Archaïa op het Papaaver label. Hun muziek ligt wat betreft de sfeer in de hoek van Neu! en Magma, alleen klinkt het allemaal net wat minder pakkend dan deze bands. Het album illustreert wel mooi hoe gevarieerd de zogenoemde progressieve rock in de jaren zeventig klonk. De LP is uitverkocht bij het label maar er zullen vast nog wel exemplaren te koop zijn.

De ongrijpbare pracht van Bro. Stephen


Het is elk jaar weer een leuk klusje om met een lijst met de beste releases van dat jaar op de proppen te komen.
De ellende is dat die lijst de volgende dag weer achterhaald is. Dan denk je toch weer anders over de volgorde en vraag je je af waarom je die ene CD eigenlijk over het hoofd hebt gezien.
Toen ik mijn lijstje over 2012 maakt heb ik lang getwijfeld of ik een plekje zou reserveren voor Baptist Girls van Bro. Stephen.
Uiteindelijk stond Baptist Girls niet in de lijst. Tja, en nu blijkt dat een foutje te zijn.
Sodeju, wat is Baptist Girls toch een heerlijke plaat. Dit zijn twaalf prachtige songs die merg en been gaan. De afgelopen periode luisterde ik bijna uitsluitend naar deze CD.
De sound is verstild, dromerig en introspectief. Baptist Girls doet me regelmatig aan Windows For stars van For Stars, een van mijn favoriete albums aller tijden.

Scott Kirkpatrick is de man achter Bro, Stephen. Bij het maken van al dit moois kreeg hij onder andere hulp van zangeres Cheyenne Marie Mize, die in het verleden ook met Will Oldham werkte.
Je kunt het album op Bandcamp beluisteren en tegen betaling downloaden.
En als je niet erg vindt zet ik Baptist Girls nog een keer op.

MP3 Bro. Stephen – Jacob

Ook Frontier Ruckus komt met nieuw materiaal in 2013

cover
De eerste maanden van 2013 beloven weer een eindeloze stroom met nieuwe CD’s met zich mee te brengen, als we het overzicht van Metacritic mogen geloven.
Zo kunnen we uitkijken naar nieuwe muziek van Hayden, de Eels, Johnny Marr en Low.
Zelfs Camper Van Beethoven en They Might Be Giants laten na jaren weer wat van zich horen.

Op 29 januari brengt Frontier Ruckus een nieuw album uit.
Eternity of Dimming is de mooie titel van de dubbel-CD die uitkomt bij Quite Scientific Records.
Ik heb vier songs kunnen beluisteren van het nieuwe album en het klinkt weer veelbelovend.
Het herkenbare geluid van de band is intact en de vocalen van Matthew Milia zijn gepassioneerd als altijd.
Frontier Ruckus is weer goed op dreef.
Het album is te bestellen via de website van de band.

MP3 Frontier Ruckus – Eyelashes